Recensie: Kunst (van Yasmina Reza) van Stan & Dood Paard

●●●○○

KUNST (VAN YASMINA REZA)

STAN & DOOD PAARD


Door RiRo, gezien 29 oktober 2014


Het is eigenlijk onmogelijk om het in een paar woorden op papier over te brengen. Maar als Serge tegen zijn vriend Marc zegt “Ik zei toch niet 'Lees Seneca'. Ik zei 'Lees Seneca'.” Dan is dat, uitgesproken door een acteur tijdens de voorstelling, een enorm verschil. Het is het verschil tussen opzettelijk kwetsen en een oprecht advies.

De vijftienjarige vriendschap tussen Serge, Marc en Ivan wankelt. Serge (Kuno Bakker) koopt een schilderij, een wit schilderij, met daarop witte lijnen. Marc (Frank Vercruyssen) reageert daarop emotioneel afwijzend. Ivan (Gilles Biesheuvel) houdt zich op de vlakte met 'Als het hem nou gelukkig maakt'. Serge en Marc vallen eerst vooral elkaar aan, maar keren zich op een gegeven moment samen tegen Ivan, die zich in de discussie schipperend blijft opstellen.

In de flyer wordt de voorstelling zo aangeprezen:
 
'Wanneer is kunst kunst? Hoeveel mag het kosten? Is het relevant dat een land geld besteedt aan kunst? Moet uw hobby gesubsidieerd worden?'

Dat verbaast me. 
 
Want ik zie Kunst vooral als een voorstelling over vriendschap. Niet over kunst. De aanleiding zou ook iets anders dan een schilderij kunnen zijn. Het stuk van Yasmina Reza gaat in wezen over de emoties die een rol spelen bij oordelende opmerkingen tussen vrienden. En over hoe je vervolgens met die opmerkingen om gaat.
 
Marc merkt dat hij verward en geëmotioneerd raakt door het feit dat Serge een in zijn ogen onzinnig schilderij heeft gekocht. Serge kan accepteren dat Marc het schilderij niet kan waarderen, maar niet het dedain waarmee hij dat onder woorden brengt. Vanuit dit begin komt een spiraal van oordelen op gang, waarbij Serge, alleen maar om Marc te kwetsen, zelfs diens vrouw hardhandig fileert. 
 
Is de manier waarop Yvan, de derde vriend, er voortdurend voor waakt een standpunt in te nemen - niet alleen in de discussie met zijn vrienden, ook bij de beslommeringen rond zijn voorgenomen huwelijk - bevorderlijk voor de vriendschap? Of is het gedrag van Ivan nog fnuikender dan het intellectueel superieure gedrag van Serge en het te snel oordelen van Marc?

Steeds verder gaan de drie in de 'deconstructie' van wat vriendschap is. Steeds meer lagen worden bloot gelegd. Waarbij het weinig uitmaakt dat Serge en Marc dat doen door het conflict steeds op te zoeken, en Ivan daarvan juist, door niet te kiezen, probeert weg te lopen.

Zoals te verwachten bij Stan & Dood Paard begint Kunst opzettelijk rommelig, en zijn de acteurs nog bezig met het opbouwen van het decor als ze hun eerste teksten al zeggen. De speelstijl blijft, ook dat is kenmerkend voor Stan en voor Dood Paard, de hele voorstelling quasi-nonchalant. Die vorm en die speelstijl passen heel goed bij dit absoluut nog niet gedateerde stuk van Yasmina Reza.

Kunst van Stan & Dood Paard is een belangrijke voorstelling over een belangrijke vraag: Is het het waard om vriendschap op de proef te stellen over iets als 'smaak'? Is vaststellen dat je er anders over denkt niet voldoende? Zelfs als die vaststelling je emotioneert?
 
Art van Yasmina Reza ging op 28 oktober 1994 in Parijs in première. Reden voor een artikel in The Guardian van afgelopen dinsdag, precies twintig jaar later. Geen belemmering voor Grand Theatre in Groningen om de geplande voorstelling op diezelfde dag, op 28 oktober 2014, te annuleren. En wel die op 29 oktober 2014 door te laten gaan. Had dat nou niet andersom gekund? Het is natuurlijk niet echt belangrijk, maar precies twintig jaar later! Het zou er toch wat extra's aan hebben gegeven.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard

Vragen over Een bruid in de morgen van Maren E. Bjørseth

 

VRAGEN OVER EEN BRUID IN DE MORGEN VAN MAREN E. BJORSETH


Door RiRo, gezien 14 oktober 2014

Komt het omdat een man van bijna middelbare leeftijd, een acteur van vijfendertig, een jongen van negentien speelt? En daar niet echt in slaagt? Als dat de reden is, valt hem natuurlijk niets te verwijten. Maar wel degene die hem voor die rol heeft gecast. 
 
Die vijfendertigjarige acteur moet niet een gewone jongen van negentien spelen, hij moet niet een jongen neerzetten die al bijna een man is. Maar een jongen die volgens de Nota's voor de regisseur, die Hugo Claus bij zijn toneelstuk voegde, jong is voor zijn leeftijd, en dan ook nog psychisch niet helemaal in orde: 'niet achterlijk (cursivering van Claus), maar en beetje vreemd, ziekelijk gevoelig, soms dikhuidig, soms uitermate kwetsbaar.'
 
Of had ik gewoon de pech dat het, op de avond dat ik er was, niet liep? Zou een voorstelling net als een wielrenner een jour sans kunnen hebben? Moet ik de theaterwetenschapper uit de directe omgeving van de regisseur geloven die na afloop zei: 'Het was waarschijnlijk niet de beste voorstelling van de reeks' ?
 
Of was het iets heel anders?  Was ik te veel bezig met de vraag of de regisseur de actrice waarmee ze tot nu toe had gewerkt, Keja Klaasje Kwestro, in haar hoofd had, toen ze bedacht hoe ze Camilla Siegertsz de rol van Nicht Hilda wilde laten spelen? Zocht ik iets wat er niet was? Of zag ik echt veel typische toneelgebaartjes van Kwestro in het spel van Siegertsz? 

Overigens, jour sans of niet, Camilla Siegertsz, maar ook Marieke Heebink (moeder) en Fred Goessens (vader) waren goed. Hélène Devos (Andrea) deed wat ze moest doen, de iets oudere zus van de negentienjarige Thomas spelen. De scenografie van Marjolijn Brouwer vond ik heel geslaagd.

Maar toch. Mijn verwachtingen waren misschien te hoog gespannen. De voorstelling viel me een beetje tegen. Ik probeer er achter te komen waarom dat zo was. Maar ik kom er niet uit.
 
Een bruid in de morgen van Toneelgroep Amsterdam en Frascati Productie is tot en met zaterdag 18 oktober 2014 te zien in Theater Frascati in Amsterdam.

Recensie: Het Debuut van Rudolphi Theaterproducties

●●●○○

HET DEBUUT

RUDOLPHI THEATERPRODUCTIES


Door RiRo, gezien 10 oktober 2014


Theaterzaken Via Rudolphi selecteerde tijdens het ITs Festival van afgelopen zomer drie afstudeervoorstellingen die het geschikt achtte voor een gezamenlijke landelijke tournee. Dat leidde tot een toneelavond van ruim tweeënhalf uur met drie heel verschillende voorstellingen. Die alle drie, hoe verschillend ook, zeker de moeite waard zijn. 
 
Nick Bos, Mathieu Wijdeven, en Jip van den Dool, van de Toneelacademie Maastricht, bijten het spits af als personages in de computergame NXT LVL, dat ijzersterk begint. Vooral door de verrassende vorm. Met pas op de plaats bewegingen lopen de drie door hun spaceship (een animatie van videokunstenaar Huig van den Hoofdakker). Het spaceship crasht op planeet aarde waarna een gevecht ontstaat met De Rode Priester. Ook dat is heel fraai. Alle bewegingen van de acteurs zijn sur place, toch krijgt het publiek de illusie van veel beweging.

Na die eerst scènes is de verrassing er natuurlijk wel een beetje af, maar NXT LVL blijft boeien, ondanks het feit dat er een paar scènes volgen die wat te lang zijn. Maar dat is ze vergeven, want doordat ze gebonden zijn aan de animaties op video zou inkorten te ingewikkeld zijn geweest. NXT LVL is een schitterend idee dat op een technisch heel vernuftige manier wordt uitgevoerd. Met vanavond als bijzonderheid dat Jip van den Dool, die meteen na zijn afstuderen werd gecontracteerd door Toneelgroep Amsterdam, en zich daarom had moeten laten vervangen, in Groningen voor één keer toch weer zelf meespeelt. 
 
Van totaal andere orde is Rythm of the Night van Marijn Brussaard, die de mime-opleiding van de Amsterdamse Theaterschool deed. In zijn solovoorstelling doet Brussaard een onderzoek naar zijn gemoedstoestanden en laat daarbij dingen van zichzelf zien die heel privé zijn. In het tweede deel Round and round we go maakt hij ons deelgenoot van zijn seksuele driften, met nogal trieste neukbewegingen tegen alles wat binnen zijn bereik is. Dat is pijnlijk om te zien.

Daarna gaan die driften, zoals te verwachten viel, over in verdriet. Maar de vorm die hij daarvoor kiest is weer heel gedurfd, met een huilend gezicht kijkt hij van heel dichtbij steeds een andere toeschouwer aan. Het publiek zit dicht op de performer, aan drie zijden van een soort boksring, en kan dus ook elkaar zien. We zien de ontroering, de irritaties van de anderen, gevoelens waarmee we zelf bij zo'n intieme voorstelling onvermijdelijk ook worstelen. Rythm of the Night is niet alleen een gedurfde, maar ook een heel kwetsbare, mooie, voorstelling. 
 
'Voordat er zee of land was en een lucht die alles toedekt, bestond er slechts één aanschijn der natuur in dit heelal. Men sprak van Chaos (…)' Met deze woorden uit Metamorphosen begint de gelijknamige voorstelling van drie afgestudeerden van de Rits School of Arts in Brussel: de Vlaamse Greet Jacobs en Julie Delrue en de Nederlandse Linda Lugtenborg. Drie actrices die hun voorstelling vooral gebruiken om te laten zien wat ze aan acteren en aan beheersing van verschillende theatrale middelen allemaal in huis hebben.

Zo kan het gebeuren dat Ovidius' dichtregels (bewerkt door Benjamin Verdonck) op het ene moment samen met muziek van de metalband Metallica de zaal in worden geslingerd. Terwijl niet veel later drie gratiën in tegenlicht, met het Lacrimosa uit het Requiem van Mozart, juist voor verstilling zorgen. Alles wat de drie Brusselse afgestudeerden doen, is perfect getimed. En de afwisselingen, hoe extreem ook, kloppen helemaal.

Het Debuut is een bijzondere combinatie van voorstellingen, een boeiende manier om kennis te maken met nieuw en verfrissend theatertalent.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theaterzaken Via Rudolphi

Recensie: Stel je bent een koe van tgECHO

●○○○○

STEL JE BENT EEN KOE

TG ECHO


Door RiRo, gezien 9 oktober 2014

Toen ik las dat de tekst van Stel je bent een koe van Magne van den Berg was, wilde ik er heen. Over de laatste voorstelling met een tekst van haar die ik zag, schreef ik: 'De tekst van Van den Berg bestaat ook nu weer uit korte zinnetjes die vooral veel suggereren. Om recht te doen aan zo'n suggestieve tekst, moeten de acteurs dus met hun spel hetzelfde doen: vooral veel suggereren.' Toen deden de acteurs dat. En ze deden het goed. Ik ging tevreden naar huis.

Nu is dat niet zo. Integendeel. Lotte Dunselman en Anna Schoen willen ons met Stel je bent een koe hun afkeer van de bio-industrie en van de slachthuizen laten zien. Dat mag. Maar wat ze doen is ons om de oren slaan met cijfers. Zoveel koeien in dieronwaardige situaties, zoveel kippen in legbatterijen. Feiten versimpelen ze tot slogans op tekstborden, zoals 'vlees = vlees', met aan de andere kant 'een lijk = een lijk'. 

Op een enkele uitzondering na duren de scènes ook nog eens net te lang, vind ik, ze gaan voorbij het punt waarop, in ieder geval ik, al lang heb begrepen wat ze ermee willen zeggen. Maar misschien hebben Dunselman en Schoen er rekening mee gehouden dat er nog al wat leerlingen van middelbare scholen in het publiek zitten. Hoewel? Zo traag van begrip zullen die toch ook niet zijn?
 
Aan het begin van de voorstelling vraagt Schoen ons de ogen te sluiten om de wondere wereld van de fantasie binnen te gaan. Vervolgens houdt ze een monoloog die daar geen enkele ruimte voor laat. En zo blijft het. Ook als onze ogen weer open mogen. De beide actrices, gekleed in een latex jurk in varkensroze, en later ook met varkenskoppen op, waar dan weer nepbloed overheen gaat, tonen ook in de meer beeldende scènes geen enkele nuance, laten ook in enscenering en spel geen enkele ruimte voor verbeelding.
 
Magne van den Berg schreef deze keer helaas een tekst waarin niets, of nauwelijks iets, aan de suggestie wordt overgelaten. En die tekst wordt ons door Dunselman en Schoen dan ook nog eens zonder enige subtiliteit door de strot geduwd.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tgEcho

Recensie: Als ik de liefde niet heb van RoTheater/Marjolijn van Heemstra en Remy Jacobs

●●●●○

ALS IK DE LIEFDE NIET HEB

ROTHEATER / MARJOLIJN VAN HEEMSTRA EN REMY JACOBS  


Door RiRo, gezien 7 oktober 2014


Als de bisschop en zijn gevolg voorafgaand aan de voorstelling de foyer van het Grand Theatre binnenkomen, klinkt Catholic Girls van Frank Zappa. Toeval beweert de barkeeper. Echt puur toeval. Voor het eerst bij Als ik de liefde niet heb (die ze vastbesloten zijn ook in Rome voor paus Franciscus te spelen) bezoekt een hoge gezagsdrager van de rooms-katholieke kerk, verantwoordelijk voor het op grote schaal misbruiken van kinderen, hun voorstelling. 
 
Gerard de Korte, bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden, in grijs pak, en met stijve witte boord, praat na afloop in dezelfde foyer met de makers, met Van Heemstra en Jacobs.
 
Remy Jacobs is aan het begin van de voorstelling nog onherkenbaar door de grote leeuwenkop over zijn hoofd. Marjolijn van Heemstra start de bedevaart naar Rome. En, tot mijn verrassing, ze acteert! Ze speelt de boosheid die Remy volgens haar zou moeten voelen. En ze speelt goed. Als ik de liefde niet heb, in een eindregie van Jeroen de Man, is theater, op een indrukwekkende manier worden theatrale middelen ingezet om een schrijnend en ontroerend verhaal te vertellen.
 
Daarbij fungeren onder andere het lijdensverhaal van Jezus, de leeuw Aslan, een brief van C.S. Lewis, en de geschiedenis van de zestiende-eeuwse Jan van het Kruis en Theresia van Ávila als effectieve zijpaden om uit te komen bij waar het echt om gaat. Bij de actualiteit van het misbruik in de rooms-katholieke kerk. En vooral bij het elke keer maar weer zwijgen daarover door de verantwoordelijken van die kerk. Als ik de liefde niet heb is het verhaal over, en door, een man die als jongen is misbruikt, maar die geen wraak wil. De zegt dat je door de donkere nacht van de ziel moet, om te komen bij het licht. Bij de liefde.

Van zijn tiende tot zijn vijftiende werd Jacobs seksueel misbruikt door zowel de dirigent van het kerkkoor als door een van de paters in zijn Zuid-Limburgse dorp. En hoe ongelooflijk het ook lijkt, hij wilde zelf toch priester worden. Een paar jaar later is hij er op het seminarie in Rolduc getuige van hoe een begeleider misbruik maakt van de kwetsbaarheid van een leerling waarvan de moeder kort daarvoor was overleden.

Priester Remy, vijfenveertig nu, heeft al heel lang geen mis meer opgedragen. Maar priester, vindt hij, ben je voor het leven. Hoe kan dat? Hoe kun je niet boos zijn? Hoe kun je jezelf nog steeds priester blijven noemen? Dat is een van de prangende vragen waarop deze voorstelling een antwoord probeert te geven. Zelf zegt Jacobs aan het slot van Als ik de liefde niet heb: 'De mannen die mij misbruikten, heb ik makkelijker kunnen vergeven dan degenen die om mij heen stonden, niet ingrepen en wegkeken.'
 
Jacobs, inmiddels zonder de leeuwenkop, gewoon als zichzelf, op zijn buik op de grond. Zoals hij lag op zijn tiende. Toen hij werd betast. En afgetrokken. Marjolijn van Heemstra op hem. Rug op rug. In die houding is het onmogelijk de zwangere buik van Van Heemstra niet te zien. De priester begint een gebed. In het Limburgs. Halverwege dat gebed (vertaald): 'Ik bid voor het verloren kindje.' 
 
Van Heemstra laat zich van hem afglijden, gaat zitten, en begint te vertellen. De parallel met Laura van Dolron in Liefhebben. is niet te miskennen. Maar wat Marjolijn van Heemstra hier doet overstijgt ruimschoots het niveau waarop Van Dolron blijft steken. Nooit meer zal ik in een dierentuin naar een giraffe kunnen kijken zonder aan deze aangrijpende scène terug te denken.
 
Met de leeuwenkop weer op, richt Jacobs zich, tegen het eind van de voorstelling, rechtstreeks tot ons, en vertelt nu, tot in de kleinste details, wat de dirigent en de pater bij hem deden, en wat ze hem dwongen te doen.
 
Zelden zag ik een voorstelling waarbij het publiek zo muisstil bleef. Dat dat bij de andere toeschouwers een andere reden had dan bij mij, dat het niet was omdat ze zo onder de indruk waren, kan ik me niet voorstellen. Maar toch. Als ik met een kopje thee in de foyer een beetje tot mezelf ben gekomen, kan ik het nog steeds niet bevatten. Dat je dat hebt meegemaakt, en toch priester blijft.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: RoTheater

Recensie: Pointless International van Discordia en 't Barre Land

●●●○○

POINTLESS INTERNATIONAL

DISCORDIA EN 'T BARRE LAND


Door RiRo, gezien 4 oktober 2014


Vier van die groene dingen hadden hier boven moet staan. Waarom zijn het er dan maar drie? Wat ontbrak er dan vanavond aan voor die vierde? Jullie. Jullie hadden er moeten zijn. Want wezenlijk bij een voorstelling met clowns is een publiek dat meeleeft. Dat van zich laat horen. Pointless International verdient zo'n publiek, het verdient een groot publiek. Het is nota bene een voorstelling waar je eindelijk eens die vriend of vriendin mee naartoe kunt nemen, die altijd zegt niet zo van toneel te houden.
 
Clowns dus. Die met de handen in de zakken opkomen en dan iets komisch creëren uit niks. De drie, Matthias de Koning, Vincent van den Berg en Jorn Heijdenrijk, trappen af met een klassieker van Snip & Snap 'het is een kind van mijn ouders, maar het is niet … '. Daarna gaat het nog verder terug in de geschiedenis van de clowns-acts. Naar die van de slapstick, vaak met een licht melancholische ondertoon, en van de Commedia dell`arte. Met acts van soms meer dan tweehonderd jaar geleden. Waar ze dan af en toe een hedendaagse draai aan geven. Waardoor het, in een milde vorm, ook een satire op zo'n klassieker wordt.

Elke act, hoe lang of hoe kort ook, roept bij mij op z'n minst een glimlach op. En door de rustige opbouw die hoort bij dit genre, en de relatieve eenvoud van de dialogen, heeft Pointless International naast het komische effect ook een onthaastende uitwerking op me.
 
De clownerie in de klassieke zin van het woord - de magische trucs, het jongleren, de pantomime - komt vooral voor rekening van Vincent van den Berg en Jorn Heijdenrijk. De rol van de derde clown, Matthias de Koning als Buster, is meer die van de onbegrepene. En dan is er nog Czeslaw de Wijs. Die is niet alleen bezig met het licht en de trekkenwand. Hij loopt ook voortdurend door de scènes heen met rekwisieten. Waardoor de timing natuurlijk extra nauw luistert.
 
Veel van dit soort toegankelijk maar toch intelligent en integer slapsticktheater, dat ook nog eens door het land toert, wordt in Nederland niet gemaakt. Het kan natuurlijk dat ik er een paar heb gemist, maar ik herinner me eigenlijk alleen Mannetje met de lange lul (2008) en Plenty Coups & Sitting Bull (2010). Met in beide gevallen toen ook, naast Kuno Bakker, de voortdurend struikelende Jorn Heijdenrijk.

Van mij mag er elk seizoen minstens één zo'n 'met de hand in de zakken' clownerie op het programma komen. Misschien helpt het om zo'n voorstelling in dat geval onder een voor het publiek aansprekende vaste noemer te promoten. Want, ik begon ermee, en ik eindig ermee, Pointless International verdient volle zalen!
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Pointless International

Recensie: Vader van Peeping Tom

●●●●○

VADER

PEEPING TOM


Door RiRo, gezien 1 oktober 2014


Zoals altijd bij Peeping Tom is het contrast tussen een hyperrealistisch toneelbeeld en het filmische, het surrealistische, de drijvende kracht. Daar moet ik, ook nu weer, even aan wennen. Maar vanaf het moment dat ik me gewonnen geef, is het puur genieten. Vader, de eerste in een nieuwe trilogie van Franck Chartier en Gabriella Carrizo, Vader – Moeder – Kinderen, speelt zich af in een verzorgingstehuis voor bejaarden, het grensgebied tussen leven en dood. De centrale figuur is Leo, gespeeld door Leo De Beul (1938).
 
In een realistisch decor worden gewone alledaagse situaties met het voor Vlaanderen en Brussel zo kenmerkende absurdisme op scherp gezet. Om daarmee onder die alledaagsheid te komen. Bij het pijnlijke, bij het schrijnende. Maar ook bij de humor ervan.
 
Vader is een voorstelling die laveert tussen de triviale gang van zaken bij het bezoeken van een vader, bij het verzorgen van dementerende bejaarden, en de fantasie, het surrealisme. In een mix van theater en dans. Hard en ontroerend tegelijk. Absurd maar toch poëtisch en subtiel. Een voorstelling waar ik heel blij van word.

Een zoon (Simon Versnel) komt gehaast binnen voor zijn wekelijkse bezoekje van een half uur. Hij wil zijn bejaarde vader zo snel mogelijk in zijn rolstoel mee naar buiten nemen. De oude man klemt zich vast aan de piano, speelt, en zingt 'Feelings'. Zijn fans, vrouwelijke medebewoners, strekken bewonderend hun armen naar hem uit. Een verzorgster pakt een microfoon en vertelt de zoon dat ze zijn vader haat, dat iedereen zijn vader haat, dat iedereen er over denkt hem te doden, dat iedereen erover nadenkt hoe hem te doden.

Tien bejaarde mannen en vrouwen figureren in Vader als bewoners, pakken een instrument als er muziek klinkt, deinzen angstig terug als het personeel weer eens met de bezems aan komt zetten. Een Koreaanse danser en een Taiwanese danseres voeren dan weer een geanimeerd gesprek dat niemand verstaat, dan weer dansen ze duetten of adembenemende solo's die aan triphop dance doen denken. Een zangeres zingt een fado. Nog een fascinerende dans. Weer, nu drie andere, figuranten, playbackend aan de instrumenten. En steeds weer de verzorgers, de dansers, met de bezems.
 
Als tegen het einde de zoon weer op bezoek lijkt te zijn, blijkt hij ook een 'vader' te zijn geworden. Seniel en wel. Die verzorgd moet worden, en gewassen. Die zijn dochter niet meer herkent. Zijn zoon roept nu hèm ter verantwoording, leest hèm nu de les. En helemaal aan het eind neemt er weer een zoon zijn vader in een rolstoel mee naar buiten. Maar nu is niemand meer wat hij is. Of wat hij was. Wat een prachtige voorstelling. En wat een sterk einde.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Peeping Tom