Recensie: De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties/Paul Knieriem

 

●●●●○

 

DE HUISBEWAARDER

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / PAUL KNIERIEM



Door RiRo, gezien 28 oktober 2017


The Caretaker, het toneelstuk dat Harold Pinter in1960 schreef, speelt zich af in een huis in West-Londen dat nodig opgeknapt moet worden. Drie mannen, alle drie op de een of andere manier psychisch beschadigd, komen daar in een spel van domineren of gedomineerd worden terecht. En alle drie ontlenen ze als ze te veel onder druk staan hun identiteit aan materiële zaken. Aston, die de zwerver Davies een slaapplaats aanbiedt, valt in zo'n geval terug op zijn schuur waar hij een werkplaats van wil maken. Bij de zwerver Davies zijn het schoenen. Want zonder goede schoenen kan hij niet naar Sitcup waar zijn papieren liggen. En Mick, de jongere broer van Aston, beroept zich er in dat geval op dat hij een busje heeft.

Wat hierboven staat is maar één van de vele invalshoeken om naar dit stuk te kijken, één van de vele betekenissen die je eruit kunt halen. En juist die veelheid aan betekenissen maakt The Caretaker van Harold Pinter tot het meesterwerk dat het is.

Lowie van Oers, die later in de voorstelling Mick zal spelen, komt op als verteller om de volledige regieaanwijzingen van Pinter over de inrichting van de kamer van Aston op te sommen. We weten dan dus meteen dat Marloes en Wikke (ik moet nog erg wennen aan alleen die voornamen*) zich daar weinig van hebben aangetrokken met dat plastic en die draadconstructie.

René van het Hof speelt de zwerver die een baan als huisbewaarder krijgt aangeboden en die probeert de twee broers die hem onderdak verlenen tegen elkaar uit te spelen. En hij speelt goed. Maar niet meer dan goed. Dat geldt ook voor Lowie van Oers als Mick, die zelfs even als een volleerde yogi op zijn hoofd gaat staan om de indruk dat hij stoer en sterk is te benadrukken.

Jan-Paul Buijs als Aston is wel meer dan goed. Door steeds heel zacht, maar toch goed verstaanbaar, te spreken benadrukt hij de kwetsbaarheid van zijn personage. Ook met zijn lichaamstaal, met de uiterst trage manier waarop hij in zijn zakken naar zijn aansteker zoekt bijvoorbeeld, doet hij dat. En dan in de slotscène, hoe Aston, ondanks de onzekere bewegingen die het gevolg zijn van zijn psychische handicap, voor zijn fysiek veel sterkere broer gaat staan om Davies de deur te wijzen. Heel overtuigend gespeeld! Het 'nee' dat hij, omdat het nu eenmaal in de tekst staat nog moet uitspreken, is door wat hij met die lichaamstaal uitdrukt eigenlijk niet eens meer nodig.

De acteurs spelen dus van alleen maar goed tot meer dan goed, al zullen de meningen daarover mogelijk verdeeld zijn. Maar dat het team dat verantwoordelijk is voor De Huisbewaarder een uitstekende prestatie heeft geleverd lijkt me buiten kijf staan. Want met de vertaling van Magne van den Berg, het decorontwerp van Marloes en Wikke, het geluidsontwerp van Wessel Schrik en, last but not least, de regie van Paul Knieriem is aan de sfeer en aan de rijkdom aan betekenissen van Pinter's De Huisbewaarder volledig recht gedaan.

* Bij vorige voorstellingen waarbij ze als decorontwerpers waren betrokken, bijvoorbeeld bij Troje Trilogie, ook in de regie van Paul Knieriem, stonden ze steeds vermeld als Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek. Ze laten nu dus niet alleen hun achternamen achterwege, ook de volgorde is veranderd. Het was tot nu toe eerst hij en dan zij, nu is het dus eerst zij en dan hij geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Stand Down van Jan Decorte/Bloet & Black Box Revelation

●●●○○

 

STAND DOWN

 

JAN DECORTE /BLOET & BLACK BOX REVELATION



Door RiRo, gezien 24 oktober 2017  

'Ik wil uw vriend zijn … ik wil uw vriend zijn ... voor altijd.' Jan Decorte kijkt ons lang en indringend aan als hij met deze langzaam uitgesproken woorden zijn voorstelling opent.

Stand Down is aangekondigd als een breuk in het oeuvre van Decorte, geen bewerkingen van klassiekers meer maar openhartige ontboezemingen uit zijn eigen leven. In zijn vorige voorstelling Ne Swarte was Decorte daar al mee begonnen. Want die bewerking van Shakespeare's Othello onderbrak hij regelmatig om 'zwarte' gebeurtenissen uit zijn eigen leven te vertellen. Verhalen over zijn vader die zwart was in de tweede wereldoorlog, collaboreerde met de Duitsers, en over de dood van zijn vader en moeder.

Met een knipoog naar Kees van Kooten zou je Stand Down kunnen omdopen tot Decorte graaft zich autobio. Want met op de vloer vier stukken papier met in grote letters de hoofdlijnen van de vier hoofdstukken van het verhaal dat hij zal gaan vertellen, graaft Decorte (1950) zich - voor een deel improviserend, en af en toe gesouffleerd door Sigrid Vinks - chronologisch door zijn leven.

In het eerste hoofdstuk vertelt Decorte over zijn eerste verliefdheid op de kleuterschool, en over zijn eerste seksuele ervaringen als jongetje, met het schaamhaar van de oppas, de boerenmeid José. In het tweede hoofdstuk zijn we bij zijn verdere schooltijd, met veel aandacht voor het grijpen in jongensbroekjes door de paters van het Heilig Hart. En dan verder nog onder meer zijn ontmaagding op zijn negentiende en de eerste keer dat hij het deed met zijn huidige partner Sigrid.

Veel seksueel getinte herinneringen dus, openhartig verteld, zonder dat het op enig moment ranzig of zelfs maar gênant wordt. Maar Decorte vertelt niet alleen over zijn seksuele ontwikkeling, want in het hoofdstuk Gestichten en Zelfmoordpogingen is hij ook heel openhartig over zijn depressies en zijn hypomane periodes.

Na elk hoofdstuk is er een intermezzo. Na de eerste drie hoofdstukken maakt de volledig naakte Sigrid Vinks dansende bewegingen die wat doen denken aan performances van Marina Abramovic. Daarna speelt Black Box Revelation een van de vier nummers die ze speciaal voor deze voorstelling schreven. De eerste keer dat Vinks danst is dat spannend, maar de tweede en derde keer is de verrassing er toch een beetje af, ondanks het grote mes, het mes waarmee Decorte haar ooit bedreigde. Na het vierde en laatste hoofdstuk geen dans meer, alleen nog het laatste rocknummer van Black Box Revelation. Goede muziek is dat!

Jan Decorte beheerst het vak, hij weet hoe hij het moet aanpakken om zijn verhalen boeiend te vertellen. Maar meer dan dat, meer dan goed vertelde verhalen van een bijzondere kunstenaar over zijn bewogen leven wordt Stand Down niet.
Setlist van Black Box Revelation: Love Affair, Youthful Charm, Low, Ain’t no other way.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Majakovski/Oktober van De Warme Winkel

●●●●○

 

MAJAKOVSKI / OKTOBER

 

DE WARME WINKEL



Door RiRo, gezien 21 oktober 2017


Een overdonderend begin. Aan een lange tafel is Vladimir Majakovski, gespeeld door Dik Boutkan, zwijgend bezig aan zijn afscheidsbrief. Terwijl de andere zes acteurs in de coulissen wachten tot het zover is, tot ze hun 'over de doden niets dan goeds' kunnen beginnen, wordt het publiek verrast met een woordeloze, maar visueel en auditief overweldigende scène. Die openingsscène is niet alleen mooi en overweldigend, het is ook technisch heel knap wat scenograaf Julian Maiwald en muzikant Rik Elstgeest ons in die eerste minuten laten zien en horen.

Daarna verzoekt Lili Brik, de voormalige minnares van Majakovski, uit piëteit om enige minuten stilte. Een voor een overtuigen Lili, haar man, en de vier anderen zich ervan dat de zelfmoord van de avant-gardedichter geslaagd is en dat hij dus echt dood is.

Als dat zo blijkt te zijn, wordt er tijdens het reinigen van het lijk teruggeblikt op leven en werk van kunstenaar/dichter Vladimir Majakovski (1893-1930). Het toneelbeeld verandert niet wezenlijk meer. Tot vlak voor het einde van dit in memoriam blijven we kijken naar de rituele lijkwassing, terwijl we ondertussen luisteren naar (flarden van) Majakovski's gedichten die de zes aanwezigen bij dat ritueel zich herinneren, of naar een deel van zijn futuristisch pamflet dat ze voordragen.

Dat alles gebeurt met de serene kalmte die past in een ruimte waarin het lijk van de dichter zich nog bevindt. En toch verveelt dat geen moment. Want het totaalbeeld, de langzame bewegingen van de afzonderlijke acteurs, en hun zacht uitgesproken woorden vormen een harmonieuze drie-eenheid van grote schoonheid.

Pas in het laatste half uur van deze anderhalf uur durende voorstelling wordt die rituele sereniteit af en toe doorbroken. Bijvoorbeeld als de lijn wordt doorgetrokken van Majakovski (die vaak provoceerde door opvallend kledij, bijvoorbeeld met een bosje radijsjes als pochet) naar de manier waarop de feministische punkrockband Pussy Riot nu het gezag in het Rusland van Poetin provoceert. Of als Lois Brochez in het Russisch een betoog houdt dat voor de meeste toeschouwers onverstaanbaar zal zijn, maar dat door de ritmiek waarmee ze spreekt klinkt als muziek.

Sinds Totaal Thomas, de eerste voorstelling die ik van ze zag, is er voor De Warme Winkel een en ander veranderd. Alleen al wat betreft de faciliteiten die de groep nu ter beschikking staat vergeleken bij waar ze het in 2006 op Oerol mee moesten doen. Toen overigens nog met Joep van der Geest als derde naast Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen. Je zou eventueel kunnen zeggen dat De Warme Winkel nu in Majakovski/Oktober de poëtische draad weer oppakt van voorstellingen als Totaal Thomas en Rainer Maria. Maar waarom zou je dat doen, waarom zou je ook nu niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Er is nog wat veranderd, want na een aantal jaren van veel succes in de grote zaal zijn de verwachtingen bij een voorstelling van De Warme Winkel hoger geworden. Daar schuilt een gevaar in. Stel je bent toneelrecensent bij een krant en je gaat met hoge verwachtingen naar de première van Majakovski/Oktober in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Hoge verwachtingen hebben is een vorm van vooringenomenheid, dus daar moet je mee oppassen.

En stel je bent diezelfde toneelrecensent bij die ochtendkrant en je volgt De Warme Winkel laten we zeggen sinds Luitenantenduetten. Dan zou je kunnen vinden dat De Warme Winkel met Majakovski/Oktober bewust "niet wil voldoen aan de verwachtingen" (daar hebben we die vooringenomenheid waar ik voor waarschuwde) omdat ze "niet doorgaan op de bekende weg, geen theatraal-anarchistische aanval doen, en er geen vrolijke intellectuele chaos" van maken. Ook in dat (niet helemaal) hypothetische geval zeg ik waarom zou je niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Majakovski/Oktober is een voorstelling die het niet zozeer moet hebben van de tekst. Het zijn niet zozeer woorden of intellectuele reflectie die het maken tot een goede voorstelling. Het zijn de mooie beelden, de weldadige traagheid van de bewegingen, de zachtheid waarmee de gedichten worden voorgedragen, het is die verstilling die Majakovski/Oktober maakt tot de louterende voorstelling die het is.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel

Recensie: Vanish Beach van Hof van Eede

 

●●●●○

 

VANISH BEACH

 

HOF VAN EEDE 



Door RiRo, gezien 18 oktober 2017

Het heeft even geduurd voor ik doorhad dat er in Gent een heel interessant nieuw theatercollectief actief is. Hof van Eede (wel familie van) bestaat sinds 2011. Maar pas hun vierde productie Paradis (uit 2015) was voor mij de eerste kennismaking. Net als toen in Paradis kiest Hof van Eede (Ans Van den Eede, Louise Van den Eede en Wannes Gyselinck) ook nu niet voor de makkelijkste weg. In Paradis onderzoeken ze het rouwen over de dood van een kind, nu in Vanish Beach wat het betekent om een ontheemde vluchteling te zijn.

Het is 1942, vijf Joodse intellectuelen zijn op de vlucht voor de nazi's beland in Venice, California. De vijf - Hannah Immerfroh (Ans Van den Eede) Alma Rosenthal (Marjan De Schutter) Hans-Peter Schlimmer (Filip Jordens) Heinrich Neumann (Greg Timmermans) en pianist Klaus Schönfeld (Hendrik Lasure) - zou je in plaats van vluchtelingen ook ballingen kunnen noemen.* Maar hoe je ze ook noemt, het is overduidelijk dat de vijf Europese intellectuelen detoneren tegen de achtergrond van de houten strandstoelen op het strand bij hun hotel, hun tijdelijke verblijfplaats. Kunnen ze ondanks hun culturele bagage hun draai vinden in Amerika? Of staat hun heimwee naar Wenen dat in de weg?

Als we de zaal binnenkomen, zit Hendrik Lasure achter de piano, de vier anderen staan daarnaast, ze zingen een fragment uit het gedicht Herbsttag van Rilke:

Wer jetzt kein Haus hat,
baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist,
wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen,
lange Briefe schreiben,
und wird in den Alleen
hin und her
unruhig wandern,
wenn die Blätter treiben.
De literair-filosofische tekst (van Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck) benadrukt gelukkig niet alleen de somberheid van de ballingschap maar laat ook ruimte voor de komische kanten. De speelstijl, die veel lijkt op die van het Antwerpse collectief De Koe (niet zo gek natuurlijk met én de dochters van Peter Van den Eede aan het roer én Willem de Wolf als eindregisseur) draagt er ook aan bij dat Vanish Beach een luchtige tragikomedie blijft.

De verleiding is groot om te citeren uit de enorm rijke tekst van Vanish Beach. Ik zal me beperken tot twee korte citaten, al kost me dat moeite:

'Heeft niet elke nationalist heimwee naar het beloofde land? Zelfs als hij er woont?'
'Alma (…) gij schrijft, gij leeft, gij teert op geestdrift. Uw wanhoop is uw brandstof, en dat is goed. Schrijf uw gedichten zoals u ze wilt. Vernietig gerust de hele wereld, vernietig desnoods de poëzie. Maar doe het in een gedicht.'

Vanish Beach is door de prachtige, rijke tekst, het luchtige spel, en niet te vergeten de door de jonge pianist/componist Hendrik Lasure gezongen liederen op teksten van Kafka een voorstelling om niet te missen. Gelukkig dus maar dat zowel Paradis als Vanisch Beach in de loop van 2018 zal worden hernomen. Voor wie niet zolang kan wachten, de tekst is uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek. De muziek van de voorstelling van Hendrik Lasure kun je hier gratis downloaden.

*De vijf personages zijn gebaseerd op onder meer (het gedachtegoed van) Theodor Adorno, Hannah Arendt, Berthold Brecht, Arnold Schönberg, Alma Mahler, Thomas Mann en Stefan Zweig.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Hof van Eede

Recensie: Ophelia van Veenfabriek /Joeri Vos

●●●○○

 

OPHELIA

 

VEENFABRIEK /JOERI VOS



Door RiRo, gezien 16 oktober 2017 

"Gij wilt te veel, gij wilt alles. Gij veracht het groote publiek en wilt toch door het groote publiek bewonderd worden. Gij versmaadt, en wel met het recht van den edelen, oorspronkelijken kunstenaar, den bijval der meerderheid en toch is u het gemis daarvan pijnlijk. Gij wilt een stoutmoedige hervormer, een baanbreker zijn en tegelijkertijd door een ieder begrepen en gewaardeerd worden." * 

Ophelia, de eerste productie van Joeri Vos bij de Veenfabriek, is een voorstelling in een voorstelling in een voorstelling en dan ook nog de 'making of' daarvan. Én het is een spel met de Symphonie Fantastique van Berlioz, door Bastiaan Woltjer omgezet voor piano en viool. Dezelfde Bastiaan Woltjer die ook trombone, tuba, drumpads, klokken, samples, Guildenstern en Rosenkrantz speelt. Dat is nog niet alles. Ophelia is ook nog eens een persiflage van die voorstellingen in die voorstellingen.

In 1827 speelt een Engels gezelschap Hamlet van William Shakespeare in Parijs. Het is de allereerste keer dat Hamlet daar te zien is. De Ierse actrice Harriet Smithson speelt Ophelia. Haar meesterlijke waanzinscène is het begin van een fascinatie in Parijs met Ophélie. Meisjes willen eruit zien als deze femme fragile, Berlioz wordt op slag verliefd op Harriet Smithson. Niet heel veel later schrijft Ambroise Thomas zijn opera Hamlet.

In Ophelia van de Veenfabriek speelt Phi Nguyen zowel Hamlet als de regisseur die 'the play within the play' uit Hamlet keer op keer opnieuw laat uitvoeren. Een repetitie waarin John van Oostrum achter een volledig doorzichtig gordijn als Polonius 3.0 in de verkeerde scène terecht is gekomen. Waarna Roland Haufe als Berlioz, rondlopend met een fles wijn in zijn hand, hopeloze dialogen heeft met de door hem in eerste instantie innig beminde Harriet Smithson.

Moet ik nog zeggen dat Ton van der Meer af en toe achter zijn piano vandaan komt om even Claudius te spelen, de oom en moordenaar van Hamlet's vader, en zich daarbij dan verontschuldigt dat hij geen acteur is maar op het conservatorium heeft gezeten? Dat we niet alleen muziek van Berlioz en composities van Bastiaan Woltjer te horen krijgen, maar ook een rap à la Eminem? Ik kan dat wel doen, maar dan nog blijf ik het gevoel houden dat ik maar een fractie heb vermeld van wat Joeri Vos allemaal in zijn debuut als regisseur bij de Veenfabriek heeft verwerkt.

In navolging van Berlioz, de eerste componist die voor de aanvang van een concert een programma liet uitdelen waarin hij uitweidde over de betekenis van zijn werk, legt regisseur Vos een uitgebreid programmaboekje klaar waarin hij zijn voorstelling punt voor punt toelicht. Wie dat programma voordat de voorstelling begint helemaal wil doornemen, raad ik aan vroeg naar het theater te komen. In tien minuten kun je dat onmogelijk lezen.

Nog even terug naar de acteurs. Naar Jacobien Elffers. Die switcht van Ophelia die een dialoog heeft met Hamlet naar Harriet die bekvecht met Berlioz. Van het Engels met een Iers accent (als Harriet Smithson) schakelt ze naar het Nederlands als ze redetwist met Hamlet of met de regisseur (maakt eigenlijk niet uit met wie want het is toch allebei Phi). Met het Engels van een Amerikaans tienermeisje en het Frans in het Chanson de Solomom heeft ze ook geen enkele moeite. Vooral in haar waanzinscène, en in de scene waarin ze sterft op de manier waarop Ophélie in de opera Hamlet van Thomas aan haar eind komt, is Jacobien Elffers voor mij een openbaring. Wat speelt ze waanzinnig goed!

Is Ophelia een geniale voorstelling? Misschien wel. Maar dan wel té geniaal. Ik denk dat ik deze voorstelling twee of drie keer zou moeten zien om er volledig grip op te krijgen. En dat kan toch niet de bedoeling zijn. 'Gij wilt te veel, gij wilt alles.' Een externe eindregisseur die Vos zou hebben kunnen overhalen en om wat van zijn 'darlings' te 'killen' zou deze voorstelling goed hebben gedaan.

Dat neemt niet weg dat het me niet zou verbazen als Jacobien Elffers voor haar rol in deze voorstelling een nominatie voor een VSCD Toneelprijs in de wacht zou slepen.

* Dit zijn de woorden die Stephen Heller schreef aan zijn goede vriend Hector Berlioz (in een vertaling uit 1879 in De Gids, jaargang 43).

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Veenfabriek

Theaterverhaal: Bijna alle recensies over 'Para' blijken uiterst lovend te zijn, maar niet die van Marijn Lems

 

BIJNA ALLE RECENSIES OVER 'PARA' BLIJKEN UITERST LOVEND TE ZIJN, MAAR NIET DIE VAN MARIJN LEMS



Door RiRo, geplaatst 17 oktober 2017

Nu mijn recensie van Para (van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS) een week nadat ik de Nederlandse première zag, online staat, mag ik van mezelf eindelijk lezen wat andere recensenten erover schreven. Bijna alle recensies over Para blijken uiterst lovend te zijn. Maar niet die van Marijn Lems van 5 december 2016 op de Theaterkrant. Want Lems vindt dat het niet over Belgische para's maar over hun zwarte slachtoffers had moeten gaan: 'Eigenlijk is het ook jammer dat auteur Van Reybrouck zijn grote talent voor empathie nu wéér ten behoeve van een witte ‘dader’ inzet; hoe veel interessanter was het geweest als hij als antwoord op Missie juist een Afrikaans hoofdpersonage ten tonele had gevoerd (…)', schrijft Lems.

Pfff … vermoeiend die voorspelbare reflex van Lems altijd maar weer. Als een voorstelling over een man gaat, vindt Lems dat ook de positie van de vrouw aan bod had moeten komen. Als een blanke acteur een zwart personage speelt, kan de regisseur een vermaning van Lems tegemoet zien. En nu had het dus weer over een zwarte moeten gaan en niet over een witte. Ook dat riedeltje heeft hij nu al zo vaak afgestoken.

Het valt nog mee dat hij Van Reybrouck geen 'schrijvertje' noemt, zoals hij wel deed met Goethe in zijn vertoog naar aanleiding van Het lijden van de jonge Werther van Toneelschuurproducties in de regie van Eline Arbo. Ik heb Lems overigens nog niet gehoord over het verhelderende interview in de Volkskrant van gisteren met de twee 'witte' oud-mariniers. Ik neem aan dat Lems vindt dat de Volkskrant beter twee van de gedode Molukse treinkapers had kunnen interviewen.

Nog even terug naar Para. Het is juist de kracht van die monoloog dat Van Reybrouck het perspectief van de witte dader kiest. Want door te kiezen voor het perspectief van de mannen die verguisd werden na publicatie van foto's als die van het jongetje boven vuur, kun je je als toeschouwer niet op voorhand met het personage identificeren. Juist die keuze dwingt je onontkoombaar om de vooroordelen die je hebt te onderzoeken. En om stil te staan bij de menselijke neiging om overal een oordeel over te hebben. Ik heb gezegd.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Para van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS

●●●●● 

 

PARA

 

DAVID VAN REYBROUCK, RAVEN RÜELL & BRUNO VANDEN BROECKE / KVS



Door RiRo, gezien 10 oktober 2017

Regisseur Raven Ruëll laat Bruno Vanden Broecke rechtop staan, benen in lichte spreidstand, rechterhand op zijn riem, linkerarm licht gebogen maar wel los van zijn lichaam. Vanden Broecke heeft nog niks gezegd. Maar zoals hij eerder in Missie onmiddellijk de missionaris was, is hij nu onmiddellijk ex-para Nico Staelens. En zoals de monoloog Missie gebaseerd was op interviews van David Van Reybrouck met missionarissen, zo is de monoloog Para gebaseerd op getuigenissen van voormalige para's met wie Van Reybrouck sprak.

Drie maal 1000 Belgische para's (parachutist/commando) worden in 1993 in het kader van de UNOSOM-vredesmissie voor vier maanden uitgezonden naar Somalië. Staelens, nu docent lichamelijke opvoeding in Tielen, toen sergeant, praat snel. In marstempo gaat hij door de vijftig A4-tjes tekst die David Van Reybrouck voor hem heeft geschreven. Met zijn eerste commando zet hij meteen de toon: 'Slide!' En bij de eerste keer dat iemand in de zaal lacht, laat Staelens merken wie vanavond de baas is. Het is verbluffend hoe de vriendelijke zachtaardige man die Vanden Broecke is, zich heeft getransformeerd tot ex-commando met wie niet valt te spotten.

Vijftig A4-tjes tekst lijkt heel veel, en dat is het ook. Para zit boordevol informatie. Maar Van Reybrouck neemt het publiek steeds op precies het goede moment van Somalië mee naar de opleiding van de para's in België. Of van een gevaarlijke patrouille naar het minder gevaarlijke leven binnen de compound. Daardoor blijft wat Van de Broecke vertelt voortdurend boeiend.  

Zo legt Staelens eerst uit waar Somalië ligt en wat voor land dat is. Dan vertelt hij over de sprong in een wolk, waar ze niet voor hadden geoefend. Vervolgens over de harde opleiding, samen met de mannen die onder zijn bevel stonden. Over Aziz, de eerste Belg van Marokkaanse afkomst bij de para's, en over Masyn, die voor hij bij de para's kwam garagist was in Menen. En over het geschreeuw van de officieren. De hele dag door. In het bijzonder van Smeets, een Limburger. 'Hub se mich verraaien kamelenfukker!'

Wat dan meteen het bruggetje is terug naar Somalië en de (on)eetbaarheid van kamelenvlees. En het verhaal van Somalische jongetjes die van alles stelen. Tot de post met de cassettebandjes en de brieven aan toe. Hoe dat dan weer leidt (omdat een ferme tik bij die jongetjes niet werkte) tot wat op de beruchte foto in de HUMO te zien was: Twee Belgische para's die een Somalische jongen boven het vuur houden.

Gelukkig valt er ook af en toe wat te lachen. Bijvoorbeeld elke keer als Staelens in het West-Vlaams een van zijn mannen citeert. Een onuitputtelijke bron van vermaak blijft dat West-Vlaams. Of bij het verhaal van de band die eraf loopt, omdat ze die even 'geleend' hebben en daarna niet stevig genoeg aangedraaid: 'Masyn zeide gij ne garagist of ne homo!' Want zo praat een para. Ook tegen zijn maat.

Para is niet alleen zo'n overweldigende voorstelling door de meanderende manier waarop Van Reybrouck die grote hoeveelheid informatie heeft verwerkt, en ook niet alleen door het fenomenale acteren van Bruno Vanden Broecke.

Want misschien wel het belangrijkste is dat Van Reybrouck in Para het perspectief van de dader kiest. Want door te kiezen voor het perspectief van de mannen die verguisd werden na publicatie van foto's als die van het jongetje boven vuur, kun je je als toeschouwer niet op voorhand met Staelens identificeren. Juist de keuze voor de vermeende dader dwingt je onontkoombaar om de vooroordelen die je hebt te onderzoeken, en er bij stil te staan hoe snel je meestal met je oordeel klaarstaat.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Theaterverhaal: Ons geil is de asem van god. Solo Ten Oorlog van Tom Lanoye / Behoud de Begeerte

 

ONS GEIL IS DE ASEM VAN GOD

 

SOLO TEN OORLOG VAN TOM LANOYE / BEHOUD DE BEGEERTE



Door RiRo, geplaatst 15 oktober 2017

Tom Lanoye is schrijver, geen acteur.
Maar hij heeft én de flair én de durf om schaamteloos te zijn. En natuurlijk heel wat ervaring met het op een podium voorlezen uit eigen werk. Maar zijn voorstelling Solo Ten Oorlog is meer dan voorlezen. Lanoye gooit zich er helemaal in. Bij de ooit door hemzelf geschreven regieaanwijzing 'feest en lol' danst hij zelfs het hele podium rond. Met veel kontgedraai en heupgezwaai. 'Hadden jullie niet gedacht hè!', brengt hij nog net uit, voordat hij minutenlang staat uit te hijgen.

Tom Lanoye is schrijver, geen acteur.
Hij bereidt zich ook niet voor als een acteur. Als het publiek in de Stadsschouwburg Amsterdam op maandagavond 9 oktober op weg is naar de zaal, loopt hij - zendertje al in zijn kontzak, microfoontje al op zijn wang - in tegengestelde richting, speurend naar bekenden. In de gang en op de trappen vindt hij blijkbaar niet iedereen die hij zoekt. Want als we uiteindelijk allemaal zitten, komt hij door een zijdeur de zaal in. Onder het roepen van 'Hé Vic!' wurmt hij zich langs vier, vijf anderen in rij zes om de voormalige spits van het tweede van WVHEDW te gaan omhelzen.*

Tom Lanoye is schrijver.
Schrijver van onder andere het twaalf uur durende legendarische stuk Ten Oorlog dat twintig jaar geleden in de regie van Luk Perceval in première ging. Els Dottermans liep bij een repetitie eens weg, vertelt Lanoye, en riep toen kwaad 'Lanoye, voortaan speelt ge uw stukken maar zelf!' Et voila, daar staat hij dan. In zijn eentje in de schouwburg. Twintig jaar later weliswaar. Maar toch.

Tom Lanoye en het schrijverke.**
'Gecomprimeerde betekenis met ritmiek', zo definieert Lanoye poëzie. Dat demonstreert hij vervolgens aan de hand van de vijfvoetige jambe 'tadá tadá tadá tadá tadá' en maakt daar dan ritmische heupbewegingen bij. Wat later vervormt hij Het Schrijverke van Guido Gezelle, 'priester, dichter en knapenschender', tot Het Stijveke, een gedicht waarin een man zijn hand laat glijden in het bad waarin een andere man ligt:

O krinklende winklende waterding,
Met 't zwarte kabotseken aan,
Wat zien ik toch geren uw kopke flink
Al stijf in het waterke staan!
(...)

Ik heb de tekst van Ten Oorlog niet bij de hand, de voorstelling toen ook niet gezien. Dus hoeveel van die seksueel getinte versregels daarin staan, kan ik niet controleren. Maar in Solo Ten Oorlog spuit het alle kanten op. 'Ons geil is de asem van god!', zegt Lanoye. Dat zal dan wel. Ik ben goddeloos, ik heb daar geen verstand van.

*  Vic van de Reijt, uitgever en publicist
** Een schrijverke is een waterkevertje

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Behoud de Begeerte

Recensie: Pointless International brings Poly-interpretability van Discordia en 't Barre Land

 

●●●●○

 

POINTLESS INTERNATIONAL BRINGS POLY-INTERPRETABILITY

 

DISCORDIA EN 'T BARRE LAND



Door RiRo, gezien 12 oktober 2017

De clowns zijn er weer! Wat hebben we lang moeten wachten! Veel te lang! Het is alweer drie jaar geleden dat Coco, Buster, Joey en hun assistent Sugar ons land aandeden. Clowns die met de handen in de zakken opkomen en dan iets komisch creëren uit bijna niks. Maar gelukkig zijn ze er weer! Deze keer 'totally in English'.

Ook nu presenteren Matthias de Koning (Buster), Vincent van den Berg (Joey) en Jorn Heijdenrijk (Coco), bijgestaan door hun 'stagehand' Czeslaw de Wijs (Sugar), klassiekers uit de geschiedenis van de clown-acts. Het begint met De Trechter, waar behalve een trechter ook een fles champagne en een bereidwillig door een toeschouwer afgestaan muntstuk aan te pas komen. Daarna onder meer The Potato and the Cigar (2x) en You have eleven fingers.

Ook in Pointless International brings Poly-interpretability komt de clownerie in de klassieke zin van het woord - de magische trucs, de pantomime - weer vooral voor rekening van Vincent van den Berg en Jorn Heijdenrijk en is de rol van de derde clown, Matthias de Koning als Buster, meer die van de onbegrepene.

Het hoogtepunt van deze voorstelling is de klassieke pantomime-act The Broken Mirror. Nee, het hoogtepunt is de vertolking van de fabel The Dog and the Sparrow van de gebroeders Grimm door Jorn Heijdenrijk. Of misschien toch Red and Yellow door Vincent van den Berg? Ik kan niet kiezen!

Pointless International brings Poly-interpretability is gewoon een aaneenrijging van hoogtepunten. Alle acts, uit de Vaudeville, uit de Commedia dell'arte, worden stuk voor stuk met grote precieze uitgevoerd. Elke act, hoe lang of hoe kort ook, roept op z'n minst een glimlach op.

Pointless International brings Poly-interpretability is weliswaar 'totally in English', toch is language no problem. Nog even dit, dat is toch wel belangrijk: Strictly no elephants!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Pointless International

Theaterverhaal: Alweer Klaas Verpoest! Voor de derde keer in iets meer dan twee weken! Pierrot Lunaire op.21, Het kleine meisje van meneer Linh, Solo Ten Oorlog

 

ALWEER KLAAS VERPOEST! VOOR DE DERDE KEER IN IETS MEER DAN TWEE WEKEN!

 

PIERROT LUNAIRE OP.21, HET KLEINE MEISJE VAN MENEER LINH, SOLO TEN OORLOG



Door RiRo, geplaatst 10 oktober 2017


Ineens duikt Klaas Verpoest met zijn projecties overal op. Of lijkt dat maar zo? Is het me eerder gewoon niet opgevallen? Of heb ik steeds net die voorstellingen laten schieten waarbij hij betrokken was? Hoe dan ook, in iets meer dan twee weken kom ik Klaas Verpoest drie keer tegen.

Gisteravond, maandag 9 oktober, in de Stadsschouwburg Amsterdam duikt hij ineens op als Risjaar Modderfokker den Derde in de Tower naar de zwaar verminkte lijkjes van zijn neefjes staat te kijken. Achter Tom Lanoye die in zijn Solo Ten Oorlog bezig is met het deel over Richard III projecteert Verpoest eerst de tekst met witte letters op een rode achtergrond en meteen daarna met rode letters op een witte achtergrond. En dat voegt echt iets toe aan de voorstelling. Daarna verdwijnen de projecties van Verpoest overigens net zo plotseling als ze zijn gekomen. Zijn slotwoord 'van' doet Lanoye in zijn eentje, heel zachtjes, fluisterend bijna 'Een, twee drie vier, hoedje van, een, twee, drie vier, hoedje van … '. Donker. Applaus.

Iets meer dan een week eerder, op zondag 1 oktober, zie ik hoe Verpoest in De Bourlaschouwburg in Antwerpen Koen De Sutter te hulp schiet, die door ziekte van Gene Bervoets de voorstelling Het kleine meisje van meneer Linh plotseling in zijn eentje moet spelen. Om ons te helpen ons in te leven in een vluchteling die alleen via een tolk met zijn hulpverleners kan praten
pr j ct rt V rp st b v rb ld  n z n  rst z nd r kl nk rs
en meteen daaronder dezelfde zin maar dan met de klinkers.
Heel functioneel is dat!


Dat laatste geldt niet voor de projecties die Verpoest op donderdag 21 september in het Muziekgebouw aan 't IJ over het publiek uitstrooit. Bij Pierrot Lunaire op.21 van Arnold Schönberg door het Vlaamse ensemble Het Collectief en Marianne Pousseur, gedirigeerd door Reinbert de Leeuw, zorgt Verpoest voor de projecties van de liedteksten. Hij laat de tekst van de liederen niet alleen afwisselend van boven naar beneden, van beneden naar boven, van links naar rechts, en van rechts naar links lopen. Hij gebruikt daarbij ook nog eens verschillende lettergroottes. Dat is veel te veel van het goede. Want we willen ook nog af en toe een blik kunnen werpen op het ensemble en op Marianne Pousseur.

Hierboven heb ik wat Klaas Verpoest doet 'projecties' genoemd. Zelf geeft hij er de voorkeur aan zijn manier van werken 'Motion Design' te noemen. Soit. Het zou me niet verbazen als we zijn naam steeds vaker tegen zullen komen bij de credits van concerten en voorstellingen. Want hoewel ik bij mijn eerste kennismaking in het Muziekgebouw aan 't IJ zijn motion design a little bit overdone vond, voegen zijn projecties bij Het kleine meisje van Meneer Linh van Toneelhuis/Guy Cassiers en bij Solo Ten Oorlog van Tom Lanoye/Behoud de Begeerte wel degelijk iets toe.
 
Ga voor meer informatie naar: Klaas Verpoest Motion Design

Recensie: Terror van Senf Theaterpartners & Kik Productions / Peter de Baan

●●●○○

 

TERROR

 

SENF THEATERPARTNERS & KIK PRODUCTIONS / PETER DE BAAN



Door RiRo, gezien 3 oktober 2017


Ferdinand von Schirach (1964) is zowel jurist als schrijver. Sinds 1994 werkt hij als strafrechtadvocaat in Berlijn, daarnaast is hij een van de bekendste Duitse thrillerauteurs. In 2014 schreef Von Schirach het toneelstuk Terror, dat op 3 oktober 2015 gelijktijdig in Berlijn en Frankfurt in première ging. De voorstelling is een internationaal succes en inmiddels al in twintig landen gespeeld. Daar komt Nederland nu bij, met een aan de Nederlandse situatie aangepaste versie.

Terror is een rechtbankdrama. In de regie van Peter de Baan zitten de acteurs achter tafels, allemaal met hun gezicht naar de zaal. De aanklager (Johanna ter Steege) en de advocaat (Khaldoun Elmecky) lopen weliswaar af en toe wat heen en weer, toch is Terror een heel statische voorstelling. Wat vorm betreft is het een soort voorstelling dat je in Nederland en Vlaanderen zelden meer ziet. Eigenlijk zit je gewoon naar een hoorspel te kijken.* 

Voor de vier acteurs die door de regie aan hun stoel gekluisterd zijn, valt het dan ook niet mee om wat van hun spel te maken. Eigenlijk slaagt alleen Jeroen Spitzenberger (als de aangeklaagde piloot majoor Koch) erin om door het gebruik van steeds precies de juiste stiltes zijn personage diepgang te geven. De twee acteurs die af en toe heen en weer lopen, hebben het wat makkelijker. Johanna ter Steege maakt daar goed gebruik van. Maar Elmecky heeft er vooral in zijn slotmonoloog moeite mee om zijn neiging om het allemaal wat groot te spelen en een flinke keel op te zetten een beetje in toom te houden. Wat Terror desondanks toch interessant maakt zijn de redeneringen die Von Schirach de aanklager en de advocaat in de mond legt. En vooral dat wij de jury zijn.

Een vliegtuig met 148 passagiers aan boord wordt gekaapt. De kapers dwingen de piloot koers te zetten naar een voetbalstadion waar op dat moment 54.000 mensen naar een interland kijken. Twee F-16’s proberen het gekaapte toestel van koers te laten veranderen. Dat lukt niet. Zelfs niet na een waarschuwingsschot. Alleen de minister van defensie is bevoegd het bevel te geven om het ultieme middel in te zetten. Dat bevel komt niet. Een van de F-16-piloten neemt het heft in eigen handen, vuurt een sidewinder af, haalt daarmee het passagierstoestel neer, en redt 54.000 levens. Tenlastelegging: moord op 148 mensen. Schuldig of onschuldig?

Als we onze stem hebben uitgebracht, leest rechter Clairy Polak de uitslag voor. Schuldig 226 stemmen, onschuldig 305 stemmen. Dus maar 43% van de toeschouwers vindt schuldig het juiste antwoord. En 57% vindt de piloot onschuldig.** Wat ben ik blij dat we in Nederland geen juryrechtspraak hebben! Rechter Polak leest van de twee versies van het vonnis die ze voor zich heeft, de versie voor die bij onschuldig hoort. Daarin geeft het argument van 'het minste kwaad' de doorslag.

Spoiler Alert!

Tijdens de hele tournee van Terror kun je na de voorstelling in de zaal deelnemen aan een nagesprek onder leiding van Clairy Polak. Ik twijfel even, maar als ik hoor dat dat bij de try-outs interessante discussies had opgeleverd, besluit ik toch maar te blijven. En daar krijg ik geen spijt van. Want nadat er vanuit de zaal al een paar goed onderbouwde stemverklaringen zijn gegeven, komt, volledig onverwacht, Ferdinand von Schirach uit de coulissen.

Het spoiler alert geldt vanaf nu! Dus als je de voorstelling nog wilt zien en niet wilt weten wat volgens Von Schirach zelf de juiste keuze is, schuldig of onschuldig, en waarom dat de juiste keuze is, moet je nu echt niet verder lezen. 

Een voor een fileert Von Schirach de argumenten die hij de advocaat in zijn stuk heeft laten gebruiken. Eerst weerlegt hij heldendom als juridische grond. Hij wijst erop dat in de Griekse mythologie een held altijd ook zelf ten onder gaat. En dat is bij de piloot niet het geval.Vervolgens refereert hij aan de zaak van het ontvoerde bankierszoontje in Frankfurt, meer dan tien jaar geleden, waarbij het een politiefunctionaris lukte de verdachte te laten vertellen waar hij zijn slachtoffer verborgen hield door met foltering te dreigen. Die methode was succesvol, het jongetje werd gevonden, dood weliswaar. De politiefunctionaris werd als held behandeld en bevorderd. Volkomen onjuist aldus Von Schirach, hij had veroordeeld moeten worden wegens het gebruiken van ongeoorloofde middelen. 

Op vergelijkbare manier ontleedt en ontkracht hij alle andere argumenten die hij de advocaat in zijn stuk heeft laten gebruiken. Om samenvattend te besluiten met: 
Het principe is het recht. Genade komt na het recht.

*Hoe je van een zaak waarin juridische en morele overwegingen conflicteren wel boeiend theater kunt maken, liet Firma MES vorig seizoen zien in de voorstelling Rishi, over de zeventienjarige Surinaams-Hindoestaanse Rishi Chandrikasing die op perron vier van station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door een politieagent. In die voorstelling speelden de drie acteurs van Firma MES zesentwintig betrokkenen die terugblikken op die gebeurtenis, allemaal met hun eigen waarheid en perspectief.
 
**Tot nu toe hebben wereldwijd 356.843 juryleden hun stem uitgebracht, 61% van die juryleden vond dat majoor Koch onschuldig is. Je kunt de scores volgen op de website Terror.Theater
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Terror de voorstelling