Recensie: De Parade: Anatol van Nina Spijkers en Keetje van Karina Kroft

●●●●○

 

DE PARADE: ANATOL VAN NINA SPIJKERS EN KEETJE VAN KARINA KROFT   



Door RiRo, gezien 19 augustus 2017 

Twee vrouwelijke regisseurs gaan de uitdaging aan om een klassieker uit de toneelliteratuur in een Paradevoorstelling van een half uur te persen. Dat levert twee juweeltjes op. Nina Spijkers (1988) gaat in Anatol aan de slag met het gelijknamige stuk van Arthur Schnitzler uit 1893. Karina Kroft (1974) met Das Kätchen von Heilbronn van Heinrich von Kleist uit 1808. In beide voorstellingen gaat het over de liefdesperikelen van een heer van stand. In beide voorstellingen valt er heel wat te lachen. En dat moet natuurlijk ook bij een voorstelling op de Parade.

Anatol 

In Anatol van Nina Spijkers zijn we getuige van de amoureuze avonturen van de narcistische womanizer Anatol (Sander Plukaard). Zijn vriend Max (Eva van Gessel) staat hem daarbij steeds met gevraagde of ongevraagde adviezen terzijde. Alle scènes spelen zich af voor, op, of in een oude Opel Corsa. In zeven aktes, waarin hij steeds een andere vrouw weet te veroveren, volgen we hoe de van seks bezeten Anatol bij elk avontuur meer en meer de controle verliest.

In de eerste akte zit Keja Klaasje Kwestro, die alle vrouwenrollen speelt, als Cora op de Corsa. Anatol, die zelf van het ene liefje naar het andere fladdert, wil erachter komen of Cora hem trouw is. Anatol heeft de touwtjes nu nog volledig in handen. Hij brengt haar zelfs onder hypnose, de ultieme manier om iemand in je macht te hebben.

Na elke akte verkleedt Keja Klaasje Kwestro zich in de Corsa razendsnel om in de volgende akte weer een ander liefje van Anatol te spelen. Steeds vaker moet Max daarbij, met gebaren die Anatol wel kan zien maar het liefje in kwestie niet, zijn vried te hulp komen.

De laatste akte speelt zich af op de ochtend van de dag dat Anatol in het huwelijk zal treden. Ilona, het meisje voor één nacht dat hij op zijn laatste avond als vrijgezel mee naar huis heeft genomen, komt er ondanks Anatols pogingen om dat te verbergen, achter dat het zijn trouwdag is. Nu zijn de machtsverhoudingen het tegenovergestelde van die in de eerste akte. Nu is Anatol volledig aan een vrouw overgeleverd, want Ilona heeft de macht zijn huwelijk van die middag onmogelijk te maken. Zijn vriend Max, die al die tijd al heimelijk verliefd op hem is, moet Anatol uit die netelige situatie redden. Dat laat regisseur Nina Spijkers hem doen in een homo-erotische slotscène. Door daarvoor te kiezen, sluit ze zich aan bij de opvatting dat verdrongen homoseksuele gevoelens een verklaring zouden kunnen zijn voor de vele vluchtige affaires die Arthur Schnitzler zelf met vrouwen had.

Al met al maakt Nina Spijkers met Anatol een wervelende paradevoorstelling zonder de klassieker van Schnitzler geweld aan te doen. Integendeel, met het expliciete seksuele taalgebruik en met de hilarische vrijscène in de oude Corsa is het een voorstelling om je vingers bij af te likken.


Keetje

Keetje begint als een riddersprookje met alles wat daarbij hoort. Zwaarden. Paarden. Voorspellende dromen. Maar regisseur Karine Kroft zal er een onverwachte draai aan geven waarmee ze op een niet mis te verstane wijze een statement maakt.

Er zijn drie acteurs, van wie er één, Rein Hofman, 'de regisseur' speelt. Die geeft waar nodig ook samenvattingen, want er is maar een half uur om het hele verhaal te vertellen. En omdat er geen tegenspeler is doet Christopher Parren als graaf Vom Strahl het zwaardgevecht in zijn eentje, in een prachtige in slow motion gespeelde scene.

Sarah Bannier speelt Keetje die verliefd is op de graaf. Ze volgt hem als een hondje maar wordt steeds op botte wijze door hem weggestuurd. Als Bannier opkomt met een pruik om Kunigunde te spelen, grijpt de 'regisseur' in. Hijzelf zal Kunigunde wel even spelen. Net als Keetje, de mooie jonge dochter van de wapensmid, wordt ook actrice Bannier met minachting behandeld. Ze mag hooguit rekwisieten komen brengen.

Halverwege de voorstelling heeft Bannier er genoeg van. Eerst uit ze in een schitterende monoloog haar woede over hoe ze als vrouw door haar mannelijke 'regisseur' wordt behandeld, waarbij ze onder andere Beyoncé citeert, dan loopt ze weg. Ze bekijken het maar, die twee mannen. De hautaine manier waarop in het ridderverhaal met Keetje wordt omgesprongen (totdat blijkt dat ze een onecht kind van de keizer is) trekt regisseur Karina Kroft met die monoloog door naar (de theaterwereld van) nu.

Na enige (gespeelde) aarzeling gaan Rein Hofman en Christopher Parren dan maar met z'n tweeën verder met het ridderverhaal over Vom Strahl, Kunigunde, en Keetje. Dan komt Sarah Bannier toch nog terug. Niet als Keetje, maar als Beyoncé. De technicus schuift de volumeknop op vol: 'Who run the world? Girls!' Als de muziek abrupt eindigt met de titelzin van die song, is dat ook meteen het einde van deze sublieme voorstelling.  

Gezien tijdens DE PARADE

Recensie: Julius Caesar van Orkater en Bostheater

●●●○○

 

JULIUS CAESAR

 

ORKATER EN BOSTHEATER




Door RiRo, gezien 4 augustus 2017  

Julius Caesar van Shakespeare gaat niet over het leven van Caesar maar over zijn dood. Over de redenen voor zijn dood, over de dood zelf, en over de consequenties ervan.

Al vijfhonderd jaar is Rome een republiek maar nu lijkt Caesar uit te zijn op absolute macht. Een aantal Romeinse aristocraten wil dat voorkomen. Daartoe aangezet door de gewetenloze opportunist Cassius smeden ze een moordcomplot.

De werkelijke hoofdpersoon van dit drama is Brutus, de man van de rede, de vriend van Caesar, die geen vijandelijke gevoelens heeft tegen de persoon Caesar. Maar die ervan overtuigd is dat hij handelt in het belang van Rome en zich daarom laat overhalen om de leiding van de samenzwering op zich te nemen. Na de moord maakt Brutus de fatale vergissing om Marcus Antonius toe te staan een toespraak te houden. Die fout leidt tot een burgeroorlog waarin Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus) aan de ene kant staan en Brutus en Cassius aan de andere kant. Voor de laatste twee loopt dat slecht af.

De voorstelling in het openluchttheater in het Amsterdamse bos begint abrupt met een koperkwintet dat op volle kracht losbarst en een giechelende Caesar (Mattias Van de Vijver) die in een witte bontjas over een witte catwalk opkomt om een proloog af te steken in quasi Italiaans. Een sterk begin, in een mooi decor: de witte hand en voet van de Colossus van Constantijn (zodat we weten dat we in het Capitool zijn), het witte stoeltje dat veel te klein is voor de grootheidswaan van Caesar, de zwarte capes van de muzikanten, de kleding van de acteurs met alleen wit, zwart en grijs.

Voor regisseur Michiel de Regt (die samen met acteur Jip van den Dool en dramaturg Wout van Tongeren de tekst bewerkte) is vorm belangrijk. Dus dat deze voorstelling visueel in orde zou zijn, was wel te verwachten. Muziek speelt bij Orkater natuurlijk ook een belangrijke rol. Behalve de vijf blazers bespelen ook de acteurs regelmatig muziekinstrumenten (gitaar, toetsen en percussie).

De bedoeling is om met muziek een extra laag aan te brengen en om dan weer de tekst te versterken dan weer ertegen in te spelen. Natuurlijk geeft dat iets extra's. Maar er zit ook een nadeel aan. Door de vele muzikale intermezzo's duurt het erg lang voor we bij het hoogtepunt van dit drama zijn en voor we bij het sterkste deel van dit stuk komen. We moeten dus behoorlijk lang wachten om te zien en te horen hoe Matthijs van de Sande Bakhuyzen (Brutus) en Jip van den Dool (Marcus Antonius) na de dood van Caesar ons (de Romeinen) met hun toespraken zullen proberen te overtuigen.

De retorische truc waarmee Shakespeare Antonius deze verbale krachtmeting laat winnen, zouden we nu 'framen' noemen. Elke positieve opmerking die hij over de zojuist overleden Caesar maakt, en hij maakt er veel, besluit Antonius op dezelfde manier: 'Maar Brutus zegt dat hij ambitie had, en Brutus is een zeer fatsoenlijk man'. En elke keer dat Antonius die opmerking maakt schuift de betekenis van 'zeer fatsoenlijk man' verder af van de letterlijke betekenis ervan. Jammer dat Van den Dool deze toespraak niet wat kleiner speelt, jammer dat hij niet gewoon de woorden hun werk laat doen. Want Marcus Antonius overtuigt de Romeinen met zijn retorica, niet door veel emotie te tonen, niet door grote gebaren te maken. 

Tot aan de moord is het vooral een luchtige en vermakelijke voorstelling, waarin Mattias Van de Vijver (Caesar) en vooral Erik van der Horst (Casca) alle ruimte krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben. Van der Horst mag (weer) laten zien dat hij én goed kan acteren, én goed gitaar spelen én goed zingen.

Na de moord is het aan Jip van den Dool en Matthijs van de Sande Bakhuyzen om de voorstelling puur op hun acteerkwaliteiten tot een goed einde te brengen. Voor zover je de dood van Cassius (Charlie-Chan Dagelet) en Brutus een goed einde kunt noemen natuurlijk. Dat gaat ze redelijk goed af. Ook omdat vanaf de toespraken bij het lijk van Caesar de inbreng van de muziek bescheidener is. Daardoor is in dit laatste deel de spanningsboog ook wat strakker. En dat is te merken aan het publiek. Dat is nu muisstil. 

Al met al heeft Julius Caesar van Orkater en Bostheater precies de ingrediënten die nodig zijn voor een zomervoorstelling in de open lucht: het is mooi om te zien, er klinkt goede muziek, en er wordt behoorlijk geacteerd.

Julius Caesar van Orkater en Bostheater is tot en met 9 september te zien in het openluchttheater in het Amsterdams bos. Vanaf 11 september is er een tournee door het hele land die in december wordt afgesloten in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Bij de kassa is een boekje te koop met de integrale tekst en veel interessante informatie over de voorstelling.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bostheater