Recensie: Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) van Het Nationale Theater / Theu Boermans

 

●●●●○

 

HET VERZAMELDE WERK VAN WILLIAM SHAKESPEARE (INGEKORT)

 

HET NATIONALE THEATER / THEU BOERMANS



Door RiRo, gezien 8 september 2017

Bij Shakespeare denk je toch aan diepgravende tragedies en komedies. Misschien zelfs aan talige stukken vol metaforen. Of aan historische koningsdrama's over recht en onrecht. Al die tragedies en komedies, al die 37 stukken van Shakespeare, zo inkorten dat je ze op één avond kunt spelen. Kan dat? Drie acteurs die de in totaal 1834 personages uit die stukken vertolken? Ja, dat blijkt te kunnen! De voorstelling Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) is het bewijs. Je kunt die 37 stukken zo comprimeren en zo spelen dat het een hilarische klucht wordt, die zo grappig is dat je als toeschouwer voortdurend in de lach schiet.

Dertig jaar geleden ging The Complete Works of William Shakespeare (abridged) van het rondreizende Amerikaanse theatergezelschap Reduced Shakespeare Company in première. En ze spelen het nog steeds. Toen Reduced Shakespeare Company zo'n twintig jaar geleden Nederland aandeed, zag ik het. Wat ik me daar nu nog van herinner, is vooral dat ik heel veel heb gelachen, en dat de drie acteurs alle drie heel soepel bewegende rondspringende mannen waren.

In Den Haag bij de première van Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) heb ik weer ontzettend moeten lachen. Ook de Nederlandse bewerking is hilarisch. Ik weet niet meer of ik me dat twintig jaar geleden ook al realiseerde, maar dit stuk is een slimme mix van theater voor highbrow Shakespearekenners en voor mensen die alleen een globale kennis hebben van het werk van Shakespeare.

Toen ik weer thuis was, heb ik op YouTube de integrale registratie van het Amerikaanse origineel even bekeken. Wat meteen opvalt, is hoe dicht vertaler Rezy Schumacher en regisseur Theu Boermans in hun bewerking bij het origineel blijven. Met alleen hier en daar een verwijzing naar typisch Nederlandse zaken als GTST en Heel Holland Bakt.

Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) begint vrij rustig. Met eerst een inleiding door een Shakespearekenner en dan Romeo en Julia. Bij Titus Andronicus als kookprogramma en daarna Othello gaat het tempo al wat omhoog. Vanaf de compilatie van Shakespeare's 16 komedies gaat het full speed. En dat blijft zo.

Ook in Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) staan maar drie acteurs. Maar anders dan in het Amerikaanse origineel zijn die niet alle drie gezegend met een soepel lichaam. Jappe Claes en Vincent Linthorst moeten het dan ook meer hebben van hun tekstbehandeling en mimiek dan van hun uitbundige lichaamstaal.

Daarmee kom ik bij de absolute uitblinker in deze voorstelling, bij de acteur die laat zien dat hij in dit genre van ongekend hoog niveau is. Want het is vooral dankzij het fenomenale acteren van Bram Suijker dat Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) de hilarische voorstelling is geworden die het is.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater

Recensie: Hamnet van Dead Centre

●●●●● 

 

HAMNET 

 

DEAD CENTRE

 


Door RiRo, gezien 24 augustus 2017

Hamnet, het is geen typfout, is de nieuwste voorstelling van Dead Centre waarin we kennismaken met Hamnet, de zoon van William Shakespeare die op elfjarige leeftijd overleed. Drie jaar daarna schreef de toneelschrijver Hamlet. Of het verdriet na het overlijden van zijn enige zoon (Hamnet had een tweelingzus, Judith, en een oudere zus, Susanna) Shakespeare aanzette tot het schrijven van Hamlet, is onduidelijk. Maar als publiek ontkomen we er niet aan om bij Hamnet aan Hamlet te denken. En daar maken de theatermakers Ben Kidd en Bush Moukarzel van het Ierse gezelschap Dead Centre op ingenieuze wijze gebruik van.

Hamnet komt op. Een scholier in een hoody, met in zijn rugzak het verzamelde werk van zijn vader, en in zijn broekzak het nieuwste type smartphone. Op een plek buiten ruimte en tijd - hij zou nu 500 jaar zijn maar is nog steeds elf - gooit hij voor de drieënnegentigmiljoenste keer een bal tegen de muur. Want op zijn smartphone heeft hij iets gelezen over het tunneleffect in de kwantummechanica. Wie weet kan hij op de een of andere manier 'de tunnel door' om zijn vader te vinden. Of zijn vader de tunnel door om hem te vinden. Ook als hij in een toneelstuk van zijn vader iets niet begrijpt, pakt hij zijn smartphone. In dat geval om Google een vraag te stellen.

De elfjarige Ollie West speelt Hamnet. Het is haast niet te geloven dat zo'n jonge acteur een voorstelling, die voor het grootste deel een solovoorstelling is, kan dragen. West zegt zijn teksten met precies die lichte ironie die nodig is. Dat alleen al is heel bijzonder. Maar als later in de voorstelling een projectie van (de geest van) zijn vader (gespeeld door Bush Mourkazel) wordt vertoond, heeft West een heel nauwkeurige timing van zijn bewegingen nodig in de dialoog met wat er achter hem gebeurt. Ook dat doet hij prefect.

Technisch is Hamnet een hoogstandje. Met een combinatie van live acteren, opgenomen beelden, en live video worden de twee werelden opgeroepen, de twee uiteinden van 'de tunnel'. Met aan de ene kant Hamnet en aan de andere zijn vader, aan de ene kant de levenden en aan de andere kant (de geesten van) de doden.

Hamnet van Dead Centre blijkt uiteindelijk niet alleen te gaan over wat een kind zich voorstelt bij volwassen worden en volwassen zijn, maar ook over de vraag hoe je omgaat met de dood. De beroemde vraag uit Shakespeare's Hamlet 'to be or not to be' wordt in Hamnet op allerlei manieren onderzocht, maar blijft uiteindelijk onbeantwoord. Ontmoet Hamnet de geest van zijn vader aan het eind van het stuk, of Shakespeare de geest van zijn zoon? Wie van de twee is, en wie van de twee is niet?

Net als vorig jaar toen het meesterlijke Chekhov's First Play van Dead Centre in Nederland alleen in Groningen te zien was, stond ook Hamnet dit jaar alleen een paar dagen op Noorderzon geprogrammeerd. Ik denk dat het tijd wordt dat ook het publiek elders in Nederland kan kennismaken met het werk van Dead Centre.

Gezien op NOORDERZON

Hamnet van Dead Centre ging in april 2017 in première in de Schaubühne in Berlijn.

Recensie: De Parade: Anatol van Nina Spijkers en Keetje van Karina Kroft

●●●●○

 

DE PARADE: ANATOL VAN NINA SPIJKERS EN KEETJE VAN KARINA KROFT   



Door RiRo, gezien 19 augustus 2017 

Twee vrouwelijke regisseurs gaan de uitdaging aan om een klassieker uit de toneelliteratuur in een Paradevoorstelling van een half uur te persen. Dat levert twee juweeltjes op. Nina Spijkers (1988) gaat in Anatol aan de slag met het gelijknamige stuk van Arthur Schnitzler uit 1893. Karina Kroft (1974) met Das Kätchen von Heilbronn van Heinrich von Kleist uit 1808. In beide voorstellingen gaat het over de liefdesperikelen van een heer van stand. In beide voorstellingen valt er heel wat te lachen. En dat moet natuurlijk ook bij een voorstelling op de Parade.

Anatol 

In Anatol van Nina Spijkers zijn we getuige van de amoureuze avonturen van de narcistische womanizer Anatol (Sander Plukaard). Zijn vriend Max (Eva van Gessel) staat hem daarbij steeds met gevraagde of ongevraagde adviezen terzijde. Alle scènes spelen zich af voor, op, of in een oude Opel Corsa. In zeven aktes, waarin hij steeds een andere vrouw weet te veroveren, volgen we hoe de van seks bezeten Anatol bij elk avontuur meer en meer de controle verliest.

In de eerste akte zit Keja Klaasje Kwestro, die alle vrouwenrollen speelt, als Cora op de Corsa. Anatol, die zelf van het ene liefje naar het andere fladdert, wil erachter komen of Cora hem trouw is. Anatol heeft de touwtjes nu nog volledig in handen. Hij brengt haar zelfs onder hypnose, de ultieme manier om iemand in je macht te hebben.

Na elke akte verkleedt Keja Klaasje Kwestro zich in de Corsa razendsnel om in de volgende akte weer een ander liefje van Anatol te spelen. Steeds vaker moet Max daarbij, met gebaren die Anatol wel kan zien maar het liefje in kwestie niet, zijn vried te hulp komen.

De laatste akte speelt zich af op de ochtend van de dag dat Anatol in het huwelijk zal treden. Ilona, het meisje voor één nacht dat hij op zijn laatste avond als vrijgezel mee naar huis heeft genomen, komt er ondanks Anatols pogingen om dat te verbergen, achter dat het zijn trouwdag is. Nu zijn de machtsverhoudingen het tegenovergestelde van die in de eerste akte. Nu is Anatol volledig aan een vrouw overgeleverd, want Ilona heeft de macht zijn huwelijk van die middag onmogelijk te maken. Zijn vriend Max, die al die tijd al heimelijk verliefd op hem is, moet Anatol uit die netelige situatie redden. Dat laat regisseur Nina Spijkers hem doen in een homo-erotische slotscène. Door daarvoor te kiezen, sluit ze zich aan bij de opvatting dat verdrongen homoseksuele gevoelens een verklaring zouden kunnen zijn voor de vele vluchtige affaires die Arthur Schnitzler zelf met vrouwen had.

Al met al maakt Nina Spijkers met Anatol een wervelende paradevoorstelling zonder de klassieker van Schnitzler geweld aan te doen. Integendeel, met het expliciete seksuele taalgebruik en met de hilarische vrijscène in de oude Corsa is het een voorstelling om je vingers bij af te likken.


Keetje

Keetje begint als een riddersprookje met alles wat daarbij hoort. Zwaarden. Paarden. Voorspellende dromen. Maar regisseur Karine Kroft zal er een onverwachte draai aan geven waarmee ze op een niet mis te verstane wijze een statement maakt.

Er zijn drie acteurs, van wie er één, Rein Hofman, 'de regisseur' speelt. Die geeft waar nodig ook samenvattingen, want er is maar een half uur om het hele verhaal te vertellen. En omdat er geen tegenspeler is doet Christopher Parren als graaf Vom Strahl het zwaardgevecht in zijn eentje, in een prachtige in slow motion gespeelde scene.

Sarah Bannier speelt Keetje die verliefd is op de graaf. Ze volgt hem als een hondje maar wordt steeds op botte wijze door hem weggestuurd. Als Bannier opkomt met een pruik om Kunigunde te spelen, grijpt de 'regisseur' in. Hijzelf zal Kunigunde wel even spelen. Net als Keetje, de mooie jonge dochter van de wapensmid, wordt ook actrice Bannier met minachting behandeld. Ze mag hooguit rekwisieten komen brengen.

Halverwege de voorstelling heeft Bannier er genoeg van. Eerst uit ze in een schitterende monoloog haar woede over hoe ze als vrouw door haar mannelijke 'regisseur' wordt behandeld, waarbij ze onder andere Beyoncé citeert, dan loopt ze weg. Ze bekijken het maar, die twee mannen. De hautaine manier waarop in het ridderverhaal met Keetje wordt omgesprongen (totdat blijkt dat ze een onecht kind van de keizer is) trekt regisseur Karina Kroft met die monoloog door naar (de theaterwereld van) nu.

Na enige (gespeelde) aarzeling gaan Rein Hofman en Christopher Parren dan maar met z'n tweeën verder met het ridderverhaal over Vom Strahl, Kunigunde, en Keetje. Dan komt Sarah Bannier toch nog terug. Niet als Keetje, maar als Beyoncé. De technicus schuift de volumeknop op vol: 'Who run the world? Girls!' Als de muziek abrupt eindigt met de titelzin van die song, is dat ook meteen het einde van deze sublieme voorstelling.  

Gezien tijdens DE PARADE

Recensie: Julius Caesar van Orkater en Bostheater

●●●○○

 

JULIUS CAESAR

 

ORKATER EN BOSTHEATER




Door RiRo, gezien 4 augustus 2017  

Julius Caesar van Shakespeare gaat niet over het leven van Caesar maar over zijn dood. Over de redenen voor zijn dood, over de dood zelf, en over de consequenties ervan.

Al vijfhonderd jaar is Rome een republiek maar nu lijkt Caesar uit te zijn op absolute macht. Een aantal Romeinse aristocraten wil dat voorkomen. Daartoe aangezet door de gewetenloze opportunist Cassius smeden ze een moordcomplot.

De werkelijke hoofdpersoon van dit drama is Brutus, de man van de rede, de vriend van Caesar, die geen vijandelijke gevoelens heeft tegen de persoon Caesar. Maar die ervan overtuigd is dat hij handelt in het belang van Rome en zich daarom laat overhalen om de leiding van de samenzwering op zich te nemen. Na de moord maakt Brutus de fatale vergissing om Marcus Antonius toe te staan een toespraak te houden. Die fout leidt tot een burgeroorlog waarin Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus) aan de ene kant staan en Brutus en Cassius aan de andere kant. Voor de laatste twee loopt dat slecht af.

De voorstelling in het openluchttheater in het Amsterdamse bos begint abrupt met een koperkwintet dat op volle kracht losbarst en een giechelende Caesar (Mattias Van de Vijver) die in een witte bontjas over een witte catwalk opkomt om een proloog af te steken in quasi Italiaans. Een sterk begin, in een mooi decor: de witte hand en voet van de Colossus van Constantijn (zodat we weten dat we in het Capitool zijn), het witte stoeltje dat veel te klein is voor de grootheidswaan van Caesar, de zwarte capes van de muzikanten, de kleding van de acteurs met alleen wit, zwart en grijs.

Voor regisseur Michiel de Regt (die samen met acteur Jip van den Dool en dramaturg Wout van Tongeren de tekst bewerkte) is vorm belangrijk. Dus dat deze voorstelling visueel in orde zou zijn, was wel te verwachten. Muziek speelt bij Orkater natuurlijk ook een belangrijke rol. Behalve de vijf blazers bespelen ook de acteurs regelmatig muziekinstrumenten (gitaar, toetsen en percussie).

De bedoeling is om met muziek een extra laag aan te brengen en om dan weer de tekst te versterken dan weer ertegen in te spelen. Natuurlijk geeft dat iets extra's. Maar er zit ook een nadeel aan. Door de vele muzikale intermezzo's duurt het erg lang voor we bij het hoogtepunt van dit drama zijn en voor we bij het sterkste deel van dit stuk komen. We moeten dus behoorlijk lang wachten om te zien en te horen hoe Matthijs van de Sande Bakhuyzen (Brutus) en Jip van den Dool (Marcus Antonius) na de dood van Caesar ons (de Romeinen) met hun toespraken zullen proberen te overtuigen.

De retorische truc waarmee Shakespeare Antonius deze verbale krachtmeting laat winnen, zouden we nu 'framen' noemen. Elke positieve opmerking die hij over de zojuist overleden Caesar maakt, en hij maakt er veel, besluit Antonius op dezelfde manier: 'Maar Brutus zegt dat hij ambitie had, en Brutus is een zeer fatsoenlijk man'. En elke keer dat Antonius die opmerking maakt schuift de betekenis van 'zeer fatsoenlijk man' verder af van de letterlijke betekenis ervan. Jammer dat Van den Dool deze toespraak niet wat kleiner speelt, jammer dat hij niet gewoon de woorden hun werk laat doen. Want Marcus Antonius overtuigt de Romeinen met zijn retorica, niet door veel emotie te tonen, niet door grote gebaren te maken. 

Tot aan de moord is het vooral een luchtige en vermakelijke voorstelling, waarin Mattias Van de Vijver (Caesar) en vooral Erik van der Horst (Casca) alle ruimte krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben. Van der Horst mag (weer) laten zien dat hij én goed kan acteren, én goed gitaar spelen én goed zingen.

Na de moord is het aan Jip van den Dool en Matthijs van de Sande Bakhuyzen om de voorstelling puur op hun acteerkwaliteiten tot een goed einde te brengen. Voor zover je de dood van Cassius (Charlie-Chan Dagelet) en Brutus een goed einde kunt noemen natuurlijk. Dat gaat ze redelijk goed af. Ook omdat vanaf de toespraken bij het lijk van Caesar de inbreng van de muziek bescheidener is. Daardoor is in dit laatste deel de spanningsboog ook wat strakker. En dat is te merken aan het publiek. Dat is nu muisstil. 

Al met al heeft Julius Caesar van Orkater en Bostheater precies de ingrediënten die nodig zijn voor een zomervoorstelling in de open lucht: het is mooi om te zien, er klinkt goede muziek, en er wordt behoorlijk geacteerd.

Julius Caesar van Orkater en Bostheater is tot en met 9 september te zien in het openluchttheater in het Amsterdams bos. Vanaf 11 september is er een tournee door het hele land die in december wordt afgesloten in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Bij de kassa is een boekje te koop met de integrale tekst en veel interessante informatie over de voorstelling.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bostheater

Recensie: Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels van Timen Jan Veenstra/Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 1, TUSSEN WERVEN EN HOTELS


TIMEN JAN VEENSTRA / OLIVIER DIEPENHORST   



Door RiRo, gezien 16 juli 2017 

Soms vraag je je bij een locatievoorstelling af wat zo'n plek in godsnaam toevoegt aan de voorstelling. En waarom je nou zo nodig eerst naar een verzamelpunt moest om daarna als kleuters achter een vrijwilligster naar weer een andere plek te lopen. Waar je dan een poncho krijgt voor je weet maar nooit, en op een tribune in de open lucht moet gaan zitten.

Bij Tussen werven en hotels is dat anders. Vrijwel meteen nadat Stefan Rokebrand de eerste woorden van de door Timen Jan Veenstra geschreven theatermonoloog heeft uitgesproken, weet je het. Er was maar één manier om op die speellocatie te komen die recht zou doen aan de voorstelling: Lopen vanaf het Zonneplein. En er was maar één locatie waar die voorstelling kon worden gespeeld: Het pleintje bij De Sacramentskerk aan de Kometensingel.

Tussen werven en hotels is het eerste deel van een vierluik van toneelschrijver Timen Jan Veenstra over Amsterdam en gaat over Amsterdam Noord, over Tuindorp Oostzaan. Veenstra deed uitgebreid onderzoek, dook in de archieven, en interviewde zowel arbeiders en hun vrouwen en kinderen uit de tijd van de werven en de kranen, als nieuwe bewoners van Noord die nog niet zolang geleden het IJ zijn overgestoken. Het resultaat: een theatermonoloog van een pater die in 1971 het huis betrok tegenover wat toen nog Kerk van het Allerheiligste Sacrament heette. Een monoloog waarin die pater - kenner bij uitstek van wat er veranderde en van wat dat met mensen deed - zijn verhalen en zijn persoonlijke herinneringen vertelt.

Tot hij in 2005 overleed was pater Jos Kobessen ruim dertig jaar steun en toeverlaat geweest voor de bewoners van Tuindorp Oostzaan. Acteur Stefan Rokebrand, bruine pantalon, overhemd met stropdas met daar overheen een paarse trui, legt zijn hand op de deur van de kerk: 'Als deze deuren open konden, zou ik u als eerste de eikenhouten banken laten zien. Tien rijen aan weerskanten, plek voor driehonderd man met de kansel daarachter en ondertussen de zon die uit de kleine ramen daarboven precies genoeg naar binnen scheen. Uw gezichten net genoeg belicht.'

De tekst begint beschrijvend. Om ons in te wijden in waar we zijn en waar het over gaat, veronderstel ik. Maar al snel wordt het verhaal van eerst de werven, de kranen en de halfgebouwde schepen, tot later het werkeloos toekijken hoe slechts één kraan mocht blijven, al snel wordt dat verhaal meer poëzie dan proza. Door de manier waarop Veenstra het materiaal dat hij tijdens zijn research heeft verzameld door pater Kobessen laat vertellen, is het een verhalend gedicht geworden. Tussen werven en hotels is een theatermonoloog van alleen maar welluidende zinnen, een tekst om stil van te worden.

Door zijn dictie en door op precies de goede momenten rust in te bouwen weet Stefan Rokebrand ons met die prachtige tekst, in een sobere maar functionele regie van Olivier Diepenhorst, ruim een uur lang te boeien en te ontroeren. Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels is voor zowel 'Noorderlingen' als voor Amsterdammers van de andere kant van het IJ dan ook een must. 

Gezien tijdens OVER HET IJ FESTIVAL

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016 - 2017

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016-2017


Door RiRo, 28 juni 2017

Van de vijftig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   De dingen die voorbijgaan van Toneelgroep Amsterdam / Ivo Van Hove
2.   Volpone van Dood Paard
3.   De Warme Winkel speelt De Warme Winkel van De Warme Winkel
4.   De Vader van Senf Theaterpartners i.s.m. Kik Productions
5.   Het leven is droom van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst
6.   Risjaar Drei van Toneelhuis / Olympique Dramatique
7.   Ne Swarte van Bloet, Comp.Marius, Kaaitheater / Jan Decorte 
8.   The Nation (1-3) van Het Nationale Theater / Eric de Vroedt
9.   Troje Trilogie van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem
10.  Onschuld van De Roovers

Een bijzondere vermelding krijgt Chekhov’s First Play van Dead Centre die bij RiRoToneelrecensies niet onopgemerkt is gebleven. Intelligent, ingenieus en verrassend. Maar uit Dublin. En dus niet uit Nederland of Vlaanderen. 

Recensie: The Dreamers van Toneelacademie Maastricht/Charli Chung

●●●●○


THE DREAMERS

 

TONEELACADEMIE MAASTRICHT / CHARLI CHUNG



Door RiRo, geplaatst 19 juni 2017   

Parijs, mei 1968. De tweeling Theo en Isabelle is elke dag in de Cinématèque te vinden om films te zien. Daar ontmoeten ze de Amerikaanse student Matthew, ook een filmfanaat. De voorstelling begint als de Cinématèque voorlopig gesloten blijkt. Verontwaardigd trekken Theo en Isabelle zich terug in het ruime appartement waar ze met hun niet bepaald onbemiddelde ouders wonen. Die zijn nu met vakantie. Ze overreden Matthew om zijn sobere hotelkamer op te zeggen en bij hen in te trekken.

Terwijl buiten andere studenten in gevecht zijn met de politie, betrekken Theo en Isabelle de wat schuchtere Matthew bij hun favoriete spelletje: wie niet op tijd een door een van de twee nagespeelde filmscène herkent, moet een opdracht uitvoeren. Wanneer Isabelle een door Theo gespeelde sterfscène uit Scarface niet herkent, is zijn opdracht aan zijn zus om seks te hebben met Matthew, terwijl hij toekijkt.

De afstudeervoorstelling The Dreamers is een toneelbewerking van de gelijknamige film van Bernardo Bertolucci uit 2003. Van de drie acteurs in de toneelbewerking valt Marius Mensink als Matthew me het meest op. Hij speelt niet alleen heel goed, ik vind hem ook wel wat hebben van Jake Gyllenhaal. Als ik, nadat ik de film nog eens heb bekeken, even op IMDb kijk, lees ik daar dat Gyllenhaal eigenlijk de eerste keus was van Bertolucci voor de rol van Matthew. Maar dat hij weigerde vanwege de expliciete naaktscènes. Goede casting dus die Mensink als Matthew.

Als regisseur sta je bij een toneelbewerking van een film altijd voor de vraag wat je weglaat en waar je het accent legt. Charli Chung (1995) heeft de goede keuzes gemaakt. Pas helemaal aan het eind laat hij de studentenopstand in een monoloog van Matthew de voorstelling inkomen. Ook de ouders van de tweeling die in de film tussendoor even thuis komen, glimlachend zien hoe hun kinderen verstrengeld met een andere jongen in bed liggen, en zo zachtjes mogelijk weer weggaan, heeft Chung er helemaal uit gelaten. Terecht.

Chung concentreert zich volledig op de drie jonge mensen die onderzoeken wie ze zijn, vooral op seksueel gebied, met de droomwereld van hun favoriete films als speelterrein. Hij probeert niet om met de manier waarop hij de acteurs laat spelen en met hoe het eruitziet zo dicht mogelijk bij de film te blijven. Wat bijvoorbeeld Anna Verkouteren Jansen met haar toneelbewerking van The Lobster wel doet. Chung kiest zijn eigen weg, zowel als acteursregisseur als met zijn beeldtaal, en zet met The Dreamers duidelijk zijn handtekening als veelbelovende jonge regisseur. Ik zou het niet gek vinden als zijn voorstelling na het ITS Festival nog een tournee gaat maken.

The Dreamers en ook The Lobster (en nog veel meer afstudeervoorstellingen uit Nederland en België) zijn te zien op het ITS Fesival in Amsterdam, dat duurt van woensdag 21 juni t/m zondag 25 juni.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het ITS Festival

Recensie: 887 van Ex Machina/Robert Lepage

●●●●● 

 

887

 

EX MACHINA / ROBERT LEPAGE




Door RiRo, gezien 16 juni 2017


Als het zaallicht nog aan is, richt Robert Lepage (1957) zich rechtstreeks tot het publiek. Hij wil even iets zeggen voor de voorstelling begint. Achteraf blijkt hij dan al te zijn begonnen. Ruim twee uur zal hij aan het woord blijven met een gemak dat zijn jarenlange ervaring als theatermaker verraadt.

Op een meeslepende manier neemt Lepage ons mee in zijn herinneringen. Staand naast een maquette van het appartementencomplex met huisnummer 887 aan de Murray Avenue in Quebec City waar hij opgroeide, vertelt hij anekdotes over zijn buren en over zijn vader die als taxichauffeur zijn brood verdiende.

Maar herinneringen verlopen niet lineair maar associatief. En persoonlijke en maatschappelijke gebeurtenissen komen daarin door elkaar naar boven. Dus ook de voorstelling heeft zo'n associatieve structuur, waarbij het persoonlijke en het maatschappelijke met elkaar verweven raken vanaf het moment dat Lepage de acties van het Front de Libération du Quebec in zijn verhaal vervlecht.

Rode draad is de poging van Lepage om het drie pagina's lange Speak White uit 1968 van de Quebecse dichter Michèle Lalonde uit zijn hoofd te leren. Speak white was de term die de blanke heersers in Noord-Amerika gebruikten om hun zwarte ondergeschikten te verbieden hun eigen taal te gebruiken. Lalonde zette dat om naar een gedicht waarin de discriminatie van de Franstalige meerderheid door de Engelssprekende minderheid in het Quebec van de zestiger jaren aan de kaak werd gesteld.

Niet alleen de rijkdom van de tekst en de superieure manier waarop Lepage die over het voetlicht brengt maakt 887 tot een memorabele voorstelling. Ook het ogenschijnlijk eenvoudige maar in werkelijkheid complexe decor (Steve Blanchet), waarin met het draaien van een paneel of het openen van een miniatuurdeur de herinneringen van Lepage zichtbaar worden gemaakt, draagt bij aan de magie van de voorstelling. Met daarbovenop ook nog eens het door Félix Fradet-Faguy ontworpen geavanceerde gebruik van live video, footage van televisie en film, én radiografisch bestuurde auto's.

In 887 creëert Lepage ruim twee uur lang de illusie dat we naar een solovoorstelling zitten te kijken. Pas bij het applaus zien we hoeveel technici die betovering mogelijk hebben gemaakt. Het slot, waarbij Lepage in de huid van zijn door hem bewonderde vader kruipt, is van grote schoonheid. Een waardig slot voor een virtuoos, grappig, en ontroerend meesterwerk.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Obsession van Barbican en Toneelgroep Amsterdam/Ivo Van Hove

●●●●○

 

OBSESSION


BARBICAN EN TONEELGROEP AMSTERDAM / IVO VAN HOVE  




Door RiRo, gezien 10 juni 2017 


Ik zie Obsession in Carré voor het eerst en ben dan ook uiterst verbaasd als ik bij thuiskomst op de website van Toneelgroep Amsterdam de eensgezindheid zie van de recensenten na de première in april in Londen. Boven alle zes Nederlandse recensies staan drie sterren. Net als boven acht van de negen Engelse kritieken. Drie sterren maar! Ik kan hier toch echt niet maar drie van die groene ballen boven zetten, daarvoor is wat ik nu in Carré zie veel te goed. Heb ik wel dezelfde voorstelling gezien als de recensenten die er in april in Londen bij waren?

Het zou natuurlijk kunnen dat Jude Law (als Gino) en Halina Reijn (als Hanna) ondertussen beter op elkaar zijn ingespeeld en dat daardoor de broeierigheid van hun fatale liefde nu beter tot zijn recht komt. Mogelijk spelen ook de aanpassingen die Van Hove heeft gedaan voor het spelen in Carré een rol. Hij heeft zoals hij in een interview zegt 'het decor nu door de opening heen gebouwd, dat heeft enorm geholpen'. Misschien was de afstand in Londen net wat te groot waardoor het niet goed lukte om contact tussen spelers en publiek te creëren.

In Carré zijn de voorste rijen weggehaald om vooral de intieme scènes dichterbij te brengen. En omdat ik ook nog eens bijna helemaal vooraan zit (nog bedankt Marlene voor die mooie plaatsen) spelen de prachtig gechoreografeerde vrijscène tussen Gino en Hanna en de scènes met Jude Law en Robbert de Hoog zich zo'n beetje vlak voor mijn voeten af. Dat zal misschien ook wel hebben geholpen. Hoe dan ook, de voorstelling zoals die nu in Carré staat, is overduidelijk niet de middelmatige voorstelling dat het rijtje driesterrenrecensies over de première in Londen suggereert.

Nu de recensie hier toch al een beetje de kant op is gegaan van een recensie over de recensies van april, nog een paar opmerkingen daarover. Er is kritiek op de tekst. Die zou niet diepgaand genoeg zijn. Ik zou zeggen, bekijk de film nog eens, ook daar is het niet de tekst maar het spel dat het doet. En de buitenopnamen. Maar die kun je nou eenmaal niet naar het toneel overbrengen.

Sommige Engelse recensenten vinden zo'n liefdesverhaaltje als in Obsession niet politiek genoeg. Die zitten duidelijk nog met Roman Tragedies in hun hoofd. Weer zeg ik, bekijk de film nog eens. Ossessione van Visconti kwam uit in 1943, in de tijd van Mussolini dus, politiek aan de orde laten komen kon helemaal niet. 

Ook zonder dat werd de film toen overigens verboden. Buitenechtelijke liefde en een zweem van een hint naar homoseksualiteit (Gino en lo Spanjolo) was daarvoor al ruimschoots voldoende. In de voorstelling komt die homo-erotische component overigens iets explicieter aan de orde in de scènes tussen Gino en Johnny. Met een uitblinkende Robbert de Hoog als Johnny.

Obsession zoals de voorstelling nu is geworden doet volledig recht aan de debuutfilm van Visconti. De lijfelijke manier van acteren die de spelers van Toneelgroep Amsterdam gewend zijn, is precies wat dit verhaal nodig had om het tot een zeer onderhoudende voorstelling te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: En manque van Théâtre de Vidy, Compagnie Friche 22.66 / Vincent Macaigne

●●●○○

 

EN MANQUE

 

THEATRE DE VIDY, COMPAGNIE 22.66 / VINCENT MACAIGNE




Door RiRo, gezien 7 juni 2017  

Twee dagen na de uiterst actuele eerste drie delen van The Nation van Eric de Vroedt zie ik een voorstelling van een theatermaker die zich juist totaal niet richt op de actualiteit. Een grotere tegenstelling is haast niet denkbaar. Vincent Macaigne (tekst, regie en scenografie) wil met En manque de toeschouwers pure, rauwe emoties laten ervaren. Dat doet hij door een combinatie van beeldende kunst, bewegingstheater, teksttoneel en niet te vergeten soudscapes. Want de volumeknop gaat helemaal open (er worden oordopjes uitgedeeld). 

Vier personages doen verwoede pogingen om hun levenslust terug te krijgen, om over hun gemis (manque) aan liefde, aan verlangen heen te komen. Vincent Macaigne doet daarbij niet aan psychologische ontwikkelingen of sociologische verklaringen. Hij confronteert ons met zijn opvattingen over de dubbelzinnig van het bestaan, met zijn ideeën over liefde, intimiteit, woede en angst door ze met kracht de zaal in te slingeren. Bij de vouw, de man, en bij hun oudste dochter en haar vriendin overheersen daarbij woede en agressie. Alleen bij de jongste dochter, een kind nog, gekleed in een T-shirt met de iconische afbeelding van Che Guevarra, is er in eerste instantie nog onschuld zichtbaar.

Europa is uit elkaar gespat. Maar de depressieve Sofia Burini (Sofia Teillet), straatarm geboren beneden in de vallei, en steenrijk geworden door haar huwelijk met een man van boven, heeft alle kunstschatten van het uit elkaar gevallen Europa gered door ze op te kopen en in een galerie onder te brengen. Haar oudste dochter Liza (Liza Lapert) heeft een haat-liefde verhouding met haar moeder. Ondanks het feit dat ze op de best denkbare scholen heeft gezeten, leidt ze samen met haar vriendin Clara (Clara Lama-Schmidt) een anarchistisch revolutionaire groep.

Het verhaal in En manque, voor zover je bij deze voorstelling überhaupt over een verhaal kunt spreken, zou je kunnen zien als metafoor voor een maatschappij waarin de rijken de armen volledig hebben leeggezogen. En waarin ouders die in de zestiger jaren hippies waren en fan van de Rolling Stones (tijdens de voorstelling zien we op Facebook dat Mick Jagger zojuist is overleden) en die hun kinderen acid gaven om ze rustig te houden, daar nu de wrange vruchten van plukken.

En manque is theater als een schreeuw (a la Munch), waarin woede en pijn overheersen en het verlangen nog maar net zichtbaar blijft. Macaigne zet daarbij niet alleen overdonderend en keihard geluid in en liters nepbloed. Aan het eind als er, zoals dat nou eenmaal gaat bij toneel, gestorven wordt, veranderen zeshonderd liter water de speelvloer van het Compagnietheater in een ware modderpoel. 

En manque is een voorstelling waaraan je je flink kunt ergeren. Maar als je je niet verzet, als je je mee laat voeren in de gewelddadige magie van het verlangen die Macaigne in En manque creëert, ga je na een bijzondere theaterervaring toch tevreden naar huis.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: The Nation (1-3) van Het Nationale Theater/Eric de Vroedt

●●●●○

 

THE NATION (1-3)


HET NATIONALE THEATER / ERIC DE VROEDT   




Door RiRo, gezien 5 juni 2017 

De eerste drie afleveringen van de zesdelige theaterserie The Nation gaan nu op het Holland Festival in première. En die eerste drie zijn heel goed. Ook bij Het Nationale Theater laat De Vroedt (concept, tekst en regie) zien dat hij net als eerder in zijn tiendelige serie Mightysociety boeiend en meeslepend toneel kan maken over actuele maatschappelijke kwesties. In Mightysociety had elk deel een ander onderwerp. Dat is nu anders. In The Nation volgen we in zes afleveringen dezelfde personages. Met als rode draad de verdwijning van de elfjarige Ismaël.

Het eerste deel heeft de vorm van een aflevering van een politieserie. Het is mei 2018, de elfjarige Ismaël heeft een steen gegooid door de ruit van een binnenkort te openen wijnbar voor emanciperende moslima's. Rechercheur Mark van Ommeren van de Rijksrecherche (Bram Coopmans) komt op politbureau Heemstraat in de Haagse Schilderswijk om onderzoek te doen in verband met het brute optreden van motoragent Wilzen (Mark Rietman) bij de aanhouding van Ismaël voorafgaand aan diens verdwijning.

In het tweede deel zijn we in een televisiestudio getuige van de opname van een aflevering van de talkshow Kuypers waarin de pleegouders en de moeder van de vermiste Ismaël gasten zijn, en waarin presentator Lineke Kuypers (Anniek Pheifer) moet toezien, of graag wil toezien, hoe politicus Wouter Wolff (Hein van der Heiden) in aanvaring komt met de Trumpiaanse vastgoedproleet Sjoerd van der Poot (Mark Rietman). Waarna Ismaëls halfbroer Damir (Vanja Rukavina) de talkshowgasten, het studiopersoneel en het publiek gijzelt.

Het derde deel is gebaseerd op weer een ander televisiegenre, de soap. Het is inmiddels de zevende dag dat Ismaël is vermist, en we kijken nu als voyeurs mee in de woonkamers van de personages waarmee we in de vorige twee afleveringen hebben kennisgemaakt. En in de spreekkamer van therapeut Hester Keursma (Tamar van den Dop) waar Damir in het kader van zijn deradicaliseringstraject praat over zijn en Ismaëls uit Bosnië gevlucht vader Adem Ahmedovic.

Na elke aflevering zien we op een groot scherm het commentaar van vlogger De Beer van 's Gravenhage, gespeeld door Saman Amini. De teksten van die vlogs werden geschreven door Joeri Vos.

The Nation gaat in het eerste deel meteen vol vaart los, waarbij Bram Coopmans als de rechercheur en de door Anniek Pheifer gespeelde Haagse agente als elkaars volledige tegenpolen meteen voor spanning zorgen. Ben heel benieuwd of die twee in de drie delen die nog moeten komen misschien toch iets met elkaar krijgen. Uitblinker in dit deel is Mark Rietman als horkerige motoragent.

Het tweede deel begint hilarisch, dankzij weer Rietman, nu als vastgoedproleet. Daarna zakt het een klein beetje in, het gesprek aan tafel bij de talkshow duurt net iets te lang. Maar als Vanja Rukavina als Damir de studio bezet en ons de stuipen op het lijf komt jagen, zit de vaart er weer goed in.

Het derde deel is wat bezadigder, maar dat past bij de soapformule. Mark Rietman heeft in deze aflevering geen rol. Voordeel is dat de andere acteurs de tijd en de kans krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben. Vooral Romana Vrede als de moeder van Ismaël maakt daar goed gebruik van.

Al met al is The Nation tot nu toe een heel goed gemaakte, heel spannende, en heel relevante serie voorstellingen. Eric de Vroedt bewijst opnieuw dat hij theater kan maken dat bovenop de realiteit zit, en dat ondanks de zwaarte van de onderwerpen toch heel toegankelijk is.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

In oktober gaat The Nation door met de werkvoorstellingen van de volgende drie delen. Op zondag 5 november 2017 is de première van de marathonvoorstelling The Nation (1-6) in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Met daarna een landelijke tournee.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater

Recensie: Democracy in America van Romeo Castellucci & Socìetas

●●○○○  


DEMOCRACY IN AMERICA


ROMEO CASTELLUCCI & SOCIETAS



Door RiRo, gezien 4 juni 2017

In La Democrazia in America, heel vrij gebaseerd op De la démocratie en Amérique van Alexis de Tocqeuville, neemt Romeo Catellucci ons mee naar het Amerika in de tijd van de 'settlers'.

Ruim een jaar geleden besloten broer en zus Castellucci weliswaar voortaan artistiek hun eigen weg te gaan, maar Claudia Castellucci schreef nog wel de tekst voor Democracy in America. Die tekst bestaat uit twee dialogen. De ene is die tussen een in armoede levend boerenechtpaar waarvan de vrouw wanhopig is en God vervloekt omdat hij hen dit aandoet. En waarvan de man niets beters weet te bedenken dan te citeren uit de Bergrede: 'Vraag en er zal je gegeven worden'.

Omdat de boerin in haar wanhoop haar jongste dochter heeft verkocht in ruil voor zaden en gereedschap, moet de gemeenschap waarin ze leeft een straf bedenken. Dat gebeurt achter een wazig scherm waar identiek gekostumeerde dansers allerlei rituele choreografieën uitvoeren. Volgens de voorstellingsinformatie zijn die geïnspireerd op traditionele volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië.

De tweede dialoog is in de taal van de Ojibweg, indianen die vooral in het noorden van de Verenigde Staten en Canada leven. Twee indianen vragen zich af of het een goed idee is om de taal van de kolonisten te leren.

De twee door Claudia Castellucci geschreven dialogen vormen de basis voor een verder grotendeels visuele voorstelling waarbij twee dingen opvallen. Het eerste is dat er ten opzichte van drie maanden geleden toen Democracy in America in Antwerpen te zien was én scènes zijn geschrapt én de volgorde van de overgebleven scènes is gewijzigd. We beginnen nu niet met de namen van rivieren en getallen, maar met vlaggen en letters. Dansers met een vlag met één letter erop vormen eerst de woorden DEMOCRACY IN AMERICA en gaan daarna via COCAINE ARMY MEDIOCARE naar kortere woorden met vooral namen van landen zoals IRAN.

Het tweede dat opvalt is dat niet alleen die beginscène maar dat alle scènes, zowel de gesproken als de gedanste achter het wazige scherm, veel te lang duren. Nogal wat toeschouwers, soms vanuit het midden van een rij, verlaten voortijdig de zaal. Ik zie toeschouwers die hun telefoon niet nodig hebben om te zien hoe laat het is, omdat ze een horloge dragen, daar regelmatig op kijken. Het feit dat ik ruimschoots de gelegenheid had om dat allemaal te observeren, zegt wel genoeg denk ik.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Niemandsland van Bellevue Lunchtheater/Eva Tijken

●●●●○

 

NIEMANDSLAND

 

BELLEVUE LUNCHTHEATER / EVA TIJKEN  




Door RiRo, gezien 28 mei 2017 


Een pianist is na veertien jaar terug in de stad waar hij woonde met zijn moeder en een dienstmeisje. Vanavond geeft hij een concert in het concertgebouw, vanmiddag heeft hij een afspraak met het dienstmeisje dat eenentwintig was toen hij wegging. Bij de oude vijgenboom. Bij hún oude vijgenboom. Achter hen is het kruis zichtbaar van het graf van de moeder die bijna een jaar geleden is gestorven.

Alwin Pulinckx en Anne-Chris Schulting die de pianist en het dienstmeisje spelen, kende ik al wel, ik heb ze allebei vaker zien spelen. Maar Niemandsland is voor mij zowel de eerste kennismaking met het werk van Eva Jansen Manenschijn (1991), die de tekst schreef, als met regisseur Eva Tijken (1987). Ik noteer die namen meteen, want ik ben behoorlijk onder de indruk. De spanningsboog is in Niemandsland perfect, op geen enkel moment zakt de voorstelling zelfs maar heel even in. De voorstelling die een uur duurt, is een uur spannend.

Centraal in het verhaal staat de rol die de inmiddels overleden moeder heeft gespeeld in de levens van de pianist, haar zoon, en van het dienstmeisje. Hij is nog steeds vol wrok: 'Ze zorgde dat we nooit aan elkaar gelijk konden zijn. Ik zat, jij stond'. En zij, wat later: 'Ze was als een moeder voor mij'.

Als de pianist en het dienstmeisje nu, veertien jaar later, nader tot elkaar willen komen, en dat willen ze, zal die banvloek 'ik zit, jij staat' moeten worden doorbroken. En dat gebeurt. In misschien wel de mooiste scène van de voorstelling. Hij zit aan de keukentafel, zij staat. Abrupt gaat hij staan. Daarna gaan ze allebei tegelijk zitten. In een woordeloze scène hebben ze ruimte gemaakt om het verleden achter zich te laten. Wat later doet hij een stap naar voren en zet de beweging in om haar te omhelzen. Ze aarzelt, en zegt dan: 'Ik geef om jou, maar niet op deze manier.'

Je zou de tekst van Jansen Manenschijn minimalistisch kunnen noemen. Zeker in het begin is Niemandsland zo weinig mogelijk expliciet: de personages hebben geen namen, de naam van de stad of het land waar het verhaal zich afspeelt wordt niet genoemd, er is in de stad sprake van een dreiging die niet nader wordt aangeduid. Regisseur Eva Tijken sluit zich bij dat minimalistische aan, ze laat de twee acteurs vooral in het begin heel ingehouden en haast bewegingloos spelen.

Het is dus aan de acteurs om ons wat er onder de oppervlakte van de tekst schuil gaat heel impliciet te laten voelen. Pas als de gevoelens van hun personages voor elkaar steeds heftiger worden, en het niet uiten ervan haast ondraaglijk, laten ze uiteindelijk, ogenschijnlijk ertegen vechtend, vooral met lichaamstaal toch meer expliciet die gevoelens zien. Niet makkelijk voor acteurs. Maar Alwin Pulinckx en Anne-Chris Schulting slagen wat mij betreft cum laude voor die moeilijke opdracht. 
  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bellevue Lunchtheater

Recensie: 2666 van Si vous pouviez lécher mon coeur / Julien Gosselin

●●●●○


2666

 

SI VOUS POUVIEZ LECHER MON COEUR / JULIEN GOSSELIN



Door RiRo, gezien 17 en 18 mei 2017   

De overweldigende voorstelling 2666 die de jonge Franse regisseur Julien Gosselin (1987) en zijn groep maakte van de gelijknamige roman van de Chileense schrijver Roberto Bolaño uit 2004 dendert eigenlijk nog teveel na in mijn hoofd om al afstand te nemen voor een recensie. Om een beetje een idee te hebben wat voor voorstelling Gosselin's bewerking van die fascinerende roman is, kun je denken aan bijvoorbeeld de Musil Marathon of een andere door Cassiers voor toneel bewerkte grote roman uit de wereldliteratuur. Maar dan én in de vijfde versnelling én met met de volumeknop op tien.

Gosselin en zijn dertien acteurs slagen er volledig overtuigend in recht te doen aan het labyrint dat Bolaño in zijn meesterwerk van in de Nederlandse vertaling 1065 pagina's vlecht. Daarbij zijn de seriemoorden op vrouwen in het Mexicaanse Ciudad Juarez in de jaren negentig van de vorige eeuw (in de roman en in de voorstelling veranderd in Santa Teresa), de nazigruwelen in een Pools dorp aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, én de onderlinge liefdesrelaties van vier literatuurwetenschappers tijdens hun zoektocht naar een mysterieuze Duitse schrijver de fundamenten waarop het ingenieuze bouwwerk rust.

Wat Gosselin heeft geofferd, of heeft moeten offeren om de roman naar theater om te zetten, is de ironie van de alwetende verteller in Bolaños roman. Daar staat iets tegenover wat op een podium wel kan en in een roman niet: live geproduceerde muziek. En die speelt in de ongeveer elf uur durende voorstelling een dwingende rol.

In de eerste drie delen zorgen de muzikanten af en toe nog wel eens voor een moment van rust, maar vooral in het vierde en vijfde deel brengen ze met steeds harder aanzwellende tonen het publiek in een soort blijvende trance. Een trance waardoor de geprojecteerde teksten met de in detail beschreven moorden in Santa Teresa en de al even gedetailleerde bekentenis over de 'Endlösung der Judenfrage' in het Poolse dorp de toeschouwer in een wurgende greep houden.

Net zoals je nu al kunt zeggen dat 2666 van Roberto Bolaño een van de belangrijkste romans van deze eeuw zal blijken te zijn, kun je nu ook al vaststellen dat Julien Gosselin met 2666 laat zien dat hij tot de belangrijkste theaterregisseurs van de komende decennia zal gaan behoren.

Recensie: Ibsen huis van Toneelgroep Amsterdam / Simon Stone

●●●●○

 

IBSEN HUIS


TONEELGROEP AMSTERDAM / SIMON STONE  




Door RiRo, gezien 11 mei 2017 

Met net als bij Ajax een zeventienjarige gymnasiast (David Roos) in het elftal, en met Bart Klever als vervanger voor Fred Goessens, is Ibsen huis ruim twee maanden later dan de bedoeling was op 9 mei 2017 in Amsterdam in première gegaan. De Australische regisseur Simon Stone (1984) schreef zelf de tekst in de geest van de door hem bewonderde Hendrik Ibsen. Waarbij hij, net zoals bij zijn eerdere producties, tijdens het schrijfproces ook gebruik maakte van persoonlijke verhalen van de elf acteurs.

Zoals bij veel toneelstukken van Ibsen is ook bij Stone's hommage aan die Noorse toneelschrijver het decor, in dit geval het door Lizzie Clachan ontworpen draaibare huis, niet zomaar een omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Het huis en de manier waarop de ruimtes erin zijn ingericht is in Ibsen huis 'een acteur'. Het Kerkmanhuis zoals het is gedoopt, is een actief element waaraan de personages hun identiteit ontlenen. Maar ook de plaats waarin de vloek heerst waar vier generaties van de familie Kerkman onontkoombaar mee te maken hebben.

Het verhaal over het huis en de vier generaties van de familie loopt van augustus 1964 tot mei 2017, maar wordt door Stone niet chronologisch verteld. Een keer of twintig springt het verhaal van het ene jaar naar het andere jaar, zowel vooruit als achteruit. Elke keer als de stellage met het huis erop draait, komen we niet alleen in een ander interieur maar ook in een ander jaar.

Zo springen we bijvoorbeeld van de verrassingsparty ter ere van de verjaardag van architect Cees (Hans Kesting) in juli 1969, waarin hij vrolijk zegt 'Nou ma, zo is dus het familieleven!' naar september 2000 waarin in afwachting van zijn begrafenis zijn weduwe Johanna (Maria Kraakman) verzucht 'Ik heb wat gezien die nacht'. Van die begrafenisdag blikken we dan eerst vooruit naar januari 2004 om te zien hoe het inmiddels gaat met het slachtoffer van wat er 'in die nacht' is gebeurd, om daarna weer helemaal terug te gaan naar hoe het allemaal begon in oktober 1964.

Met behulp van dat voortdurend heen en weer springen in de tijd legt tekstschrijver Simon Stone dan weer hier dan weer daar een puzzelstukje. Beetje bij beetje ontvouwt hij daardoor de intriges, waarbij hij steeds een tipje onthult van de geheimen en de trauma's die de vier generaties van de familie gevangen houden.

Door die verteltechniek blijft het voor de toeschouwers tot het einde spannend. Mede omdat Simon Stone als regisseur de elf acteurs flink het tempo erin laat houden. Maar als dan langzamerhand alle puzzelstukjes in elkaar passen en het volledige verhaal van de vier generaties zichtbaar wordt, blijkt dat verhaal een wel erg vergezochte negentiende-eeuwse vulgair Freudiaanse oorzaak-gevolg geschiedenis te zijn.

Spoiler alert! Wie de voorstelling nog wil gaan zien, raad ik aan de rest van deze alinea over te slaan en nu meteen door te gaan naar de volgende. Goed, wie nu nog niet naar de volgende alinea is, dit is wat we zien als de puzzel af is: een moeder laat haar vierjarige zoontje in de steek waardoor die zich als volwassen man zowel vergrijpt aan zijn kleindochter als aan zijn nichtje. Die kleindochter pleegt als puber zelfmoord en het nichtje gaat eerst zwaar aan de drugs en doet het daarna met iemand die in de heer is. Mee eens? Erg vergezocht toch? En dan heb ik het nog niet eens over de ellende die de zoon van de zich vergrijpende vader is overkomen.

Ondanks die vergezochte hoofdlijn en ondanks de wat geforceerde manier waarop actualiteiten als Brexit en vluchtelingenproblematiek het familieverhaal worden ingetrokken, valt er in de vier uur die de voorstelling duurt behoorlijk wat te genieten. Want vooral in het deel voor de pauze en tegen het einde van het deel erna zijn er onvergetelijke scènes met fantastisch acteerwerk.

Ook is Ibsen huis ondanks de vele tijdsprongen en ondanks de dubbelrollen een heel heldere voorstelling. Een voorstelling die door het uitstekende spel van alle acteurs, maar zeker ook door de goede acteursregie absoluut de moeite waard is. Want hoewel Simon Stone zich als tekstschrijver enigszins vertilt, bevestigt hij met de manier waarop hij de acteurs tot grootse prestaties aanzet ook nu weer dat hij als regisseur wel tot de absolute top behoort.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Onderworpen van NTGent & Action Zoo Humain/Johan Simons en Chokri Ben Chikha

●●○○○  


ONDERWORPEN


NTGENT & ACTION ZOO HUMAIN / JOHAN SIMONS EN CHOKRI BEN CHIKHA



Door RiRo, gezien 24 april 2017

Bij de Franse verkiezingen van 2022 gaat het tussen het Front Nationale van Marine Le Pen en de Moslimbroederschap van Mohammed Ben Abbas. Aan de vooravond van die verkiezingen breken er rellen uit. Francois, Huysmansspecialist aan de Sorbonne, verlaat uit angst voor een burgeroorlog Parijs en trekt zich terug in een hotel in de Dordogne om daar de uitslag van de verkiezingen af te wachten.

Francois wordt in de voorstelling, een bewerking van de roman Soumission van Michel Houellebecq, gespeeld door Steven Van Watermeulen. Gekleed in niet bij elkaar passende trainingsbroek en trainingsjack keert hij terug naar Parijs waar de Moslimbroederschap inmiddels een coalitie is aangegaan met de socialisten en Mohammed Ben Abbas beëdigd is als president.

Regisseur Johan Simons en coregisseur Chokri Ben Chikha gebruiken voor Onderworpen het decor dat Bert Neumann creëerde voor Platform. We zien Francois dus zowel in zijn hotel in de Dordogne, als met zijn vriendin Myriam in zijn eigen eenvoudige appartement in Parijs, maar ook in het luxe appartement van Rediger, in dezelfde zooi van vooral matrassen, witte plastic tuinstoelen en piepschuim.

Hoofdthema in de roman van Houellebecq is de gelatenheid waarmee vooral de mannelijke intellectuele elite zich neerlegt bij de teloorgang van westerse waarden en zich schikt in de nieuwe situatie. Vrouwen verliezen aan de door Saoedi-Arabië gefinancierde Sorbonne hun baan, net als vrouwen in andere beroepen, en mannen kunnen alleen in dienst blijven als ze zich bekeren tot de islam. 

Maar Houellebecq zou Houellebecq niet zijn als hij niet zou wijzen op de voordelen voor de mannen op seksueel gebied: onder president Ben Abbas is polygamie toegestaan, en vijftienjarige meisjes worden bij wetenschappelijk medewerkers van de Sorbonne op bestelling thuis afgeleverd.

Houellebecq schetst in zijn roman ook uitvoerig de politieke intriges en de rol van de mouvance identitaire. Maar in de voorstelling worden de identitairen maar een enkele keer genoemd en de verwijzingen naar Sarkozy, Tarik Ramadan en Hollande zijn in de bewerking van Jeroen Versteele gesneuveld.

In wezen is Onderworpen vooral een monoloog interieur van de melancholieke Francois, met maar af en toe een dialoog. Bij hoofdrolspeler Steven Van Watermeulen komt dat uit de verf, in zijn spel zijn de gelatenheid en de fixatie op seksualiteit van de hoofdpersoon overeind gebleven. 

Maar bij de andere acteurs is de keus gevallen op een meer groteske manier van acteren, die af en toe de richting opgaat van het karikaturale. Misschien is het één keer leuk als Mourade Zeguendi laat zien hoe goed hij Einstein neer kan zetten door zijn tong uit te steken en te laten hangen. Maar drie keer? Dieptepunt is de in het Frans gespeelde scène in het appartement van Rediger, die is veel te traag. En het quasi onhandige gezeul met de lichtbak met de vertaling is te flauw voor woorden.

Al met al is Onderworpen als voorstelling een stuk minder geslaagd dan Platform. In Onderworpen worden de personages uit de roman door het steeds net te grotesk uitvergroten niet de stereotypen die Houellebecq op het oog had, maar neigen ze tot karikaturen. Nee, als ik opnieuw zou mogen kiezen, zou ik Platform nog een keer gaan zien, wat ik nu niet heb gedaan, en Onderworpen eventueel nog een keer gaan lezen.

Onderworpen van NTGent & Action Zoo Humain staat zowel geprogrammeerd als afzonderlijke voorstelling als in combinatie met de herneming van Platform, een voorstelling van Johan Simons bij NTGent uit 2005 naar een andere roman van Houellebecq. Maar dan wel, met uitzondering van Steven Van Watermeulen, met een andere cast. Ook de herneming van Platform is in een aantal zalen als afzonderlijke voorstelling te zien.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Geen recensie over Find me a boring stone en enthousiasme over DAM van BOG

 

GEEN RECENSIE OVER FIND ME A BORING STONE

 

EN ENTHOUSIASME OVER DAM VAN BOG



Door RiRo, geplaatst 21 april 2017  

Er zijn voorstellingen die ik wel zie, maar waarover ik geen recensie schrijf. De laatste daarvan was Find me a boring stone, waar ik een paar dagen geleden in Frascati in Amsterdam naartoe was. Ik licht eerst even toe waarom ik in dit geval van een recensie afzag. Daarna wil ik alsnog mijn enthousiasme kwijt over DAM van BOG.

Find me a boring stone, over in de rouw zijn als er iemand in je omgeving overlijdt, over hoe je verder moet na zo'n verlies, werd op verzoek van regisseur Erik Whien geschreven door Rik van den Bos. Het is een monoloog die wordt gespeeld door Gijs Naber, met muzikale ondersteuning van Stan Vreeken. Na de première van die voorstelling, op 1 april, adverteerde Theater Rotterdam met de tegenwoordig om de haverklap gebruikte term 'sterrenregen'. En ook nu weer werden daarbij recensies met minder dan vier sterren, zoals die in de Volkskrant en de NRC, niet genoemd.

In het half uur dat ik in het café van Frascati zit te wachten tot Find me a boring stone gaat beginnen, lees ik in het programmaboekje het uitgebreide interview met Erik Whien door dramaturg Liet Lenshoek. Daar ben ik behoorlijk van onder de indruk. Regelmatig stop ik even met lezen, omdat wat ik lees me raakt, of aan het denken zet.

Gijs Naber doet het goed, en op de muziek van Stan Vreeken is niks aan te merken. Maar toen Find me a boring stone was afgelopen, zat ik met een enorm probleem. Om me heen werd uitbundig geapplaudisseerd. Maar ik dacht meteen 'Hoe moet dat? Ik kan toch niet in mijn recensie schrijven dat het interview in het programmaboekje me meer heeft geraakt, meer bij me heeft losgemaakt, dan de voorstelling?' Nee, geen recensie dan maar.

Dan BOG. Vorig jaar maakte BOG op verzoek van Theater Na de Dam de voorstelling DAM. Over herdenken. En over twee minuten stilte. Een eenmalige voorstelling. Dus in dat geval had het om die reden geen zin er een recensie aan te wijden. Maar nu blijkt dat DAM ook dit jaar op 4 mei weer te zien is, om 21.00 uur in Frascati. Nu wil ik er toch iets over zeggen.

De formule in DAM is dezelfde als die in GOD, een eerdere voorstellingen van BOG die ik zag. Vier acteurs staan naast elkaar en stellen vragen bij het thema, in dit geval de dodenherdenking op 4 mei, ze nemen standpunten in, en stellen die weer ter discussie. In het begin langzaam en bedachtzaam, maar gaandeweg in een hoger tempo, waardoor er een prettig soort muzikaliteit in komt.

GOD vond ik een goede voorstelling. Niet meer en niet minder. Maar DAM is meer dan goed. Met DAM hebben Benjamin Moen, Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen en Judith de Joode een zo goede, zo gedenkwaardige voorstelling gemaakt, dat ik iedereen die er vorig jaar niet bij was, aanraadt om snel een kaartje te bemachtigen. Je zult er geen spijt van krijgen.

Find me a boring stone van Theater Rotterdam / Erik Whien, gezien 18 april 2017
DAM van BOG, gezien 4 mei 2016

Recensie: Het leven is droom van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

HET LEVEN IS DROOM

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / OLIVIER DIEPENHORST  




Door RiRo, gezien 6 april 2017 


Het is onmogelijk om deze recensie van Het leven is droom anders te beginnen dan met de loftrompet te steken over de vertaling. Want Erik Coenen heeft het barokke rijmende Spaans van Pedro Calderón de la Barca uit 1635 in zijn vertaling uit 2006 op meesterlijke wijze omgezet naar Nederlandse versregels. Het luisteren naar de bijna 3500 verzen is een feest voor de oren. Ook omdat de acteurs erin slagen om ons met hun dictie en hun spel de hele voorstelling in hun ban te houden. Natuurlijk, in het begin is het even wennen aan een voorstelling met monologen en dialogen op rijm. Maar de beloning is groot. Want La vida es sueño, zoals het oorspronkelijk heet, blijkt een uiterst boeiende filosofische komedie vol retorische aforismen en vol poëtische beeldspraak.

'Onstuimig ros (…)', dat zijn de eerste twee woorden in Het leven is droom. Ze worden gesproken door Rosaura, die, verkleed als man, in het koninkrijk Polen arriveert. Bij toeval stuit ze op een kroonprins die niet weet dat hij een kroonprins is, en die in een kerker zit. Want omdat zijn vader in de sterren las dat zijn pasgeboren zoon Sigismond voor rampspoed zou zorgen, is hij uit voorzorg opgesloten. Omdat er geen andere directe troonopvolger is, en de koning het land over zou moeten dragen aan zijn neef Adolphus en zijn nicht Stella, geeft hij zijn inmiddels volwassen zoon als test één dag de kans om te bewijzen dat hij niet de voorspelde tiran is maar in staat is morele beslissingen te nemen.

Met die hoofdlijn verweven is de subplot over de edelvrouw Rosaura die zwanger in de steek is gelaten door Adolphus, en die nu op zoek is naar eerherstel. Drie keer zal Sigismond, de kroonprins, haar tegenkomen. De eerste keer, nog in zijn kerker in de bergen, ziet hij haar in mannenkleren. De tweede keer, aan het begin van de dag waarop hij zich moet bewijzen, ziet hij haar als vrouw, gekleed als dienster, en probeert hij zich aan haar te vergrijpen. De derde keer, aan het slot van het stuk, draagt Rosaura haar eigen kleren, die van een edelvrouw. Maar, zo voegt ze er met een vervaarlijk ogend zwaard in haar handen aan toe, 'nu met de wapens van een man en de kleding van een vrouw'. In een stuk uit de zeventiende eeuw is een vrouw het moedigste en het meest genuanceerde personage in het verhaal, glansrijk gespeeld door Julia Akkermans.

Ik ga natuurlijk niet zeggen dat Het leven is droom nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Feit is wel dat we leven in een tijd waarin de virtuele werkelijkheid, zowel in het persoonlijk leven, als in de manier waarop we kennis nemen van de wereld om ons heen, een steeds grotere rol speelt. De nieuwe leider van een wereldmacht probeert ons via het alsmaar herhalen van tweets met 'alternatieve feiten' in zijn 'waarheid' te laten geloven. En wat is het centrale thema in Het leven is droom, verwoord door Sigismond? Dat het leven louter droom is en schone schijn, een illusie waarin iedereen gelooft:

'Voor 't geval we alleen maar dromen
wat wij zijn in dit bestaan:
want ervaring toont mij aan
dat ons leven dát moet zijn:
louter droom en schone schijn,
die opeens teloor zal gaan.'

Behalve bij de uitstekend spelende Julia Akkermans als Rosaura, valt vooral ook bij Krisjan Schellingerhout (als Sigismond) en bij Matthijs IJgosse (als Astolphus) op hoe goed de acteurs met hun mimiek de vormgebonden tekst van extra nuances voorzien. Het decor van Marc Warning, met onder andere een in de loop van de voorstelling te voorschijn getoverd luchtkasteel, benadrukt het centrale thema: de illusie. En met door de acteurs live op onalledaagse percussie-instrumenten geproduceerde geluiden wordt de gemoedstoestand van Sigismond verklankt. 

Het goede acteren, het fraaie decor, en die live geproduceerde klanken dragen bij aan de hoge kwaliteit van deze voorstelling. Maar het is de uitzonderlijk goede vertaling van Erik Coenen die maakt dat Het leven is droom behalve een prachtige voorstelling ook een waar taalfeest is. 
  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties