Recensie: European Citizen Popsong van Marieke Dermul

●●●○○

 

EUROPEAN CITIZEN POPSONG

 

MARIEKE DERMUL




Door RiRo, gezien 19 december 2017  

Kan een popsong de eenheid in Europa bevorderen? Om dat te onderzoeken maakt Marieke Dermul een reis door Europa. De reis begint anderhalf jaar geleden, in juli 2016, op het Over het IJ Festival in Amsterdam, met een performance van een kwartier in een zeecontainer. Daarna doet ze Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn aan. Daar filmt ze de interviews die ze er houdt. In augustus 2017, tijdens Theater Aan Zee in Oostende, laat Dermul zien wat haar reis tot dan toe heeft opgeleverd. En vandaag, dinsdag 19 december 2017, is ze terug in Amsterdam voor de première van de theaterversie van European Citizen Popsong in De Brakke Grond.

Dermul maakt meteen aan het begin van haar voorstelling duidelijk dat ze voor meer eenheid in Europa is. De overgrote meerderheid van het publiek is dat ook. Jammer, want nu is het op voorhand duidelijk dat Dermul voor eigen parochie zal preken. Behalve de vraag of we voor eenheid zijn, stelt Dermul ons nog meer vragen. Zo kun je bijvoorbeeld je hand opsteken als je vindt dat je een linkse intellectueel bent. Of een alleenstaande moeder. Of mensensmokkelaar. Ja, je weet maar nooit. 


Na de vraag wie er muzikaal is, nodigt ze vier vrijwilligers uit om haar te komen assisteren. Vanavond zijn drie daarvan van het Da Vinci College in Purmerend, twee leerlingen en hun geschiedenisleraar. Niet dat dat er iets toe doet, want veel meer dan decorstukken zijn de vier niet. Dermul houdt de touwtjes stevig in handen.

European Citizen Popsong is zowel performance als documentaire. Live gespeelde en gezongen scènes worden afgewisseld met filmbeelden van gesprekken in Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn. In die opgenomen gesprekken zien we hoe Dermul de input die ze krijgt gebruikt om te blijven schaven aan haar popsong. Zo vraagt ze bijvoorbeeld in Kiev tijdens het Eurovisiesongfestival aan deskundigen als Cornald Maas hoe ze haar popsong geschikt zou kunnen maken voor dat evenement. Want wie weet kan ze in 2018 namens België deelnemen. Op een ander moment in de voorstelling maakt ze met de daarbij horende lichaamstaal live een rapversie.

Vermakelijk is European Citizen Popsong wel, maar inhoudelijk is de voorstelling eigenlijk te oppervlakkig voor meer dan twee van die groene ballen. Die derde heb er toch maar bij gezet als een soort aanmoedigingsbonus. Want Marieke Dermul heeft met haar natuurlijke quasi naïeve podium presence wel de potentie om echt goede voorstellingen te maken. En als ze die gaat maken, zullen we European Citizen Popsong
waarschijnlijk achteraf zien als een goed gemaakte, maar inhoudelijk toch nog te lichte, te weinigzeggende oefening op weg daarnaartoe.

Minirecensie: Apollon van Florentina Holzinger / CAMPO

 

APOLLON 


FLORENTINA HOLZINGER / CAMPO

 

Door RiRo, gezien 13 december 2017

In Apollon van Florentina Holzinger/CAMPO zetten zes performers hun lichaam volledig in. Evelyn Frantti door zichzelf fysiek te pijnigen, soms letterlijk, in andere gevallen door die indruk te wekken. De ander vijf actrices/dansers, net als Frantti volledig naakt, met bewegingstheater dat extreem ver gaat.

Door hun performance dwingen ze het publiek anders naar een vrouwenlichaam te kijken. Wat uiteindelijk, in ieder geval bij mij, bevrijdend werkt. Een aanrader deze voorstelling. Donderdag 14 december en vrijdag 15 december nog te zien in Frascati in Amsterdam en op woensdag 10 januari in Theater Rotterdam. Uit de info over de voorstelling: 'bevat scènes die als aanstootgevend ervaren kunnen worden.'  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: CAMPO

Recensie: On Ice van Suzanne Grotenhuis / De Nwe Tijd

●●●○○

 

ON ICE

 

SUZANNE GROTENHUIS / DE NWE TIJD




Door RiRo, gezien 14 december 2017  

Het was koud in de Der Aa-kerk in Groningen waar ik in november 2013 tijdens het Jonge Harten Festival Zwarte Woud Forever zag. Gelukkig was die monoloog van Suzanne Grotenhuis, in een dikke wollen trui en met een bontmuts op, hartverwarmend. En hoopgevend. Want voor het geval Nederland door de opwarming van de aarde onder water zou komen te staan, wat volgens Grotenhuis niet al te lang meer zou duren, had ze de overlevingspaketten al klaar liggen, en de route naar het hoger gelegen Zwarte Woud al uitgestippeld.

Voor Zwarte Woud Forever won ze de Roel Verniersprijs van € 2000. Veel te weinig natuurlijk om een nieuwe voorstelling mee te financieren. Maar voor dat bedrag bleek je wel een ijspiste te kunnen kopen. Een plastic ijspiste weliswaar, maar toch, als je er regelmatig 'glice' uit de bijgeleverde flacon opspuit, levert dat dan wel geen honderd procent, maar toch nog altijd een niet te verwaarlozen 'vijfentachtig procent schaatservaring' op.

Gekleed in een zwarte smoking, en heen en weer bewegend op witte kunstschaatsen, legt Grotenhuis in On Ice uit waarom ze ervoor koos die ijspiste aan te schaffen. Daarbij slaat ze, zoals cabaretiers dat ook wel doen, voortdurend zijpaden in. Sommige daarvan zijn heel geslaagd, andere duren net wat te lang. Het sterkste van On Ice zijn de laatste twintig minuten, met de door liefdesverdriet veroorzaakte eenzaamheid in de Australische woestijn (hij maakte het godbetert uit in de Ikea) en de varianten op de slotscène van Het Zwanenmeer On Ice.

Waar Suzanne Grotenhuis in uitblinkt, zijn onverwachte quasi terloopse, maar ondertussen heel puntige, tussenopmerkingen. Waarmee ze, in ieder geval bij mij, bijna elke keer een glimlach te voorschijn weet te toveren.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Nwe Tijd

Recensie: Onbezongen van Valentijn Dhaenens / KVS & SkaGen

●●●○○

 

ONBEZONGEN

 

VALENTIJN DHAENENS / KVS & SKAGEN




Door RiRo, gezien 8 december 2017  

Vanonder het achterdoek waaien plotseling tientallen kopieën van een foto de speelvloer op. In de zaal kunnen we ze niet goed zien. Maar door de reactie van de politicus en zijn spindoctor begrijpen we dat ze compromitterend zijn. De politicus oefent hoe hij de pers te woord zal staan, zal zeggen dat hij om vergeving vraagt, vooral zijn vrouw om vergeving vraagt, maar dat hij de campagne voort zal zetten. Deze scène met de foto en het vragen om vergeving zien we overigens pas tegen het eind van de voorstelling. En nog iets later, als ik bij het verlaten van de zaal zo'n foto oppak en nauwkeurig bestudeer, zie ik dat Jos er gelukkig niet op staat.

Een politicus, blauw pak, wit overhemd, blauwe stropdas, nog onwetend van die foto's, staat voor een microfoon en begint aan een speech. Met zijn charisma, zijn glimlach, en met mooie woorden als 'verandering' en 'duurzaamheid' probeert hij zijn gehoor te paaien. Na een minuut of tien stapt hij uit zijn rol, ineens heeft hij genoeg van die holle retoriek. Zijn glimlach en zijn charisma laat hij abrupt varen. Met een van ergernis vertrokken gezicht, zijn handen in zijn zij, valt hij woedend uit tegen zijn spindoctor.

In de monoloog Onbezongen zijn we getuige van de voorbereidingen van debatten van een politicus in campagnetijd. Zowel van de debatten met een rivaal binnen zijn eigen partij, als van debatten met politici van andere partijen. Tijdens die voorbereidingen gaat de politicus in discussie met zijn spindoctor, waarvan we als publiek alleen de stem horen (eerder opgenomen door Valentijn Dhaenens zelf). De politicus in Onbezongen heeft geen naam. Uit zijn woorden kunnen we ook niet opmaken waar hij voor staat.

Na elke campagnedag zien we (op eerder opgenomen beelden) hoe de steeds vermoeider ogende politicus 's avonds laat vanuit zijn hotelkamer skypet. Met zijn vrouw. Met zijn kinderen. Daardoor krijgen we ook de andere kant, de menselijke kant te zien. Hij is niet alleen een politicus, maar ook een echtgenoot die zegt zijn vrouw te missen, een vader die de stem van zijn kinderen wil horen.

Als Dhaenens al heen en weer lopend weer een nieuw wit overhemd uit de verpakking haalt, weten we dat er een nieuwe dag is aangebroken. Weer een dag waarop de politicus zich met zijn spindoctor voorbereidt op een debat of een interview. Zo volgen we de campagne tot aan de avond van de uitslag. Totdat hij óf de overwinningstoespraak zal houden óf zijn tegenstander zal moeten feliciteren.

In de scènes over de machtsstrijd binnen de partij waarbij Dhaenens onder meer zegt “Ik zie u graag. Maar ik maak u kapot”, zal het publiek in Vlaanderen waarschijnlijk denken aan Karel De Gucht en Guy Verhofstadt. Maar ik als Nederlander zie meteen voor me hoe Brutus Asscher zijn dolk in de rug van Diederik Samsom plantte. En als Dhaenens zijn stropdas afdoet en de mouwen van zijn witte overhemd oprolt, denk ik aan Jesse Klaver, terwijl bij het maken van de voorstelling waarschijnlijk een andere politicus de inspiratiebron was.

Na weer een slopende campagnedag in weer een ander hotel trekt de politicus met zijn ene hand zijn onderbroek wat naar voren, en met in zijn andere hand zijn smartphone maakt hij voor zijn minnares een filmpje van Jos. Met een sensuele stem zegt hij tegen haar: 'Ik wou dat ik u mee kon nemen naar het topje van de berg Jos.'

In een eerdere monoloog van Valentijn Dhaenens, DegrotemonD, die in 2009 geselecteerd werd voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival, declameerde Dhaenens fragmenten uit 2500 jaar politieke redevoeringen. Van de grafrede van Pericles tot de toespraken van Bush en Bin Laden. Dhaenens bracht die redevoeringen met zijn spel tot leven en liet ook zien dat het bij die legendarische speeches voor een niet onbelangrijk deel om retoriek ging.

Vincent Stuer, die woordvoerder was van partijvoorzitter (en later minister) Karel De Gucht en speechwriter van Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso, zag die voorstelling van Valentijn Dhaenens ook, was er van onder de indruk en mailde hem dat hij graag een tekst voor hem wilde schrijven. Met als uitgangspunt vragen als: Wat maakt dat iemand in de politiek gaat? Wat voor psychologie zit daar achter? 


Toen, in DegrotemonD, werden beroemd geworden politieke toespraken met bronvermelding geciteerd. Nu, in Onbezongen, gaat het over de technieken die politici inzetten om zo goed mogelijk over te komen. Over hoe je je charisma uitbuit. Over hoe je jezelf op zo'n manier neerzet als een sterke persoonlijkheid dat de kiezers je desondanks toch meevoelend en menselijk vinden. Door de kennis
van insider Vincent Stuer en het goede acteerwerk van Valentijn Dhaenens levert dat een interessant inkijkje op achter de schermen van de politiek.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Poquelin II van tg STAN

●●●●○

 

POQUELIN II

 

TG STAN




Door RiRo, gezien 4 december 2017

Eindelijk is er een vervolg op Poquelin. En wat voor vervolg! Veertien jaar geleden maakte tg STAN een voorstelling met kluchten van de zeventiende-eeuwse Franse blijspelschrijver Jean-Baptiste Poquelin, beter bekend onder zijn pseudoniem Molière. Dat waren toen De Ingebeelde Zieke (Le Malade Imaginaire) en drie wat kleinere minder bekende stukken. Met behalve de vier spelers van tg STAN, Tine Embrechts en Adriaan Van den Hoof als gastspelers.

Nu in Poquelin II zijn er drie acteurs van tg STAN en vier gastspelers: Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas en Stijn Van Opstal. En net als veertien jaar geleden staat er op het podium van de schouwburg een vierkante houten verhoging. Toen met aan drie zijden een tribune waarop het hele publiek zat. Nu met alleen aan weerszijden kleine tribunes. De rest van het publiek, het merendeel, zit in de zaal.

In de eerste klucht, De Vrek (L'Avare), wil Harpagon trouwen met de jonge Mariane (Jolente De Keersmaeker). Maar die is al zonder dat Harpagon dat weet met zijn zoon Cléante (Kuno Bakker). Zijn dochter Elise (ook Jolente De Keersmaeker) wil hij uithuwelijken aan de oude rijke Anselme (Frank Vercruyssen). Maar Elise ziet meer in Valère (Stijn Van Opstal), de bediende van haar vader. En dan is er nog de angst van de wantrouwige Harpagon dat iemand zijn in de tuin verstopte 10.000 ecu's zal vinden. Genoeg aanleiding dus voor veel kluchtige scènes.

Willy Thomas, die Harpagon speelt als een gestreste paranoïde gierigaard met ADHD, maakt meteen flink vaart. En hij houdt het tempo hoog. Daarmee zet hij de toon, want dat hoge tempo blijkt bij deze twee kluchten over ijdelheid, gierigheid, geld en liefde de humor en de hilariteit enorm te versterken.

In de tweede klucht, De Parvenu (Le Bourgeois Gentilhomme), wordt de spot gedreven met een omhooggevallen burger die zo ontzettend graag bij de adel wil horen dat het niet anders kan of hij moet wel het mikpunt worden van misleiding. Zo probeert graaf Dorante (Kuno Bakker) deze rijke maar niet zo slimme Jourdain (Damiaan De Schrijver) op slinkse wijze van zijn geld te ontdoen omdat hij op zijn beurt zelf weer indruk wil maken op markiezin Dorimène (Jolente De Keersmaeker).

Ondertussen schakelt Jourdain in zijn streven om zich de gewoontes van de adel zo snel mogelijk eigen te maken zowel een leraar filosofie (Stijn Van Opstal), een muziekleraar (Els Dottermans), een dansleraar (Kuno Bakker) als een schermleraar (Frank Vercruyssen) in om dat doel te bereiken

Als zijn schermles op het punt staat te beginnen, valt het De Schrijver op dat een toeschouwer op de eerste rij van een van de tribunes op het toneel een wandelstok heeft. Onder het motto 'omhels het toeval als het zich aandient' daagt hij de man onmiddellijk uit. Het schermduel tussen de breed lachende oude man zittend op zijn stoel met zijn wandelstok en de bebaarde parvenu op zijn houten verhoging met zijn degen eindigt, zoals het in zo'n geval hoort, in remise.

Behalve de muziekleraar speelt Els Dottermans zowel Jourdains echtgenote als hun dochter Lucille. En hoe! Nu Dottermans besloten heeft bij NTGent weg te gaan en meteen het diepe in te gaan door met zes andere acteurs Poquelin II te maken, laat ze weer zien wat een fenomenale actrice ze is. Vooral in De Parvenu gaat ze helemaal los, alsof ze al haar frustraties van de afgelopen jaren bij NTGent in één keer van zich af wil spelen. Voor mij is Els Dottermans met haar extraverte hilarische spel de uitblinker in deze perfect gemaakte, heel goed geacteerde, en ontzettend geestige voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Recensie: De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) van Freek Vielen / de Nwe Tijd & De Nieuwe Oost

●●●●○

 

DE AANKOMST VAN DE TITANIC (EN ANDERE HELDENDICHTEN)

 

FREEK VIELEN / DE NWE TIJD & DE NIEUWE OOST



Door RiRo, gezien 29 november 2017

Dat Freek Vielen een begenadigd verhalenverteller is, wisten we al. Bijvoorbeeld van zijn voorstelling So it goes. Maar toen vertelde hij het verhaal van een ander, van Kurt Vonnegut. Nu Vielen met de door hemzelf geschreven monoloog De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op de planken staat, blijkt deze woordkunstenaar niet alleen een goed verteller te zijn, maar inmiddels ook een hele goede schrijver.

Boven de verteller hangen één armoedig peertje en vijf potsierlijke kroonluchters. Op de houten planken een gewicht met daaraan een zwart touw. Links vooraan op een klein tafeltje een platenspeler met een langspeelplaat, een speaker op de grond ernaast. In een hoek een grote kist, met zo blijkt later een muziekinstrument erin. Achter de verteller, die in het wit en gebroken wit is gekleed, hangt een vaalrode doek, waarin je met enige fantasie een zonsopkomst zou kunnen zien.

Na een inleiding waarin hij teruggaat naar zijn jeugd, naar toen hij als negenjarige wakker wilde blijven om het onweer te zien, begint Vielen aan de drieëndertig heldendichten die hij zo geraffineerd in elkaar vlecht dat ze, zonder dat hij dat benadrukt of expliciet maakt, toch samen het verhaal vertellen van Europa.

Anderhalf uur is Vielen aan het woord. En daarvan heb ik geen enkel woord gemist. Geen seconde zijn mijn gedachten afgedwaald. Vanaf het begin lukt het Vielen om me mee te nemen, en steeds zie ik voor me wat hij beschrijft. Vanaf hoe in het eerste heldendicht negen theaterauteurs uit negen verschillende Europese landen in  een klooster op Sicilië hun pasta met courgette eten.

En ik blijf voor me zien wat hij beschrijft tot aan het allerlaatste woord van het drieëndertigste en laatste heldendicht aan toe. Het heldendicht waarin een schip de haven van het dorpje Sperino binnenvaart. Niet het cruiseschip met de 6000 passagiers waarop de dorpelingen al dagen wachten, en waarvoor de negenjarige Ricardo zo graag wakker wilde blijven. Maar een oude vissersboot met 62 opvarenden.

Ik zie voor me hoe de opvarenden van de oude lekke vissersboot worden gered en opgevangen in het dorp waar overal vlaggen hangen met 'Welkom'. Waar Nonna honderden flesjes limoencello klaar heeft staan om aan de toeristen die met het Cruiseschip zouden komen te verkopen. En waar Marco, de saxofonist, tijdens de reddingsoperatie gewoon door blijft spelen.

Is het de verdienste van de verteller Freek Vielen dat mijn gedachten tijdens De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op geen enkel moment afdwalen? Voor een deel natuurlijk wel. Maar het is zeker ook de verdienste van de schrijver Freek Vielen. Want De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) is een jaloersmakend goed geschreven, inhoudelijk heel rijke monoloog, waarin Vielen in drieëndertig korte, stuk voor stuk boeiende hoofdstukken op een onnadrukkelijke, heel natuurlijke manier het verhaal vertelt van het Europa van nu.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de Nwe Tijd

Recensie: Eenzame begeerte van Theatergroep Suburbia/Olivier Diepenhorst

●●○○○

 

EENZAME BEGEERTE


THEATERGROEP SUBURBIA / OLIVIER DIEPENHORST



Door RiRo, gezien 25 november 2017

In Eenzame begeerte, dat in de flyer wordt aangeprezen met de woorden 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' worden zonder pauze twee eenakters van Steven Berkoff gespeeld, Lunch en The bow of Ulysses. Beide stukken in een vertaling van Ingmar Heytze.

Marie en Thomas ontmoeten elkaar en voelen zich fysiek meteen sterk tot elkaar aangetrokken. Is dat voldoende basis voor een relatie? Die vraag zal Berkoff twintig jaar later beantwoorden. Want in The bow of Ulysses (2002) laat Berkoff zien hoe het inmiddels is gesteld met de relatie die in Lunch (1983) begon.

Het taalgebruik is bijzonder. De een zal het virtuoos vinden, taal vol originele beeldspraak, zinnen waarin onder poëtisch verwoorde vulgariteiten op een geraffineerde manier een schreeuw om echte liefde schuilgaat.

Ik bevind me aan de andere kant van het waarderingsspectrum. In het begin denk ik nog ach, waarom niet, moet toch kunnen, een man die zegt dat hij ligt te gisten omdat hij zich metaforisch tot vrucht heeft getransformeerd. Maar nadat er weer een emmer beeldspraak over het publiek is uitgestort en er weer een blik synoniemen voor het mannelijk geslachtsorgaan is opengetrokken, heb ik er wel een beetje genoeg van. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Bij het begin van de voorstelling zien een we een man (Stefan Rokebrand) en een vrouw (Lot van Lunteren) ver van elkaar af staan. Zo ver van elkaar af dat duidelijk is dat we dat niet alleen letterlijk moeten nemen. De man begint een monoloog waarin hij zich er bij de vrouw over beklaagt dat er de laatste tijd niet meer wordt gevreeën.

Dan is het de beurt aan de vrouw met een venijnige tekst waarin ze haar verbale pijlen op steeds dezelfde anderhalve decimeter van het lichaam van de man richt. En zo gaat het om en om door. Nadat ze twintig jaar de schijn hebben opgehouden, laten de twee hun frustraties over hun relatie volledig de vrije loop. Er is geen houden meer aan, alle opgekropte teleurstelling en verbittering komt eruit.

Twintig jaar daarvoor. Thomas, een vertegenwoordiger, brengt zijn lunchpauze door aan zee. Hij ziet daar een aantrekkelijke vrouw en spreekt haar aan. Hun gesprek verloopt stroef, de woorden die ze met elkaar wisselen zijn triviaal, gaan over hoe mooi de zee is, over de schuimkoppen op de golven. Maar ondertussen zijn hun gedachten vol lust, vol explicite seksuele verlangens. Zijn gedachten zijn bij de binnenkant van haar dijen, haar gedachten zijn bij zijn mond.

Omdat we als publiek zowel te horen krijgen wat ze zeggen als wat ze denken, weten we dat hij haar wil versieren. En ook dat zij door hem versierd wil worden. Maar des te langer dat eerste gesprek tussen Thomas en Marie duurt, des te duidelijker wordt het ook dat ze er beter aan zouden doen geen relatie met elkaar te beginnen.

Drie keer eerder zag ik een regie van Olivier Diepenhorst. Boven mijn recensie van al die drie voorstellingen zette ik vier van die groene ballen. Maar nu niet. Dat heeft voor een deel te maken met de tekst, ik houd niet van de beeldspraak in deze voorstelling. Maar ook inhoudelijk ben ik er niet zo van onder de indruk. Waarom kiest Diepenhorst eigenlijk voor deze twee stukken? Wat is de relevantie ervan?

Maar los daarvan, op grond van het in de flyer beloofde 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' zou je mogen verwachten dat er veel interactie is tussen de twee personages Thomas en Marie. Maar Rokebrand en Van Lunteren kijken elkaar in de eerste drie kwartier nauwelijks aan, ze richten zich voornamelijk tot de zaal. Pas in het tweede deel, als ze elkaar tijdens hun lunchpauze versieren, is er rechtstreeks contact tussen de twee acteurs.

En dan het omkeren van de volgorde van de twee eenakters. Ik vind niet dat die keuze goed uitpakt. Want omdat Diepenhorst ons in Eenzame begeerte eerst The bow of Ulysses laat zien en pas daarna Lunch, komen de frustratie en de verbittering van Thomas en Marie aan het begin volledig uit de lucht vallen. En omdat we in The bow of Ulysses drie kwartier lang murw gebeukt zijn met alleen maar verwijten en venijn is het moeilijk om daarna in Lunch naast de verbale gevechten ook de zachtheid te zien die er in het begin van de relatie nog was. Al met al een matige voorstelling dus.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theatergroep Suburbia

Recensie: De Blackout van '77 van Orkater De Nieuwkomers/Sir Duke

●●●○○

 

DE BLACKOUT VAN '77

 

ORKATER DE NIEUWKOMERS / SIR DUKE




Door RiRo, gezien 16 november 2017  

Op de avond van 13 juli 1977, bekend geworden als The New York City Blackout of 1977, is het chaos in New York. Maar terwijl anderen zich door de stroomuitval te buiten gaan aan vandalisme, plundering en brandstichting, zit Amina, een jonge zwarte schrijfster, bewegingloos in de subway. In de onverwachte stilte die daar heerst, reconstrueert ze haar levensgeschiedenis.

In korte poëtische teksten neemt toneelschrijfster Esther Duysker ons in De Blackout van '77 mee langs de hoogte- en dieptepunten van de emancipatie van de zwarte Amerikanen. De levensloop van de in het behouden zuiden opgegroeide schrijfster Amina is daarbij de rode draad. Amina belandt via Philadelphia in New York waar ze onder meer betrokken raakt bij de Black Panters. Iconen als die Black Panters, maar ook bijvoorbeeld Martin Luther King, worden door de spelers steeds even kort in tableaux vivants uitgebeeld.

Maar Sir Duke is een muziektheatercollectief. Het is dus vooral via muziek dat het verhaal wordt verteld. In een voorstelling van ruim een uur nemen Dionne Verwey, Francesca Pichel en Gery Medes van Sir Duke, aangevuld met percussionist Vernon Chatlain, ons dan ook mee op een reis door de Amerikaanse zwarte muziek uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Met live uitgevoerde nummers van onder andere James Brown, Little Richard en Tina Turner.

In het strakke decor van witte balken liggen de pruiken al in de goede volgorde klaar zodat rolwisselingen heel snel kunnen plaatsvinden. Omdat de vier acteurs/muzikanten elkaar ook nog eens de instrumenten (gitaren, dwarsfluit en percussie) doorgeven alsof ze getraind hebben voor de vier keer honderd meter estafette, verlopen de overgangen heel soepel en zit er vanaf het begin tot het eind een hoog tempo in de voorstelling.

Bij het slotbeeld zwijgt de muziek. In het gele glittergordijn waardoor de beroemdheden opkwamen, staat Dionne Verwey. Bewegingloos. Met haar hand aan de denkbeeldige lus boven haar. Ze is weer de jonge zwarte schrijfster Amina in de onverwachte stilte van de New Yorkse subway waarmee het verhaal begon.

Muzikaal is De Blackout van '77 vooral voor liefhebbers van soul en funk een voorstelling om je vingers bij af te likken. Maar doordat het accent vooral op muziek ligt, raakt de verhaallijn af en toe wel een beetje uit het zicht.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Arabische Nacht van De Roovers

●●●○○

 

ARABISCHE NACHT

 

DE ROOVERS




Door RiRo, gezien 9 november 2017

Roland Schimmelpfennig (1967) is een van de meest gespeelde hedendaagse Duitse toneelschrijvers. Vorig jaar speelde De Roovers zijn stuk De Gouden Draak (2009), nu is het de beurt aan het magisch-realistische Arabische Nacht (2001).

Op een warme, broeierige zomeravond, is er op de drie bovenste verdiepingen van een appartementengebouw geen water meer. Maar in een woning op de zevende doucht laborante Franziska Dehke. Dat doet ze elke dag na haar werk. En zoals elke dag begluurt overbuurman Peter Karpati haar daarbij. Na het douchen valt Franziska, zoals elke dag, in een fauteuil in slaap.

Fatima Mansur, de vrouw met wie Franziska haar appartement deelt, komt thuis met drie plastic zakken met boodschappen. Conciërge Hans Lomeier is op weg naar boven om het probleem van het verdwenen water te onderzoeken. En Kalil, de minnaar van Fatima, zet, zoals elke dag, voor de ingang van het appartementengebouw zijn brommer op slot. Tot zover allemaal heel gewone nogal triviale alledaagse gebeurtenissen. Maar dat verandert.

Want in haar droom belandt Franziska in een harem. Terwijl ze nog slaapt kussen de voyeur en de conciërge de vrouw, die in haar droom inmiddels in een Arabische sprookjeswereld is beland. Ze betalen daarvoor allebei met hun leven. De voyeur Karpati verschrompelt tot hij in een bijna lege cognacfles past en daarin van zeven hoog naar beneden valt, conciërge Lomeier komt om in de woestijn.

Ook Kalil, de minnaar van Franziska's huisgenote Fatima, ontkomt niet aan de wereld van de magie. Want de inmiddels half wakkere Franziska ziet hem aan voor de sjeik en kust hem hartstochtelijk. Door die betovering wordt Kalil zo aantrekkelijk voor vrouwen, van piepjong tot hoogbejaard, dat hij geen leven meer heeft.

Arabische Nacht is een stuk met vijf parallelle monologen en heel weinig dialogen. Bij zo'n vertelvorm is het aan de toeschouwer (of aan de luisteraar, want Arabische Nacht is ook wel eens als hoorspel uitgezonden) om zelf die vijf elementen met elkaar te verbinden, en er zelf beelden bij te bedenken. Gelukkig is de compositie van Schimmelpfennig's stuk zo geraffineerd dat dat heel goed werkt.

Wat voegen ze bij De Roovers op theatraal gebied toe aan dat verhaal? Het zien van de mimiek, de lichaamstaal en de bewegingen van de vijf acteurs heeft vanzelfsprekend meerwaarde boven alleen maar luisteren zoals bij een hoorspel. Want zowel Robby Cleiren, Sara De Bosschere als Sofie Sente, en in iets mindere mate Saïd Boumazoughe en Luc Nuyens, geven door hun spel het verhaal iets extra's.

Maar dan de enscenering. Je zou kunnen zeggen dat zo'n leeg en grauw decor, dat doet denken aan een verlaten fabriekspand, laat zien dat ze bij De Roovers consequent zijn. Want ook bij hun voorstelling De Gouden Draak kozen ze daarvoor.

Maar juist bij zo'n stuk als Arabische Nacht, waar magie en realiteit door elkaar lopen, waar een sprookjesachtige sfeer heerst, stel ik me een veel lichter en een veel kleurrijker toneelbeeld voor. Ook al omdat het verhaal van Arabische Nacht zich afspeelt op een bloedhete, broeierige zomeravond. Maar in de versie van De Roovers lijkt het wel zo'n sombere dag in november, zo'n grijze dag zonder zon, zo'n herfstdag waarop het voortdurend regent.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

Recensie: Uit het leven van marionetten van Toneelgroep Amsterdam/Nanouk Leopold

●●●●● 

 

UIT HET LEVEN VAN MARIONETTEN

 

TONEELGROEP AMSTERDAM / NANOUK LEOPOLD



Door RiRo, gezien 5 november 2017

Ivo Van Hove vraagt Nanouk Leopold om voor Toneelgroep Amsterdam een toneelbewerking te maken van de film Aus dem Leben der Marionetten van Ingmar Bergman. Een filmregisseur die haar debuut maakt als toneelregisseur, dat is op zich al heel spannend. Dat haar debuut dan ook nog eens een toneelbewerking is van een film van Bergman maakt het extra spannend.

Met haar eerste speelfilm Îles flottantes (2001) valt Nanouk Leopold al meteen op. En vanaf Guernsey (2005) ontwikkelt ze een kenmerkende stijl waaraan ze zal blijven vasthouden: ze vertelt verhalen zoveel mogelijk met beelden en zo weinig mogelijk met woorden. Dat ze vanaf Guernsey samenwerkt met production designer Elsje de Bruijn (die nu ook verantwoordelijk is voor de scenografie van de voorstelling) draagt natuurlijk bij aan die herkenbare stijl.

Bergman's Aus dem Leben der Marionetten (1980) is in Duitsland gemaakt met Duitse acteurs. Op de allereerste en de allerlaatste scène na is het een zwart-wit film. Taal speelt er een belangrijke rol in, want het is de uitwerking van woorden op de geest die zal leiden tot een daad van fysiek geweld. Met afwisselend scènes voorafgaand aan de moord en scènes van daarna laat Bergman zien wat mogelijk tot die catastrofe heeft geleid, zonder dat hij een eenduidige verklaring geeft.

Kan Nanouk Leopold, een regisseur die in haar films alleen maar woorden toestaat als die nodig zijn om de beelden te verduidelijken, toneel maken waarin woorden zo'n grote rol spelen? Ja, dat blijkt ze te kunnen. En hoe! Met Uit het leven van marionetten maakt Leopold een in alle opzichten overdonderend toneeldebuut.

Als we de zaal binnenkomen zien we een lege grijze achterwand die doorloopt naar de twee zijkanten, waardoor een groot gebogen grijs vlak ontstaat. Op de ook volledig lege grijze vloer ligt Peter Egerman (Eelco Smits) die een prostituee heeft vermoord. Een fascinerend openingsbeeld, die nietige man liggend in die grote grijze ruimte.

De eerste scène wordt aangekondigd op de manier waarop alle scènes worden aangekondigd, met op de achterwand een tekst met een tijdsbepaling. Bijvoorbeeld 'Twintig uur na de moord, psychiater Morgens Jensen legt een verklaring af.' Behalve tijdsbepalingen worden ook regelmatig eerder opgenomen close-ups van de personages op de achterwand geprojecteerd. Het effect daarvan wordt in de loop van de voorstelling steeds indringender.

Op de grijze speelvloer staan of zitten steeds alleen acteurs, er zijn geen rekwisieten. Personages beginnen vaak buiten ons gezichtsveld met hun tekst en lopen dan al sprekend ons gezichtsveld binnen. Ook dat benadrukt de leegte. Door die leegte en dat grijs hoeven de kleuren van de kleding niet fel te zijn, zachte kleuren, perfect passend bij elk personage, overheersen dan ook.

Ook op de achterwand komen vanaf de scène 'Vier dagen voor de moord' andere kleuren dan grijs. Verrassend zijn de kleuren die Leopold in de slotscène gebruikt, de scène in het bordeel. Niet het voor de hand liggende rood zoals Bergman in zijn film. Welk kleuren dan wel? Beter als dat een verrassing blijft.

En dan de details. Dat alleen Tim (Hugo Koolschijn) een horloge draagt bijvoorbeeld, want hij praat over ouder worden, over de rol van tijd. De lichaamshoudingen van de acteurs. Ik blijf voor het gemak maar even bij Koolschijn, die met de hak van zijn linkerschoen op de wreef van zijn rechterschoen staat, zodat zijn linkerbeen licht gebogen is. Prachtig beeld is dat.

Wat Nanouk Leopold in haar debuut als toneelregisseur laat zien, is verbijsterend goed. De manier waarop de acteurs hun teksten spreken, hoe met licht en geluid wordt gewerkt, de rol van de kleuren. Het is haast niet te geloven dat dit haar eerste toneelregie is.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties/Paul Knieriem

 

●●●●○

 

DE HUISBEWAARDER

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / PAUL KNIERIEM



Door RiRo, gezien 28 oktober 2017


The Caretaker, het toneelstuk dat Harold Pinter in1960 schreef, speelt zich af in een huis in West-Londen dat nodig opgeknapt moet worden. Drie mannen, alle drie op de een of andere manier psychisch beschadigd, komen daar in een spel van domineren of gedomineerd worden terecht. En alle drie ontlenen ze als ze te veel onder druk staan hun identiteit aan materiële zaken. Aston, die de zwerver Davies een slaapplaats aanbiedt, valt in zo'n geval terug op zijn schuur waar hij een werkplaats van wil maken. Bij de zwerver Davies zijn het schoenen. Want zonder goede schoenen kan hij niet naar Sitcup waar zijn papieren liggen. En Mick, de jongere broer van Aston, beroept zich er in dat geval op dat hij een busje heeft.

Wat hierboven staat is maar één van de vele invalshoeken om naar dit stuk te kijken, één van de vele betekenissen die je eruit kunt halen. En juist die veelheid aan betekenissen maakt The Caretaker van Harold Pinter tot het meesterwerk dat het is.

Lowie van Oers, die later in de voorstelling Mick zal spelen, komt op als verteller om de volledige regieaanwijzingen van Pinter over de inrichting van de kamer van Aston op te sommen. We weten dan dus meteen dat Marloes en Wikke (ik moet nog erg wennen aan alleen die voornamen*) zich daar weinig van hebben aangetrokken met dat plastic en die draadconstructie.

René van het Hof speelt de zwerver die een baan als huisbewaarder krijgt aangeboden en die probeert de twee broers die hem onderdak verlenen tegen elkaar uit te spelen. En hij speelt goed. Maar niet meer dan goed. Dat geldt ook voor Lowie van Oers als Mick, die zelfs even als een volleerde yogi op zijn hoofd gaat staan om de indruk dat hij stoer en sterk is te benadrukken.

Jan-Paul Buijs als Aston is wel meer dan goed. Door steeds heel zacht, maar toch goed verstaanbaar, te spreken benadrukt hij de kwetsbaarheid van zijn personage. Ook met zijn lichaamstaal, met de uiterst trage manier waarop hij in zijn zakken naar zijn aansteker zoekt bijvoorbeeld, doet hij dat. En dan in de slotscène, hoe Aston, ondanks de onzekere bewegingen die het gevolg zijn van zijn psychische handicap, voor zijn fysiek veel sterkere broer gaat staan om Davies de deur te wijzen. Heel overtuigend gespeeld! Het 'nee' dat hij, omdat het nu eenmaal in de tekst staat nog moet uitspreken, is door wat hij met die lichaamstaal uitdrukt eigenlijk niet eens meer nodig.

De acteurs spelen dus van alleen maar goed tot meer dan goed, al zullen de meningen daarover mogelijk verdeeld zijn. Maar dat het team dat verantwoordelijk is voor De Huisbewaarder een uitstekende prestatie heeft geleverd lijkt me buiten kijf staan. Want met de vertaling van Magne van den Berg, het decorontwerp van Marloes en Wikke, het geluidsontwerp van Wessel Schrik en, last but not least, de regie van Paul Knieriem is aan de sfeer en aan de rijkdom aan betekenissen van Pinter's De Huisbewaarder volledig recht gedaan.

* Bij vorige voorstellingen waarbij ze als decorontwerpers waren betrokken, bijvoorbeeld bij Troje Trilogie, ook in de regie van Paul Knieriem, stonden ze steeds vermeld als Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek. Ze laten nu dus niet alleen hun achternamen achterwege, ook de volgorde is veranderd. Het was tot nu toe eerst hij en dan zij, nu is het dus eerst zij en dan hij geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Stand Down van Jan Decorte/Bloet & Black Box Revelation

●●●○○

 

STAND DOWN

 

JAN DECORTE /BLOET & BLACK BOX REVELATION



Door RiRo, gezien 24 oktober 2017  

'Ik wil uw vriend zijn … ik wil uw vriend zijn ... voor altijd.' Jan Decorte kijkt ons lang en indringend aan als hij met deze langzaam uitgesproken woorden zijn voorstelling opent.

Stand Down is aangekondigd als een breuk in het oeuvre van Decorte, geen bewerkingen van klassiekers meer maar openhartige ontboezemingen uit zijn eigen leven. In zijn vorige voorstelling Ne Swarte was Decorte daar al mee begonnen. Want die bewerking van Shakespeare's Othello onderbrak hij regelmatig om 'zwarte' gebeurtenissen uit zijn eigen leven te vertellen. Verhalen over zijn vader die zwart was in de tweede wereldoorlog, collaboreerde met de Duitsers, en over de dood van zijn vader en moeder.

Met een knipoog naar Kees van Kooten zou je Stand Down kunnen omdopen tot Decorte graaft zich autobio. Want met op de vloer vier stukken papier met in grote letters de hoofdlijnen van de vier hoofdstukken van het verhaal dat hij zal gaan vertellen, graaft Decorte (1950) zich - voor een deel improviserend, en af en toe gesouffleerd door Sigrid Vinks - chronologisch door zijn leven.

In het eerste hoofdstuk vertelt Decorte over zijn eerste verliefdheid op de kleuterschool, en over zijn eerste seksuele ervaringen als jongetje, met het schaamhaar van de oppas, de boerenmeid José. In het tweede hoofdstuk zijn we bij zijn verdere schooltijd, met veel aandacht voor het grijpen in jongensbroekjes door de paters van het Heilig Hart. En dan verder nog onder meer zijn ontmaagding op zijn negentiende en de eerste keer dat hij het deed met zijn huidige partner Sigrid.

Veel seksueel getinte herinneringen dus, openhartig verteld, zonder dat het op enig moment ranzig of zelfs maar gênant wordt. Maar Decorte vertelt niet alleen over zijn seksuele ontwikkeling, want in het hoofdstuk Gestichten en Zelfmoordpogingen is hij ook heel openhartig over zijn depressies en zijn hypomane periodes.

Na elk hoofdstuk is er een intermezzo. Na de eerste drie hoofdstukken maakt de volledig naakte Sigrid Vinks dansende bewegingen die wat doen denken aan performances van Marina Abramovic. Daarna speelt Black Box Revelation een van de vier nummers die ze speciaal voor deze voorstelling schreven. De eerste keer dat Vinks danst is dat spannend, maar de tweede en derde keer is de verrassing er toch een beetje af, ondanks het grote mes, het mes waarmee Decorte haar ooit bedreigde. Na het vierde en laatste hoofdstuk geen dans meer, alleen nog het laatste rocknummer van Black Box Revelation. Goede muziek is dat!

Jan Decorte beheerst het vak, hij weet hoe hij het moet aanpakken om zijn verhalen boeiend te vertellen. Maar meer dan dat, meer dan goed vertelde verhalen van een bijzondere kunstenaar over zijn bewogen leven wordt Stand Down niet.
Setlist van Black Box Revelation: Love Affair, Youthful Charm, Low, Ain’t no other way.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Majakovski/Oktober van De Warme Winkel

●●●●○

 

MAJAKOVSKI / OKTOBER

 

DE WARME WINKEL



Door RiRo, gezien 21 oktober 2017


Een overdonderend begin. Aan een lange tafel is Vladimir Majakovski, gespeeld door Dik Boutkan, zwijgend bezig aan zijn afscheidsbrief. Terwijl de andere zes acteurs in de coulissen wachten tot het zover is, tot ze hun 'over de doden niets dan goeds' kunnen beginnen, wordt het publiek verrast met een woordeloze, maar visueel en auditief overweldigende scène. Die openingsscène is niet alleen mooi en overweldigend, het is ook technisch heel knap wat scenograaf Julian Maiwald en muzikant Rik Elstgeest ons in die eerste minuten laten zien en horen.

Daarna verzoekt Lili Brik, de voormalige minnares van Majakovski, uit piëteit om enige minuten stilte. Een voor een overtuigen Lili, haar man, en de vier anderen zich ervan dat de zelfmoord van de avant-gardedichter geslaagd is en dat hij dus echt dood is.

Als dat zo blijkt te zijn, wordt er tijdens het reinigen van het lijk teruggeblikt op leven en werk van kunstenaar/dichter Vladimir Majakovski (1893-1930). Het toneelbeeld verandert niet wezenlijk meer. Tot vlak voor het einde van dit in memoriam blijven we kijken naar de rituele lijkwassing, terwijl we ondertussen luisteren naar (flarden van) Majakovski's gedichten die de zes aanwezigen bij dat ritueel zich herinneren, of naar een deel van zijn futuristisch pamflet dat ze voordragen.

Dat alles gebeurt met de serene kalmte die past in een ruimte waarin het lijk van de dichter zich nog bevindt. En toch verveelt dat geen moment. Want het totaalbeeld, de langzame bewegingen van de afzonderlijke acteurs, en hun zacht uitgesproken woorden vormen een harmonieuze drie-eenheid van grote schoonheid.

Pas in het laatste half uur van deze anderhalf uur durende voorstelling wordt die rituele sereniteit af en toe doorbroken. Bijvoorbeeld als de lijn wordt doorgetrokken van Majakovski (die vaak provoceerde door opvallend kledij, bijvoorbeeld met een bosje radijsjes als pochet) naar de manier waarop de feministische punkrockband Pussy Riot nu het gezag in het Rusland van Poetin provoceert. Of als Lois Brochez in het Russisch een betoog houdt dat voor de meeste toeschouwers onverstaanbaar zal zijn, maar dat door de ritmiek waarmee ze spreekt klinkt als muziek.

Sinds Totaal Thomas, de eerste voorstelling die ik van ze zag, is er voor De Warme Winkel een en ander veranderd. Alleen al wat betreft de faciliteiten die de groep nu ter beschikking staat vergeleken bij waar ze het in 2006 op Oerol mee moesten doen. Toen overigens nog met Joep van der Geest als derde naast Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen. Je zou eventueel kunnen zeggen dat De Warme Winkel nu in Majakovski/Oktober de poëtische draad weer oppakt van voorstellingen als Totaal Thomas en Rainer Maria. Maar waarom zou je dat doen, waarom zou je ook nu niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Er is nog wat veranderd, want na een aantal jaren van veel succes in de grote zaal zijn de verwachtingen bij een voorstelling van De Warme Winkel hoger geworden. Daar schuilt een gevaar in. Stel je bent toneelrecensent bij een krant en je gaat met hoge verwachtingen naar de première van Majakovski/Oktober in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Hoge verwachtingen hebben is een vorm van vooringenomenheid, dus daar moet je mee oppassen.

En stel je bent diezelfde toneelrecensent bij die ochtendkrant en je volgt De Warme Winkel laten we zeggen sinds Luitenantenduetten. Dan zou je kunnen vinden dat De Warme Winkel met Majakovski/Oktober bewust "niet wil voldoen aan de verwachtingen" (daar hebben we die vooringenomenheid waar ik voor waarschuwde) omdat ze "niet doorgaan op de bekende weg, geen theatraal-anarchistische aanval doen, en er geen vrolijke intellectuele chaos" van maken. Ook in dat (niet helemaal) hypothetische geval zeg ik waarom zou je niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Majakovski/Oktober is een voorstelling die het niet zozeer moet hebben van de tekst. Het zijn niet zozeer woorden of intellectuele reflectie die het maken tot een goede voorstelling. Het zijn de mooie beelden, de weldadige traagheid van de bewegingen, de zachtheid waarmee de gedichten worden voorgedragen, het is die verstilling die Majakovski/Oktober maakt tot de louterende voorstelling die het is.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel

Recensie: Vanish Beach van Hof van Eede

 

●●●●○

 

VANISH BEACH

 

HOF VAN EEDE 



Door RiRo, gezien 18 oktober 2017

Het heeft even geduurd voor ik doorhad dat er in Gent een heel interessant nieuw theatercollectief actief is. Hof van Eede (wel familie van) bestaat sinds 2011. Maar pas hun vierde productie Paradis (uit 2015) was voor mij de eerste kennismaking. Net als toen in Paradis kiest Hof van Eede (Ans Van den Eede, Louise Van den Eede en Wannes Gyselinck) ook nu niet voor de makkelijkste weg. In Paradis onderzoeken ze het rouwen over de dood van een kind, nu in Vanish Beach wat het betekent om een ontheemde vluchteling te zijn.

Het is 1942, vijf Joodse intellectuelen zijn op de vlucht voor de nazi's beland in Venice, California. De vijf - Hannah Immerfroh (Ans Van den Eede) Alma Rosenthal (Marjan De Schutter) Hans-Peter Schlimmer (Filip Jordens) Heinrich Neumann (Greg Timmermans) en pianist Klaus Schönfeld (Hendrik Lasure) - zou je in plaats van vluchtelingen ook ballingen kunnen noemen.* Maar hoe je ze ook noemt, het is overduidelijk dat de vijf Europese intellectuelen detoneren tegen de achtergrond van de houten strandstoelen op het strand bij hun hotel, hun tijdelijke verblijfplaats. Kunnen ze ondanks hun culturele bagage hun draai vinden in Amerika? Of staat hun heimwee naar Wenen dat in de weg?

Als we de zaal binnenkomen, zit Hendrik Lasure achter de piano, de vier anderen staan daarnaast, ze zingen een fragment uit het gedicht Herbsttag van Rilke:

Wer jetzt kein Haus hat,
baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist,
wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen,
lange Briefe schreiben,
und wird in den Alleen
hin und her
unruhig wandern,
wenn die Blätter treiben.
De literair-filosofische tekst (van Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck) benadrukt gelukkig niet alleen de somberheid van de ballingschap maar laat ook ruimte voor de komische kanten. De speelstijl, die veel lijkt op die van het Antwerpse collectief De Koe (niet zo gek natuurlijk met én de dochters van Peter Van den Eede aan het roer én Willem de Wolf als eindregisseur) draagt er ook aan bij dat Vanish Beach een luchtige tragikomedie blijft.

De verleiding is groot om te citeren uit de enorm rijke tekst van Vanish Beach. Ik zal me beperken tot twee korte citaten, al kost me dat moeite:

'Heeft niet elke nationalist heimwee naar het beloofde land? Zelfs als hij er woont?'
'Alma (…) gij schrijft, gij leeft, gij teert op geestdrift. Uw wanhoop is uw brandstof, en dat is goed. Schrijf uw gedichten zoals u ze wilt. Vernietig gerust de hele wereld, vernietig desnoods de poëzie. Maar doe het in een gedicht.'

Vanish Beach is door de prachtige, rijke tekst, het luchtige spel, en niet te vergeten de door de jonge pianist/componist Hendrik Lasure gezongen liederen op teksten van Kafka een voorstelling om niet te missen. Gelukkig dus maar dat zowel Paradis als Vanisch Beach in de loop van 2018 zal worden hernomen. Voor wie niet zolang kan wachten, de tekst is uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek. De muziek van de voorstelling van Hendrik Lasure kun je hier gratis downloaden.

*De vijf personages zijn gebaseerd op onder meer (het gedachtegoed van) Theodor Adorno, Hannah Arendt, Berthold Brecht, Arnold Schönberg, Alma Mahler, Thomas Mann en Stefan Zweig.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Hof van Eede

Recensie: Ophelia van Veenfabriek /Joeri Vos

●●●○○

 

OPHELIA

 

VEENFABRIEK /JOERI VOS



Door RiRo, gezien 16 oktober 2017 

"Gij wilt te veel, gij wilt alles. Gij veracht het groote publiek en wilt toch door het groote publiek bewonderd worden. Gij versmaadt, en wel met het recht van den edelen, oorspronkelijken kunstenaar, den bijval der meerderheid en toch is u het gemis daarvan pijnlijk. Gij wilt een stoutmoedige hervormer, een baanbreker zijn en tegelijkertijd door een ieder begrepen en gewaardeerd worden." * 

Ophelia, de eerste productie van Joeri Vos bij de Veenfabriek, is een voorstelling in een voorstelling in een voorstelling en dan ook nog de 'making of' daarvan. Én het is een spel met de Symphonie Fantastique van Berlioz, door Bastiaan Woltjer omgezet voor piano en viool. Dezelfde Bastiaan Woltjer die ook trombone, tuba, drumpads, klokken, samples, Guildenstern en Rosenkrantz speelt. Dat is nog niet alles. Ophelia is ook nog eens een persiflage van die voorstellingen in die voorstellingen.

In 1827 speelt een Engels gezelschap Hamlet van William Shakespeare in Parijs. Het is de allereerste keer dat Hamlet daar te zien is. De Ierse actrice Harriet Smithson speelt Ophelia. Haar meesterlijke waanzinscène is het begin van een fascinatie in Parijs met Ophélie. Meisjes willen eruit zien als deze femme fragile, Berlioz wordt op slag verliefd op Harriet Smithson. Niet heel veel later schrijft Ambroise Thomas zijn opera Hamlet.

In Ophelia van de Veenfabriek speelt Phi Nguyen zowel Hamlet als de regisseur die 'the play within the play' uit Hamlet keer op keer opnieuw laat uitvoeren. Een repetitie waarin John van Oostrum achter een volledig doorzichtig gordijn als Polonius 3.0 in de verkeerde scène terecht is gekomen. Waarna Roland Haufe als Berlioz, rondlopend met een fles wijn in zijn hand, hopeloze dialogen heeft met de door hem in eerste instantie innig beminde Harriet Smithson.

Moet ik nog zeggen dat Ton van der Meer af en toe achter zijn piano vandaan komt om even Claudius te spelen, de oom en moordenaar van Hamlet's vader, en zich daarbij dan verontschuldigt dat hij geen acteur is maar op het conservatorium heeft gezeten? Dat we niet alleen muziek van Berlioz en composities van Bastiaan Woltjer te horen krijgen, maar ook een rap à la Eminem? Ik kan dat wel doen, maar dan nog blijf ik het gevoel houden dat ik maar een fractie heb vermeld van wat Joeri Vos allemaal in zijn debuut als regisseur bij de Veenfabriek heeft verwerkt.

In navolging van Berlioz, de eerste componist die voor de aanvang van een concert een programma liet uitdelen waarin hij uitweidde over de betekenis van zijn werk, legt regisseur Vos een uitgebreid programmaboekje klaar waarin hij zijn voorstelling punt voor punt toelicht. Wie dat programma voordat de voorstelling begint helemaal wil doornemen, raad ik aan vroeg naar het theater te komen. In tien minuten kun je dat onmogelijk lezen.

Nog even terug naar de acteurs. Naar Jacobien Elffers. Die switcht van Ophelia die een dialoog heeft met Hamlet naar Harriet die bekvecht met Berlioz. Van het Engels met een Iers accent (als Harriet Smithson) schakelt ze naar het Nederlands als ze redetwist met Hamlet of met de regisseur (maakt eigenlijk niet uit met wie want het is toch allebei Phi). Met het Engels van een Amerikaans tienermeisje en het Frans in het Chanson de Solomom heeft ze ook geen enkele moeite. Vooral in haar waanzinscène, en in de scene waarin ze sterft op de manier waarop Ophélie in de opera Hamlet van Thomas aan haar eind komt, is Jacobien Elffers voor mij een openbaring. Wat speelt ze waanzinnig goed!

Is Ophelia een geniale voorstelling? Misschien wel. Maar dan wel té geniaal. Ik denk dat ik deze voorstelling twee of drie keer zou moeten zien om er volledig grip op te krijgen. En dat kan toch niet de bedoeling zijn. 'Gij wilt te veel, gij wilt alles.' Een externe eindregisseur die Vos zou hebben kunnen overhalen en om wat van zijn 'darlings' te 'killen' zou deze voorstelling goed hebben gedaan.

Dat neemt niet weg dat het me niet zou verbazen als Jacobien Elffers voor haar rol in deze voorstelling een nominatie voor een VSCD Toneelprijs in de wacht zou slepen.

* Dit zijn de woorden die Stephen Heller schreef aan zijn goede vriend Hector Berlioz (in een vertaling uit 1879 in De Gids, jaargang 43).

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Veenfabriek

Theaterverhaal: Bijna alle recensies over 'Para' blijken uiterst lovend te zijn, maar niet die van Marijn Lems

 

BIJNA ALLE RECENSIES OVER 'PARA' BLIJKEN UITERST LOVEND TE ZIJN, MAAR NIET DIE VAN MARIJN LEMS



Door RiRo, geplaatst 17 oktober 2017

Nu mijn recensie van Para (van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS) een week nadat ik de Nederlandse première zag, online staat, mag ik van mezelf eindelijk lezen wat andere recensenten erover schreven. Bijna alle recensies over Para blijken uiterst lovend te zijn. Maar niet die van Marijn Lems van 5 december 2016 op de Theaterkrant. Want Lems vindt dat het niet over Belgische para's maar over hun zwarte slachtoffers had moeten gaan: 'Eigenlijk is het ook jammer dat auteur Van Reybrouck zijn grote talent voor empathie nu wéér ten behoeve van een witte ‘dader’ inzet; hoe veel interessanter was het geweest als hij als antwoord op Missie juist een Afrikaans hoofdpersonage ten tonele had gevoerd (…)', schrijft Lems.

Pfff … vermoeiend die voorspelbare reflex van Lems altijd maar weer. Als een voorstelling over een man gaat, vindt Lems dat ook de positie van de vrouw aan bod had moeten komen. Als een blanke acteur een zwart personage speelt, kan de regisseur een vermaning van Lems tegemoet zien. En nu had het dus weer over een zwarte moeten gaan en niet over een witte. Ook dat riedeltje heeft hij nu al zo vaak afgestoken.

Het valt nog mee dat hij Van Reybrouck geen 'schrijvertje' noemt, zoals hij wel deed met Goethe in zijn vertoog naar aanleiding van Het lijden van de jonge Werther van Toneelschuurproducties in de regie van Eline Arbo. Ik heb Lems overigens nog niet gehoord over het verhelderende interview in de Volkskrant van gisteren met de twee 'witte' oud-mariniers. Ik neem aan dat Lems vindt dat de Volkskrant beter twee van de gedode Molukse treinkapers had kunnen interviewen.

Nog even terug naar Para. Het is juist de kracht van die monoloog dat Van Reybrouck het perspectief van de witte dader kiest. Want door te kiezen voor het perspectief van de mannen die verguisd werden na publicatie van foto's als die van het jongetje boven vuur, kun je je als toeschouwer niet op voorhand met het personage identificeren. Juist die keuze dwingt je onontkoombaar om de vooroordelen die je hebt te onderzoeken. En om stil te staan bij de menselijke neiging om overal een oordeel over te hebben. Ik heb gezegd.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Para van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS

●●●●● 

 

PARA

 

DAVID VAN REYBROUCK, RAVEN RÜELL & BRUNO VANDEN BROECKE / KVS



Door RiRo, gezien 10 oktober 2017

Regisseur Raven Ruëll laat Bruno Vanden Broecke rechtop staan, benen in lichte spreidstand, rechterhand op zijn riem, linkerarm licht gebogen maar wel los van zijn lichaam. Vanden Broecke heeft nog niks gezegd. Maar zoals hij eerder in Missie onmiddellijk de missionaris was, is hij nu onmiddellijk ex-para Nico Staelens. En zoals de monoloog Missie gebaseerd was op interviews van David Van Reybrouck met missionarissen, zo is de monoloog Para gebaseerd op getuigenissen van voormalige para's met wie Van Reybrouck sprak.

Drie maal 1000 Belgische para's (parachutist/commando) worden in 1993 in het kader van de UNOSOM-vredesmissie voor vier maanden uitgezonden naar Somalië. Staelens, nu docent lichamelijke opvoeding in Tielen, toen sergeant, praat snel. In marstempo gaat hij door de vijftig A4-tjes tekst die David Van Reybrouck voor hem heeft geschreven. Met zijn eerste commando zet hij meteen de toon: 'Slide!' En bij de eerste keer dat iemand in de zaal lacht, laat Staelens merken wie vanavond de baas is. Het is verbluffend hoe de vriendelijke zachtaardige man die Vanden Broecke is, zich heeft getransformeerd tot ex-commando met wie niet valt te spotten.

Vijftig A4-tjes tekst lijkt heel veel, en dat is het ook. Para zit boordevol informatie. Maar Van Reybrouck neemt het publiek steeds op precies het goede moment van Somalië mee naar de opleiding van de para's in België. Of van een gevaarlijke patrouille naar het minder gevaarlijke leven binnen de compound. Daardoor blijft wat Van de Broecke vertelt voortdurend boeiend.  

Zo legt Staelens eerst uit waar Somalië ligt en wat voor land dat is. Dan vertelt hij over de sprong in een wolk, waar ze niet voor hadden geoefend. Vervolgens over de harde opleiding, samen met de mannen die onder zijn bevel stonden. Over Aziz, de eerste Belg van Marokkaanse afkomst bij de para's, en over Masyn, die voor hij bij de para's kwam garagist was in Menen. En over het geschreeuw van de officieren. De hele dag door. In het bijzonder van Smeets, een Limburger. 'Hub se mich verraaien kamelenfukker!'

Wat dan meteen het bruggetje is terug naar Somalië en de (on)eetbaarheid van kamelenvlees. En het verhaal van Somalische jongetjes die van alles stelen. Tot de post met de cassettebandjes en de brieven aan toe. Hoe dat dan weer leidt (omdat een ferme tik bij die jongetjes niet werkte) tot wat op de beruchte foto in de HUMO te zien was: Twee Belgische para's die een Somalische jongen boven het vuur houden.

Gelukkig valt er ook af en toe wat te lachen. Bijvoorbeeld elke keer als Staelens in het West-Vlaams een van zijn mannen citeert. Een onuitputtelijke bron van vermaak blijft dat West-Vlaams. Of bij het verhaal van de band die eraf loopt, omdat ze die even 'geleend' hebben en daarna niet stevig genoeg aangedraaid: 'Masyn zeide gij ne garagist of ne homo!' Want zo praat een para. Ook tegen zijn maat.

Para is niet alleen zo'n overweldigende voorstelling door de meanderende manier waarop Van Reybrouck die grote hoeveelheid informatie heeft verwerkt, en ook niet alleen door het fenomenale acteren van Bruno Vanden Broecke.

Want misschien wel het belangrijkste is dat Van Reybrouck in Para het perspectief van de dader kiest. Want door te kiezen voor het perspectief van de mannen die verguisd werden na publicatie van foto's als die van het jongetje boven vuur, kun je je als toeschouwer niet op voorhand met Staelens identificeren. Juist de keuze voor de vermeende dader dwingt je onontkoombaar om de vooroordelen die je hebt te onderzoeken, en er bij stil te staan hoe snel je meestal met je oordeel klaarstaat.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Theaterverhaal: Ons geil is de asem van god. Solo Ten Oorlog van Tom Lanoye / Behoud de Begeerte

 

ONS GEIL IS DE ASEM VAN GOD

 

SOLO TEN OORLOG VAN TOM LANOYE / BEHOUD DE BEGEERTE



Door RiRo, geplaatst 15 oktober 2017

Tom Lanoye is schrijver, geen acteur.
Maar hij heeft én de flair én de durf om schaamteloos te zijn. En natuurlijk heel wat ervaring met het op een podium voorlezen uit eigen werk. Maar zijn voorstelling Solo Ten Oorlog is meer dan voorlezen. Lanoye gooit zich er helemaal in. Bij de ooit door hemzelf geschreven regieaanwijzing 'feest en lol' danst hij zelfs het hele podium rond. Met veel kontgedraai en heupgezwaai. 'Hadden jullie niet gedacht hè!', brengt hij nog net uit, voordat hij minutenlang staat uit te hijgen.

Tom Lanoye is schrijver, geen acteur.
Hij bereidt zich ook niet voor als een acteur. Als het publiek in de Stadsschouwburg Amsterdam op maandagavond 9 oktober op weg is naar de zaal, loopt hij - zendertje al in zijn kontzak, microfoontje al op zijn wang - in tegengestelde richting, speurend naar bekenden. In de gang en op de trappen vindt hij blijkbaar niet iedereen die hij zoekt. Want als we uiteindelijk allemaal zitten, komt hij door een zijdeur de zaal in. Onder het roepen van 'Hé Vic!' wurmt hij zich langs vier, vijf anderen in rij zes om de voormalige spits van het tweede van WVHEDW te gaan omhelzen.*

Tom Lanoye is schrijver.
Schrijver van onder andere het twaalf uur durende legendarische stuk Ten Oorlog dat twintig jaar geleden in de regie van Luk Perceval in première ging. Els Dottermans liep bij een repetitie eens weg, vertelt Lanoye, en riep toen kwaad 'Lanoye, voortaan speelt ge uw stukken maar zelf!' Et voila, daar staat hij dan. In zijn eentje in de schouwburg. Twintig jaar later weliswaar. Maar toch.

Tom Lanoye en het schrijverke.**
'Gecomprimeerde betekenis met ritmiek', zo definieert Lanoye poëzie. Dat demonstreert hij vervolgens aan de hand van de vijfvoetige jambe 'tadá tadá tadá tadá tadá' en maakt daar dan ritmische heupbewegingen bij. Wat later vervormt hij Het Schrijverke van Guido Gezelle, 'priester, dichter en knapenschender', tot Het Stijveke, een gedicht waarin een man zijn hand laat glijden in het bad waarin een andere man ligt:

O krinklende winklende waterding,
Met 't zwarte kabotseken aan,
Wat zien ik toch geren uw kopke flink
Al stijf in het waterke staan!
(...)

Ik heb de tekst van Ten Oorlog niet bij de hand, de voorstelling toen ook niet gezien. Dus hoeveel van die seksueel getinte versregels daarin staan, kan ik niet controleren. Maar in Solo Ten Oorlog spuit het alle kanten op. 'Ons geil is de asem van god!', zegt Lanoye. Dat zal dan wel. Ik ben goddeloos, ik heb daar geen verstand van.

*  Vic van de Reijt, uitgever en publicist
** Een schrijverke is een waterkevertje

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Behoud de Begeerte

Recensie: Pointless International brings Poly-interpretability van Discordia en 't Barre Land

 

●●●●○

 

POINTLESS INTERNATIONAL BRINGS POLY-INTERPRETABILITY

 

DISCORDIA EN 'T BARRE LAND



Door RiRo, gezien 12 oktober 2017

De clowns zijn er weer! Wat hebben we lang moeten wachten! Veel te lang! Het is alweer drie jaar geleden dat Coco, Buster, Joey en hun assistent Sugar ons land aandeden. Clowns die met de handen in de zakken opkomen en dan iets komisch creëren uit bijna niks. Maar gelukkig zijn ze er weer! Deze keer 'totally in English'.

Ook nu presenteren Matthias de Koning (Buster), Vincent van den Berg (Joey) en Jorn Heijdenrijk (Coco), bijgestaan door hun 'stagehand' Czeslaw de Wijs (Sugar), klassiekers uit de geschiedenis van de clown-acts. Het begint met De Trechter, waar behalve een trechter ook een fles champagne en een bereidwillig door een toeschouwer afgestaan muntstuk aan te pas komen. Daarna onder meer The Potato and the Cigar (2x) en You have eleven fingers.

Ook in Pointless International brings Poly-interpretability komt de clownerie in de klassieke zin van het woord - de magische trucs, de pantomime - weer vooral voor rekening van Vincent van den Berg en Jorn Heijdenrijk en is de rol van de derde clown, Matthias de Koning als Buster, meer die van de onbegrepene.

Het hoogtepunt van deze voorstelling is de klassieke pantomime-act The Broken Mirror. Nee, het hoogtepunt is de vertolking van de fabel The Dog and the Sparrow van de gebroeders Grimm door Jorn Heijdenrijk. Of misschien toch Red and Yellow door Vincent van den Berg? Ik kan niet kiezen!

Pointless International brings Poly-interpretability is gewoon een aaneenrijging van hoogtepunten. Alle acts, uit de Vaudeville, uit de Commedia dell'arte, worden stuk voor stuk met grote precieze uitgevoerd. Elke act, hoe lang of hoe kort ook, roept op z'n minst een glimlach op.

Pointless International brings Poly-interpretability is weliswaar 'totally in English', toch is language no problem. Nog even dit, dat is toch wel belangrijk: Strictly no elephants!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Pointless International

Theaterverhaal: Alweer Klaas Verpoest! Voor de derde keer in iets meer dan twee weken! Pierrot Lunaire op.21, Het kleine meisje van meneer Linh, Solo Ten Oorlog

 

ALWEER KLAAS VERPOEST! VOOR DE DERDE KEER IN IETS MEER DAN TWEE WEKEN!

 

PIERROT LUNAIRE OP.21, HET KLEINE MEISJE VAN MENEER LINH, SOLO TEN OORLOG



Door RiRo, geplaatst 10 oktober 2017


Ineens duikt Klaas Verpoest met zijn projecties overal op. Of lijkt dat maar zo? Is het me eerder gewoon niet opgevallen? Of heb ik steeds net die voorstellingen laten schieten waarbij hij betrokken was? Hoe dan ook, in iets meer dan twee weken kom ik Klaas Verpoest drie keer tegen.

Gisteravond, maandag 9 oktober, in de Stadsschouwburg Amsterdam duikt hij ineens op als Risjaar Modderfokker den Derde in de Tower naar de zwaar verminkte lijkjes van zijn neefjes staat te kijken. Achter Tom Lanoye die in zijn Solo Ten Oorlog bezig is met het deel over Richard III projecteert Verpoest eerst de tekst met witte letters op een rode achtergrond en meteen daarna met rode letters op een witte achtergrond. En dat voegt echt iets toe aan de voorstelling. Daarna verdwijnen de projecties van Verpoest overigens net zo plotseling als ze zijn gekomen. Zijn slotwoord 'van' doet Lanoye in zijn eentje, heel zachtjes, fluisterend bijna 'Een, twee drie vier, hoedje van, een, twee, drie vier, hoedje van … '. Donker. Applaus.

Iets meer dan een week eerder, op zondag 1 oktober, zie ik hoe Verpoest in De Bourlaschouwburg in Antwerpen Koen De Sutter te hulp schiet, die door ziekte van Gene Bervoets de voorstelling Het kleine meisje van meneer Linh plotseling in zijn eentje moet spelen. Om ons te helpen ons in te leven in een vluchteling die alleen via een tolk met zijn hulpverleners kan praten
pr j ct rt V rp st b v rb ld  n z n  rst z nd r kl nk rs
en meteen daaronder dezelfde zin maar dan met de klinkers.
Heel functioneel is dat!


Dat laatste geldt niet voor de projecties die Verpoest op donderdag 21 september in het Muziekgebouw aan 't IJ over het publiek uitstrooit. Bij Pierrot Lunaire op.21 van Arnold Schönberg door het Vlaamse ensemble Het Collectief en Marianne Pousseur, gedirigeerd door Reinbert de Leeuw, zorgt Verpoest voor de projecties van de liedteksten. Hij laat de tekst van de liederen niet alleen afwisselend van boven naar beneden, van beneden naar boven, van links naar rechts, en van rechts naar links lopen. Hij gebruikt daarbij ook nog eens verschillende lettergroottes. Dat is veel te veel van het goede. Want we willen ook nog af en toe een blik kunnen werpen op het ensemble en op Marianne Pousseur.

Hierboven heb ik wat Klaas Verpoest doet 'projecties' genoemd. Zelf geeft hij er de voorkeur aan zijn manier van werken 'Motion Design' te noemen. Soit. Het zou me niet verbazen als we zijn naam steeds vaker tegen zullen komen bij de credits van concerten en voorstellingen. Want hoewel ik bij mijn eerste kennismaking in het Muziekgebouw aan 't IJ zijn motion design a little bit overdone vond, voegen zijn projecties bij Het kleine meisje van Meneer Linh van Toneelhuis/Guy Cassiers en bij Solo Ten Oorlog van Tom Lanoye/Behoud de Begeerte wel degelijk iets toe.
 
Ga voor meer informatie naar: Klaas Verpoest Motion Design

Recensie: Terror van Senf Theaterpartners & Kik Productions / Peter de Baan

●●●○○

 

TERROR

 

SENF THEATERPARTNERS & KIK PRODUCTIONS / PETER DE BAAN



Door RiRo, gezien 3 oktober 2017


Ferdinand von Schirach (1964) is zowel jurist als schrijver. Sinds 1994 werkt hij als strafrechtadvocaat in Berlijn, daarnaast is hij een van de bekendste Duitse thrillerauteurs. In 2014 schreef Von Schirach het toneelstuk Terror, dat op 3 oktober 2015 gelijktijdig in Berlijn en Frankfurt in première ging. De voorstelling is een internationaal succes en inmiddels al in twintig landen gespeeld. Daar komt Nederland nu bij, met een aan de Nederlandse situatie aangepaste versie.

Terror is een rechtbankdrama. In de regie van Peter de Baan zitten de acteurs achter tafels, allemaal met hun gezicht naar de zaal. De aanklager (Johanna ter Steege) en de advocaat (Khaldoun Elmecky) lopen weliswaar af en toe wat heen en weer, toch is Terror een heel statische voorstelling. Wat vorm betreft is het een soort voorstelling dat je in Nederland en Vlaanderen zelden meer ziet. Eigenlijk zit je gewoon naar een hoorspel te kijken.* 

Voor de vier acteurs die door de regie aan hun stoel gekluisterd zijn, valt het dan ook niet mee om wat van hun spel te maken. Eigenlijk slaagt alleen Jeroen Spitzenberger (als de aangeklaagde piloot majoor Koch) erin om door het gebruik van steeds precies de juiste stiltes zijn personage diepgang te geven. De twee acteurs die af en toe heen en weer lopen, hebben het wat makkelijker. Johanna ter Steege maakt daar goed gebruik van. Maar Elmecky heeft er vooral in zijn slotmonoloog moeite mee om zijn neiging om het allemaal wat groot te spelen en een flinke keel op te zetten een beetje in toom te houden. Wat Terror desondanks toch interessant maakt zijn de redeneringen die Von Schirach de aanklager en de advocaat in de mond legt. En vooral dat wij de jury zijn.

Een vliegtuig met 148 passagiers aan boord wordt gekaapt. De kapers dwingen de piloot koers te zetten naar een voetbalstadion waar op dat moment 54.000 mensen naar een interland kijken. Twee F-16’s proberen het gekaapte toestel van koers te laten veranderen. Dat lukt niet. Zelfs niet na een waarschuwingsschot. Alleen de minister van defensie is bevoegd het bevel te geven om het ultieme middel in te zetten. Dat bevel komt niet. Een van de F-16-piloten neemt het heft in eigen handen, vuurt een sidewinder af, haalt daarmee het passagierstoestel neer, en redt 54.000 levens. Tenlastelegging: moord op 148 mensen. Schuldig of onschuldig?

Als we onze stem hebben uitgebracht, leest rechter Clairy Polak de uitslag voor. Schuldig 226 stemmen, onschuldig 305 stemmen. Dus maar 43% van de toeschouwers vindt schuldig het juiste antwoord. En 57% vindt de piloot onschuldig.** Wat ben ik blij dat we in Nederland geen juryrechtspraak hebben! Rechter Polak leest van de twee versies van het vonnis die ze voor zich heeft, de versie voor die bij onschuldig hoort. Daarin geeft het argument van 'het minste kwaad' de doorslag.

Spoiler Alert!

Tijdens de hele tournee van Terror kun je na de voorstelling in de zaal deelnemen aan een nagesprek onder leiding van Clairy Polak. Ik twijfel even, maar als ik hoor dat dat bij de try-outs interessante discussies had opgeleverd, besluit ik toch maar te blijven. En daar krijg ik geen spijt van. Want nadat er vanuit de zaal al een paar goed onderbouwde stemverklaringen zijn gegeven, komt, volledig onverwacht, Ferdinand von Schirach uit de coulissen.

Het spoiler alert geldt vanaf nu! Dus als je de voorstelling nog wilt zien en niet wilt weten wat volgens Von Schirach zelf de juiste keuze is, schuldig of onschuldig, en waarom dat de juiste keuze is, moet je nu echt niet verder lezen. 

Een voor een fileert Von Schirach de argumenten die hij de advocaat in zijn stuk heeft laten gebruiken. Eerst weerlegt hij heldendom als juridische grond. Hij wijst erop dat in de Griekse mythologie een held altijd ook zelf ten onder gaat. En dat is bij de piloot niet het geval.Vervolgens refereert hij aan de zaak van het ontvoerde bankierszoontje in Frankfurt, meer dan tien jaar geleden, waarbij het een politiefunctionaris lukte de verdachte te laten vertellen waar hij zijn slachtoffer verborgen hield door met foltering te dreigen. Die methode was succesvol, het jongetje werd gevonden, dood weliswaar. De politiefunctionaris werd als held behandeld en bevorderd. Volkomen onjuist aldus Von Schirach, hij had veroordeeld moeten worden wegens het gebruiken van ongeoorloofde middelen. 

Op vergelijkbare manier ontleedt en ontkracht hij alle andere argumenten die hij de advocaat in zijn stuk heeft laten gebruiken. Om samenvattend te besluiten met: 
Het principe is het recht. Genade komt na het recht.

*Hoe je van een zaak waarin juridische en morele overwegingen conflicteren wel boeiend theater kunt maken, liet Firma MES vorig seizoen zien in de voorstelling Rishi, over de zeventienjarige Surinaams-Hindoestaanse Rishi Chandrikasing die op perron vier van station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door een politieagent. In die voorstelling speelden de drie acteurs van Firma MES zesentwintig betrokkenen die terugblikken op die gebeurtenis, allemaal met hun eigen waarheid en perspectief.
 
**Tot nu toe hebben wereldwijd 356.843 juryleden hun stem uitgebracht, 61% van die juryleden vond dat majoor Koch onschuldig is. Je kunt de scores volgen op de website Terror.Theater
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Terror de voorstelling