Recensie: Onbezongen van Valentijn Dhaenens / KVS & SkaGen

●●●○○

 

ONBEZONGEN

 

VALENTIJN DHAENENS / KVS & SKAGEN




Door RiRo, gezien 8 december 2017  

Vanonder het achterdoek waaien plotseling tientallen kopieën van een foto de speelvloer op. In de zaal kunnen we ze niet goed zien. Maar door de reactie van de politicus en zijn spindoctor begrijpen we dat ze compromitterend zijn. De politicus oefent hoe hij de pers te woord zal staan, zal zeggen dat hij om vergeving vraagt, vooral zijn vrouw om vergeving vraagt, maar dat hij de campagne voort zal zetten. Deze scène met de foto en het vragen om vergeving zien we overigens pas tegen het eind van de voorstelling. En nog iets later, als ik bij het verlaten van de zaal zo'n foto oppak en nauwkeurig bestudeer, zie ik dat Jos er gelukkig niet op staat.

Een politicus, blauw pak, wit overhemd, blauwe stropdas, nog onwetend van die foto's, staat voor een microfoon en begint aan een speech. Met zijn charisma, zijn glimlach, en met mooie woorden als 'verandering' en 'duurzaamheid' probeert hij zijn gehoor te paaien. Na een minuut of tien stapt hij uit zijn rol, ineens heeft hij genoeg van die holle retoriek. Zijn glimlach en zijn charisma laat hij abrupt varen. Met een van ergernis vertrokken gezicht, zijn handen in zijn zij, valt hij woedend uit tegen zijn spindoctor.

In de monoloog Onbezongen zijn we getuige van de voorbereidingen van debatten van een politicus in campagnetijd. Zowel van de debatten met een rivaal binnen zijn eigen partij, als van debatten met politici van andere partijen. Tijdens die voorbereidingen gaat de politicus in discussie met zijn spindoctor, waarvan we als publiek alleen de stem horen (eerder opgenomen door Valentijn Dhaenens zelf). De politicus in Onbezongen heeft geen naam. Uit zijn woorden kunnen we ook niet opmaken waar hij voor staat.

Na elke campagnedag zien we (op eerder opgenomen beelden) hoe de steeds vermoeider ogende politicus 's avonds laat vanuit zijn hotelkamer skypet. Met zijn vrouw. Met zijn kinderen. Daardoor krijgen we ook de andere kant, de menselijke kant te zien. Hij is niet alleen een politicus, maar ook een echtgenoot die zegt zijn vrouw te missen, een vader die de stem van zijn kinderen wil horen.

Als Dhaenens al heen en weer lopend weer een nieuw wit overhemd uit de verpakking haalt, weten we dat er een nieuwe dag is aangebroken. Weer een dag waarop de politicus zich met zijn spindoctor voorbereidt op een debat of een interview. Zo volgen we campagne tot aan de avond van de uitslag. Totdat hij óf de overwinningstoespraak zal houden óf zijn tegenstander zal moeten feliciteren.

In de scènes over de machtsstrijd binnen de partij waarbij Dhaenens onder meer zegt “Ik zie u graag. Maar ik maak u kapot”, zal het publiek in Vlaanderen waarschijnlijk denken aan Karel De Gucht en Guy Verhofstadt. Maar ik als Nederlander zie meteen voor me hoe Brutus Asscher zijn dolk in de rug van Diederik Samsom plantte. En als Dhaenens zijn stropdas afdoet en de mouwen van zijn witte overhemd oprolt, denk ik aan Jesse Klaver, terwijl bij het maken van de voorstelling waarschijnlijk een andere politicus de inspiratiebron was.

Na weer een slopende campagnedag in weer een ander hotel trekt de politicus met zijn ene hand zijn onderbroek wat naar voren, en met in zijn andere hand zijn smartphone maakt hij voor zijn minnares een filmpje van Jos. Met een sensuele stem zegt hij tegen haar: 'Ik wou dat ik u mee kon nemen naar het topje van de berg Jos.'

In een eerdere monoloog van Valentijn Dhaenens, DegrotemonD, die in 2009 geselecteerd werd voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival, declameerde Dhaenens fragmenten uit 2500 jaar politieke redevoeringen. Van de grafrede van Pericles tot de toespraken van Bush en Bin Laden. Dhaenens bracht die redevoeringen met zijn spel tot leven en liet ook zien dat het bij die legendarische speeches voor een niet onbelangrijk deel om retoriek ging.

Vincent Stuer, die woordvoerder was van partijvoorzitter (en later minister) Karel De Gucht en speechwriter van Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso, zag die voorstelling van Valentijn Dhaenens ook, was er van onder de indruk en mailde hem dat hij graag een tekst voor hem wilde schrijven. Met als uitgangspunt vragen als: Wat maakt dat iemand in de politiek gaat? Wat voor psychologie zit daar achter? 


Toen, in DegrotemonD, werden beroemd geworden politieke toespraken met bronvermelding geciteerd. Nu, in Onbezongen, gaat het over de technieken die politici inzetten om zo goed mogelijk over te komen. Over hoe je je charisma uitbuit. Over hoe je jezelf op zo'n manier neerzet als een sterke persoonlijkheid dat de kiezers je desondanks toch meevoelend en menselijk vinden. Door de kennis
van insider Vincent Stuer en het goede acteerwerk van Valentijn Dhaenens levert dat een interessant inkijkje op achter de schermen van het politieke bedrijf.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Poquelin II van tg STAN

●●●●○

 

POQUELIN II

 

TG STAN




Door RiRo, gezien 4 december 2017

Eindelijk is er een vervolg op Poquelin. En wat voor vervolg! Veertien jaar geleden maakte tg STAN een voorstelling met kluchten van de zeventiende-eeuwse Franse blijspelschrijver Jean-Baptiste Poquelin, beter bekend onder zijn pseudoniem Molière. Dat waren toen De Ingebeelde Zieke (Le Malade Imaginaire) en drie wat kleinere minder bekende stukken. Met behalve de vier spelers van tg STAN, Tine Embrechts en Adriaan Van den Hoof als gastspelers.

Nu in Poquelin II zijn er drie acteurs van tg STAN en vier gastspelers: Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas en Stijn Van Opstal. En net als veertien jaar geleden staat er op het podium van de schouwburg een vierkante houten verhoging. Toen met aan drie zijden een tribune waarop het hele publiek zat. Nu met alleen aan weerszijden kleine tribunes. De rest van het publiek, het merendeel, zit in de zaal.

In de eerste klucht, De Vrek (L'Avare), wil Harpagon trouwen met de jonge Mariane (Jolente De Keersmaeker). Maar die is al zonder dat hij dat weet met zijn zoon Cléante (Kuno Bakker). Zijn dochter Elise (ook Jolente De Keersmaeker) wil hij uithuwelijken aan de oude rijke Anselme (Frank Vercruyssen). Maar Elise ziet meer in Valère (Stijn Van Opstal), de bediende van haar vader. En dan is er nog de angst van de wantrouwige Harpagon dat iemand zijn in de tuin verstopte 10.000 ecu's zal vinden. Genoeg aanleiding dus voor veel kluchtige scènes.

Willy Thomas, die Harpagon speelt als een gestreste paranoïde gierigaard met ADHD, maakt meteen flink vaart. En hij houdt het tempo hoog. Daarmee zet hij de toon, want dat hoge tempo blijkt bij deze twee kluchten over ijdelheid, gierigheid, geld en liefde de humor en de hilariteit enorm te versterken.

In de tweede klucht, De Parvenu (Le Bourgeois Gentilhomme), wordt de spot gedreven met een omhooggevallen burger die zo ontzettend graag bij de adel wil horen dat het niet anders kan of hij moet wel het mikpunt worden van misleiding. Zo probeert graaf Dorante (Kuno Bakker) deze rijke maar niet zo slimme Jourdain (Damiaan De Schrijver) op slinkse wijze van zijn geld te ontdoen omdat hij op zijn beurt zelf weer indruk wil maken op markiezin Dorimène (Jolente De Keersmaeker).

Ondertussen schakelt Jourdain in zijn streven om zich de gewoontes van de adel zo snel mogelijk eigen te maken zowel een leraar filosofie (Stijn Van Opstal), een muziekleraar (Els Dottermans), een dansleraar (Kuno Bakker) als een schermleraar (Frank Vercruyssen) in om dat doel te bereiken

Als zijn schermles op het punt staat te beginnen, valt het De Schrijver op dat een toeschouwer op de eerste rij van een van de tribunes op het toneel een wandelstok heeft. Onder het motto 'omhels het toeval als het zich aandient' daagt hij de man onmiddellijk uit. Het schermduel tussen de breed lachende oude man zittend op zijn stoel met zijn wandelstok en de bebaarde parvenu op zijn houten verhoging met zijn degen eindigt, zoals het in zo'n geval hoort, in remise.

Behalve de muziekleraar speelt Els Dottermans zowel Jourdains echtgenote als hun dochter Lucille. En hoe! Nu Dottermans besloten heeft bij NTGent weg te gaan en meteen het diepe in te gaan door met zes andere acteurs Poquelin II te maken, laat ze weer zien wat een fenomenale actrice ze is. Vooral in De Parvenu gaat ze helemaal los, alsof ze al haar frustraties van de afgelopen jaren bij NTGent in één keer van zich af wil spelen. Voor mij is Els Dottermans met haar extraverte hilarische spel de uitblinker in deze perfect gemaakte, heel goed geacteerde, en ontzettend geestige voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Recensie: De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) van Freek Vielen / de Nwe Tijd & De Nieuwe Oost

●●●●○

 

DE AANKOMST VAN DE TITANIC (EN ANDERE HELDENDICHTEN)

 

FREEK VIELEN / DE NWE TIJD & DE NIEUWE OOST



Door RiRo, gezien 29 november 2017

Dat Freek Vielen een begenadigd verhalenverteller is, wisten we al. Bijvoorbeeld van zijn voorstelling So it goes. Maar toen vertelde hij het verhaal van een ander, van Kurt Vonnegut. Nu Vielen met de door hemzelf geschreven monoloog De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op de planken staat, blijkt deze woordkunstenaar niet alleen een goed verteller te zijn, maar inmiddels ook een hele goede schrijver.

Boven de verteller hangen één armoedig peertje en vijf potsierlijke kroonluchters. Op de houten planken een gewicht met daaraan een zwart touw. Links vooraan op een klein tafeltje een platenspeler met een langspeelplaat, een speaker op de grond ernaast. In een hoek een grote kist, met zo blijkt later een muziekinstrument erin. Achter de verteller, die in het wit en gebroken wit is gekleed, hangt een vaalrode doek, waarin je met enige fantasie een zonsopkomst zou kunnen zien.

Na een inleiding waarin hij teruggaat naar zijn jeugd, naar toen hij als negenjarige wakker wilde blijven om het onweer te zien, begint Vielen aan de drieëndertig heldendichten die hij zo geraffineerd in elkaar vlecht dat ze, zonder dat hij dat benadrukt of expliciet maakt, toch samen het verhaal vertellen van Europa.

Anderhalf uur is Vielen aan het woord. En daarvan heb ik geen enkel woord gemist. Geen seconde zijn mijn gedachten afgedwaald. Vanaf het begin lukt het Vielen om me mee te nemen, en steeds zie ik voor me wat hij beschrijft. Vanaf hoe in het eerste heldendicht negen theaterauteurs uit negen verschillende Europese landen in  een klooster op Sicilië hun pasta met courgette eten.

En ik blijf voor me zien wat hij beschrijft tot aan het allerlaatste woord van het drieëndertigste en laatste heldendicht aan toe. Het heldendicht waarin een schip de haven van het dorpje Sperino binnenvaart. Niet het cruiseschip met de 6000 passagiers waarop de dorpelingen al dagen wachten, en waarvoor de negenjarige Ricardo zo graag wakker wilde blijven. Maar een oude vissersboot met 62 opvarenden.

Ik zie voor me hoe de opvarenden van de oude lekke vissersboot worden gered en opgevangen in het dorp waar overal vlaggen hangen met 'Welkom'. Waar Nonna honderden flesjes limoencello klaar heeft staan om aan de toeristen die met het Cruiseschip zouden komen te verkopen. En waar Marco, de saxofonist, tijdens de reddingsoperatie gewoon door blijft spelen.

Is het de verdienste van de verteller Freek Vielen dat mijn gedachten tijdens De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op geen enkel moment afdwalen? Voor een deel natuurlijk wel. Maar het is zeker ook de verdienste van de schrijver Freek Vielen. Want De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) is een jaloersmakend goed geschreven, inhoudelijk heel rijke monoloog, waarin Vielen in drieëndertig korte, stuk voor stuk boeiende hoofdstukken op een onnadrukkelijke, heel natuurlijke manier het verhaal vertelt van het Europa van nu.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de Nwe Tijd

Recensie: Eenzame begeerte van Theatergroep Suburbia/Olivier Diepenhorst

●●○○○

 

EENZAME BEGEERTE


THEATERGROEP SUBURBIA / OLIVIER DIEPENHORST



Door RiRo, gezien 25 november 2017

In Eenzame begeerte, dat in de flyer wordt aangeprezen met de woorden 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' worden zonder pauze twee eenakters van Steven Berkoff gespeeld, Lunch en The bow of Ulysses. Beide stukken in een vertaling van Ingmar Heytze.

Marie en Thomas ontmoeten elkaar en voelen zich fysiek meteen sterk tot elkaar aangetrokken. Is dat voldoende basis voor een relatie? Die vraag zal Berkoff twintig jaar later beantwoorden. Want in The bow of Ulysses (2002) laat Berkoff zien hoe het inmiddels is gesteld met de relatie die in Lunch (1983) begon.

Het taalgebruik is bijzonder. De een zal het virtuoos vinden, taal vol originele beeldspraak, zinnen waarin onder poëtisch verwoorde vulgariteiten op een geraffineerde manier een schreeuw om echte liefde schuilgaat.

Ik bevind me aan de andere kant van het waarderingsspectrum. In het begin denk ik nog ach, waarom niet, moet toch kunnen, een man die zegt dat hij ligt te gisten omdat hij zich metaforisch tot vrucht heeft getransformeerd. Maar nadat er weer een emmer beeldspraak over het publiek is uitgestort en er weer een blik synoniemen voor het mannelijk geslachtsorgaan is opengetrokken, heb ik er wel een beetje genoeg van. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Bij het begin van de voorstelling zien een we een man (Stefan Rokebrand) en een vrouw (Lot van Lunteren) ver van elkaar af staan. Zo ver van elkaar af dat duidelijk is dat we dat niet alleen letterlijk moeten nemen. De man begint een monoloog waarin hij zich er bij de vrouw over beklaagt dat er de laatste tijd niet meer wordt gevreeën.

Dan is het de beurt aan de vrouw met een venijnige tekst waarin ze haar verbale pijlen op steeds dezelfde anderhalve decimeter van het lichaam van de man richt. En zo gaat het om en om door. Nadat ze twintig jaar de schijn hebben opgehouden, laten de twee hun frustraties over hun relatie volledig de vrije loop. Er is geen houden meer aan, alle opgekropte teleurstelling en verbittering komt eruit.

Twintig jaar daarvoor. Thomas, een vertegenwoordiger, brengt zijn lunchpauze door aan zee. Hij ziet daar een aantrekkelijke vrouw en spreekt haar aan. Hun gesprek verloopt stroef, de woorden die ze met elkaar wisselen zijn triviaal, gaan over hoe mooi de zee is, over de schuimkoppen op de golven. Maar ondertussen zijn hun gedachten vol lust, vol explicite seksuele verlangens. Zijn gedachten zijn bij de binnenkant van haar dijen, haar gedachten zijn bij zijn mond.

Omdat we als publiek zowel te horen krijgen wat ze zeggen als wat ze denken, weten we dat hij haar wil versieren. En ook dat zij door hem versierd wil worden. Maar des te langer dat eerste gesprek tussen Thomas en Marie duurt, des te duidelijker wordt het ook dat ze er beter aan zouden doen geen relatie met elkaar te beginnen.

Drie keer eerder zag ik een regie van Olivier Diepenhorst. Boven mijn recensie van al die drie voorstellingen zette ik vier van die groene ballen. Maar nu niet. Dat heeft voor een deel te maken met de tekst, ik houd niet van de beeldspraak in deze voorstelling. Maar ook inhoudelijk ben ik er niet zo van onder de indruk. Waarom kiest Diepenhorst eigenlijk voor deze twee stukken? Wat is de relevantie ervan?

Maar los daarvan, op grond van het in de flyer beloofde 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' zou je mogen verwachten dat er veel interactie is tussen de twee personages Thomas en Marie. Maar Rokebrand en Van Lunteren kijken elkaar in de eerste drie kwartier nauwelijks aan, ze richten zich voornamelijk tot de zaal. Pas in het tweede deel, als ze elkaar tijdens hun lunchpauze versieren, is er rechtstreeks contact tussen de twee acteurs.

En dan het omkeren van de volgorde van de twee eenakters. Ik vind niet dat die keuze goed uitpakt. Want omdat Diepenhorst ons in Eenzame begeerte eerst The bow of Ulysses laat zien en pas daarna Lunch, komen de frustratie en de verbittering van Thomas en Marie aan het begin volledig uit de lucht vallen. En omdat we in The bow of Ulysses drie kwartier lang murw gebeukt zijn met alleen maar verwijten en venijn is het moeilijk om daarna in Lunch naast de verbale gevechten ook de zachtheid te zien die er in het begin van de relatie nog was. Al met al een matige voorstelling dus.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theatergroep Suburbia

Recensie: De Blackout van '77 van Orkater De Nieuwkomers/Sir Duke

●●●○○

 

DE BLACKOUT VAN '77

 

ORKATER DE NIEUWKOMERS / SIR DUKE




Door RiRo, gezien 16 november 2017  

Op de avond van 13 juli 1977, bekend geworden als The New York City Blackout of 1977, is het chaos in New York. Maar terwijl anderen zich door de stroomuitval te buiten gaan aan vandalisme, plundering en brandstichting, zit Amina, een jonge zwarte schrijfster, bewegingloos in de subway. In de onverwachte stilte die daar heerst, reconstrueert ze haar levensgeschiedenis.

In korte poëtische teksten neemt toneelschrijfster Esther Duysker ons in De Blackout van '77 mee langs de hoogte- en dieptepunten van de emancipatie van de zwarte Amerikanen. De levensloop van de in het behouden zuiden opgegroeide schrijfster Amina is daarbij de rode draad. Amina belandt via Philadelphia in New York waar ze onder meer betrokken raakt bij de Black Panters. Iconen als die Black Panters, maar ook bijvoorbeeld Martin Luther King, worden door de spelers steeds even kort in tableaux vivants uitgebeeld.

Maar Sir Duke is een muziektheatercollectief. Het is dus vooral via muziek dat het verhaal wordt verteld. In een voorstelling van ruim een uur nemen Dionne Verwey, Francesca Pichel en Gery Medes van Sir Duke, aangevuld met percussionist Vernon Chatlain, ons dan ook mee op een reis door de Amerikaanse zwarte muziek uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Met live uitgevoerde nummers van onder andere James Brown, Little Richard en Tina Turner.

In het strakke decor van witte balken liggen de pruiken al in de goede volgorde klaar zodat rolwisselingen heel snel kunnen plaatsvinden. Omdat de vier acteurs/muzikanten elkaar ook nog eens de instrumenten (gitaren, dwarsfluit en percussie) doorgeven alsof ze getraind hebben voor de vier keer honderd meter estafette, verlopen de overgangen heel soepel en zit er vanaf het begin tot het eind een hoog tempo in de voorstelling.

Bij het slotbeeld zwijgt de muziek. In het gele glittergordijn waardoor de beroemdheden opkwamen, staat Dionne Verwey. Bewegingloos. Met haar hand aan de denkbeeldige lus boven haar. Ze is weer de jonge zwarte schrijfster Amina in de onverwachte stilte van de New Yorkse subway waarmee het verhaal begon.

Muzikaal is De Blackout van '77 vooral voor liefhebbers van soul en funk een voorstelling om je vingers bij af te likken. Maar doordat het accent vooral op muziek ligt, raakt de verhaallijn af en toe wel een beetje uit het zicht.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Arabische Nacht van De Roovers

●●●○○

 

ARABISCHE NACHT

 

DE ROOVERS




Door RiRo, gezien 9 november 2017

Roland Schimmelpfennig (1967) is een van de meest gespeelde hedendaagse Duitse toneelschrijvers. Vorig jaar speelde De Roovers zijn stuk De Gouden Draak (2009), nu is het de beurt aan het magisch-realistische Arabische Nacht (2001).

Op een warme, broeierige zomeravond, is er op de drie bovenste verdiepingen van een appartementengebouw geen water meer. Maar in een woning op de zevende doucht laborante Franziska Dehke. Dat doet ze elke dag na haar werk. En zoals elke dag begluurt overbuurman Peter Karpati haar daarbij. Na het douchen valt Franziska, zoals elke dag, in een fauteuil in slaap.

Fatima Mansur, de vrouw met wie Franziska haar appartement deelt, komt thuis met drie plastic zakken met boodschappen. Conciërge Hans Lomeier is op weg naar boven om het probleem van het verdwenen water te onderzoeken. En Kalil, de minnaar van Fatima, zet, zoals elke dag, voor de ingang van het appartementengebouw zijn brommer op slot. Tot zover allemaal heel gewone nogal triviale alledaagse gebeurtenissen. Maar dat verandert.

Want in haar droom belandt Franziska in een harem. Terwijl ze nog slaapt kussen de voyeur en de conciërge de vrouw, die in haar droom inmiddels in een Arabische sprookjeswereld is beland. Ze betalen daarvoor allebei met hun leven. De voyeur Karpati verschrompelt tot hij in een bijna lege cognacfles past en daarin van zeven hoog naar beneden valt, conciërge Lomeier komt om in de woestijn.

Ook Kalil, de minnaar van Franziska's huisgenote Fatima, ontkomt niet aan de wereld van de magie. Want de inmiddels half wakkere Franziska ziet hem aan voor de sjeik en kust hem hartstochtelijk. Door die betovering wordt Kalil zo aantrekkelijk voor vrouwen, van piepjong tot hoogbejaard, dat hij geen leven meer heeft.

Arabische Nacht is een stuk met vijf parallelle monologen en heel weinig dialogen. Bij zo'n vertelvorm is het aan de toeschouwer (of aan de luisteraar, want Arabische Nacht is ook wel eens als hoorspel uitgezonden) om zelf die vijf elementen met elkaar te verbinden, en er zelf beelden bij te bedenken. Gelukkig is de compositie van Schimmelpfennig's stuk zo geraffineerd dat dat heel goed werkt.

Wat voegen ze bij De Roovers op theatraal gebied toe aan dat verhaal? Het zien van de mimiek, de lichaamstaal en de bewegingen van de vijf acteurs heeft vanzelfsprekend meerwaarde boven alleen maar luisteren zoals bij een hoorspel. Want zowel Robby Cleiren, Sara De Bosschere als Sofie Sente, en in iets mindere mate Saïd Boumazoughe en Luc Nuyens, geven door hun spel het verhaal iets extra's.

Maar dan de enscenering. Je zou kunnen zeggen dat zo'n leeg en grauw decor, dat doet denken aan een verlaten fabriekspand, laat zien dat ze bij De Roovers consequent zijn. Want ook bij hun voorstelling De Gouden Draak kozen ze daarvoor.

Maar juist bij zo'n stuk als Arabische Nacht, waar magie en realiteit door elkaar lopen, waar een sprookjesachtige sfeer heerst, stel ik me een veel lichter en een veel kleurrijker toneelbeeld voor. Ook al omdat het verhaal van Arabische Nacht zich afspeelt op een bloedhete, broeierige zomeravond. Maar in de versie van De Roovers lijkt het wel zo'n sombere dag in november, zo'n grijze dag zonder zon, zo'n herfstdag waarop het voortdurend regent.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

Recensie: Uit het leven van marionetten van Toneelgroep Amsterdam/Nanouk Leopold

●●●●● 

 

UIT HET LEVEN VAN MARIONETTEN

 

TONEELGROEP AMSTERDAM / NANOUK LEOPOLD



Door RiRo, gezien 5 november 2017

Ivo Van Hove vraagt Nanouk Leopold om voor Toneelgroep Amsterdam een toneelbewerking te maken van de film Aus dem Leben der Marionetten van Ingmar Bergman. Een filmregisseur die haar debuut maakt als toneelregisseur, dat is op zich al heel spannend. Dat haar debuut dan ook nog eens een toneelbewerking is van een film van Bergman maakt het extra spannend.

Met haar eerste speelfilm Îles flottantes (2001) valt Nanouk Leopold al meteen op. En vanaf Guernsey (2005) ontwikkelt ze een kenmerkende stijl waaraan ze zal blijven vasthouden: ze vertelt verhalen zoveel mogelijk met beelden en zo weinig mogelijk met woorden. Dat ze vanaf Guernsey samenwerkt met production designer Elsje de Bruijn (die nu ook verantwoordelijk is voor de scenografie van de voorstelling) draagt natuurlijk bij aan die herkenbare stijl.

Bergman's Aus dem Leben der Marionetten (1980) is in Duitsland gemaakt met Duitse acteurs. Op de allereerste en de allerlaatste scène na is het een zwart-wit film. Taal speelt er een belangrijke rol in, want het is de uitwerking van woorden op de geest die zal leiden tot een daad van fysiek geweld. Met afwisselend scènes voorafgaand aan de moord en scènes van daarna laat Bergman zien wat mogelijk tot die catastrofe heeft geleid, zonder dat hij een eenduidige verklaring geeft.

Kan Nanouk Leopold, een regisseur die in haar films alleen maar woorden toestaat als die nodig zijn om de beelden te verduidelijken, toneel maken waarin woorden zo'n grote rol spelen? Ja, dat blijkt ze te kunnen. En hoe! Met Uit het leven van marionetten maakt Leopold een in alle opzichten overdonderend toneeldebuut.

Als we de zaal binnenkomen zien we een lege grijze achterwand die doorloopt naar de twee zijkanten, waardoor een groot gebogen grijs vlak ontstaat. Op de ook volledig lege grijze vloer ligt Peter Egerman (Eelco Smits) die een prostituee heeft vermoord. Een fascinerend openingsbeeld, die nietige man liggend in die grote grijze ruimte.

De eerste scène wordt aangekondigd op de manier waarop alle scènes worden aangekondigd, met op de achterwand een tekst met een tijdsbepaling. Bijvoorbeeld 'Twintig uur na de moord, psychiater Morgens Jensen legt een verklaring af.' Behalve tijdsbepalingen worden ook regelmatig eerder opgenomen close-ups van de personages op de achterwand geprojecteerd. Het effect daarvan wordt in de loop van de voorstelling steeds indringender.

Op de grijze speelvloer staan of zitten steeds alleen acteurs, er zijn geen rekwisieten. Personages beginnen vaak buiten ons gezichtsveld met hun tekst en lopen dan al sprekend ons gezichtsveld binnen. Ook dat benadrukt de leegte. Door die leegte en dat grijs hoeven de kleuren van de kleding niet fel te zijn, zachte kleuren, perfect passend bij elk personage, overheersen dan ook.

Ook op de achterwand komen vanaf de scène 'Vier dagen voor de moord' andere kleuren dan grijs. Verrassend zijn de kleuren die Leopold in de slotscène gebruikt, de scène in het bordeel. Niet het voor de hand liggende rood zoals Bergman in zijn film. Welk kleuren dan wel? Beter als dat een verrassing blijft.

En dan de details. Dat alleen Tim (Hugo Koolschijn) een horloge draagt bijvoorbeeld, want hij praat over ouder worden, over de rol van tijd. De lichaamshoudingen van de acteurs. Ik blijf voor het gemak maar even bij Koolschijn, die met de hak van zijn linkerschoen op de wreef van zijn rechterschoen staat, zodat zijn linkerbeen licht gebogen is. Prachtig beeld is dat.

Wat Nanouk Leopold in haar debuut als toneelregisseur laat zien, is verbijsterend goed. De manier waarop de acteurs hun teksten spreken, hoe met licht en geluid wordt gewerkt, de rol van de kleuren. Het is haast niet te geloven dat dit haar eerste toneelregie is.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties/Paul Knieriem

 

●●●●○

 

DE HUISBEWAARDER

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / PAUL KNIERIEM



Door RiRo, gezien 28 oktober 2017


The Caretaker, het toneelstuk dat Harold Pinter in1960 schreef, speelt zich af in een huis in West-Londen dat nodig opgeknapt moet worden. Drie mannen, alle drie op de een of andere manier psychisch beschadigd, komen daar in een spel van domineren of gedomineerd worden terecht. En alle drie ontlenen ze als ze te veel onder druk staan hun identiteit aan materiële zaken. Aston, die de zwerver Davies een slaapplaats aanbiedt, valt in zo'n geval terug op zijn schuur waar hij een werkplaats van wil maken. Bij de zwerver Davies zijn het schoenen. Want zonder goede schoenen kan hij niet naar Sitcup waar zijn papieren liggen. En Mick, de jongere broer van Aston, beroept zich er in dat geval op dat hij een busje heeft.

Wat hierboven staat is maar één van de vele invalshoeken om naar dit stuk te kijken, één van de vele betekenissen die je eruit kunt halen. En juist die veelheid aan betekenissen maakt The Caretaker van Harold Pinter tot het meesterwerk dat het is.

Lowie van Oers, die later in de voorstelling Mick zal spelen, komt op als verteller om de volledige regieaanwijzingen van Pinter over de inrichting van de kamer van Aston op te sommen. We weten dan dus meteen dat Marloes en Wikke (ik moet nog erg wennen aan alleen die voornamen*) zich daar weinig van hebben aangetrokken met dat plastic en die draadconstructie.

René van het Hof speelt de zwerver die een baan als huisbewaarder krijgt aangeboden en die probeert de twee broers die hem onderdak verlenen tegen elkaar uit te spelen. En hij speelt goed. Maar niet meer dan goed. Dat geldt ook voor Lowie van Oers als Mick, die zelfs even als een volleerde yogi op zijn hoofd gaat staan om de indruk dat hij stoer en sterk is te benadrukken.

Jan-Paul Buijs als Aston is wel meer dan goed. Door steeds heel zacht, maar toch goed verstaanbaar, te spreken benadrukt hij de kwetsbaarheid van zijn personage. Ook met zijn lichaamstaal, met de uiterst trage manier waarop hij in zijn zakken naar zijn aansteker zoekt bijvoorbeeld, doet hij dat. En dan in de slotscène, hoe Aston, ondanks de onzekere bewegingen die het gevolg zijn van zijn psychische handicap, voor zijn fysiek veel sterkere broer gaat staan om Davies de deur te wijzen. Heel overtuigend gespeeld! Het 'nee' dat hij, omdat het nu eenmaal in de tekst staat nog moet uitspreken, is door wat hij met die lichaamstaal uitdrukt eigenlijk niet eens meer nodig.

De acteurs spelen dus van alleen maar goed tot meer dan goed, al zullen de meningen daarover mogelijk verdeeld zijn. Maar dat het team dat verantwoordelijk is voor De Huisbewaarder een uitstekende prestatie heeft geleverd lijkt me buiten kijf staan. Want met de vertaling van Magne van den Berg, het decorontwerp van Marloes en Wikke, het geluidsontwerp van Wessel Schrik en, last but not least, de regie van Paul Knieriem is aan de sfeer en aan de rijkdom aan betekenissen van Pinter's De Huisbewaarder volledig recht gedaan.

* Bij vorige voorstellingen waarbij ze als decorontwerpers waren betrokken, bijvoorbeeld bij Troje Trilogie, ook in de regie van Paul Knieriem, stonden ze steeds vermeld als Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek. Ze laten nu dus niet alleen hun achternamen achterwege, ook de volgorde is veranderd. Het was tot nu toe eerst hij en dan zij, nu is het dus eerst zij en dan hij geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Stand Down van Jan Decorte/Bloet & Black Box Revelation

●●●○○

 

STAND DOWN

 

JAN DECORTE /BLOET & BLACK BOX REVELATION



Door RiRo, gezien 24 oktober 2017  

'Ik wil uw vriend zijn … ik wil uw vriend zijn ... voor altijd.' Jan Decorte kijkt ons lang en indringend aan als hij met deze langzaam uitgesproken woorden zijn voorstelling opent.

Stand Down is aangekondigd als een breuk in het oeuvre van Decorte, geen bewerkingen van klassiekers meer maar openhartige ontboezemingen uit zijn eigen leven. In zijn vorige voorstelling Ne Swarte was Decorte daar al mee begonnen. Want die bewerking van Shakespeare's Othello onderbrak hij regelmatig om 'zwarte' gebeurtenissen uit zijn eigen leven te vertellen. Verhalen over zijn vader die zwart was in de tweede wereldoorlog, collaboreerde met de Duitsers, en over de dood van zijn vader en moeder.

Met een knipoog naar Kees van Kooten zou je Stand Down kunnen omdopen tot Decorte graaft zich autobio. Want met op de vloer vier stukken papier met in grote letters de hoofdlijnen van de vier hoofdstukken van het verhaal dat hij zal gaan vertellen, graaft Decorte (1950) zich - voor een deel improviserend, en af en toe gesouffleerd door Sigrid Vinks - chronologisch door zijn leven.

In het eerste hoofdstuk vertelt Decorte over zijn eerste verliefdheid op de kleuterschool, en over zijn eerste seksuele ervaringen als jongetje, met het schaamhaar van de oppas, de boerenmeid José. In het tweede hoofdstuk zijn we bij zijn verdere schooltijd, met veel aandacht voor het grijpen in jongensbroekjes door de paters van het Heilig Hart. En dan verder nog onder meer zijn ontmaagding op zijn negentiende en de eerste keer dat hij het deed met zijn huidige partner Sigrid.

Veel seksueel getinte herinneringen dus, openhartig verteld, zonder dat het op enig moment ranzig of zelfs maar gênant wordt. Maar Decorte vertelt niet alleen over zijn seksuele ontwikkeling, want in het hoofdstuk Gestichten en Zelfmoordpogingen is hij ook heel openhartig over zijn depressies en zijn hypomane periodes.

Na elk hoofdstuk is er een intermezzo. Na de eerste drie hoofdstukken maakt de volledig naakte Sigrid Vinks dansende bewegingen die wat doen denken aan performances van Marina Abramovic. Daarna speelt Black Box Revelation een van de vier nummers die ze speciaal voor deze voorstelling schreven. De eerste keer dat Vinks danst is dat spannend, maar de tweede en derde keer is de verrassing er toch een beetje af, ondanks het grote mes, het mes waarmee Decorte haar ooit bedreigde. Na het vierde en laatste hoofdstuk geen dans meer, alleen nog het laatste rocknummer van Black Box Revelation. Goede muziek is dat!

Jan Decorte beheerst het vak, hij weet hoe hij het moet aanpakken om zijn verhalen boeiend te vertellen. Maar meer dan dat, meer dan goed vertelde verhalen van een bijzondere kunstenaar over zijn bewogen leven wordt Stand Down niet.
Setlist van Black Box Revelation: Love Affair, Youthful Charm, Low, Ain’t no other way.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Majakovski/Oktober van De Warme Winkel

●●●●○

 

MAJAKOVSKI / OKTOBER

 

DE WARME WINKEL



Door RiRo, gezien 21 oktober 2017


Een overdonderend begin. Aan een lange tafel is Vladimir Majakovski, gespeeld door Dik Boutkan, zwijgend bezig aan zijn afscheidsbrief. Terwijl de andere zes acteurs in de coulissen wachten tot het zover is, tot ze hun 'over de doden niets dan goeds' kunnen beginnen, wordt het publiek verrast met een woordeloze, maar visueel en auditief overweldigende scène. Die openingsscène is niet alleen mooi en overweldigend, het is ook technisch heel knap wat scenograaf Julian Maiwald en muzikant Rik Elstgeest ons in die eerste minuten laten zien en horen.

Daarna verzoekt Lili Brik, de voormalige minnares van Majakovski, uit piëteit om enige minuten stilte. Een voor een overtuigen Lili, haar man, en de vier anderen zich ervan dat de zelfmoord van de avant-gardedichter geslaagd is en dat hij dus echt dood is.

Als dat zo blijkt te zijn, wordt er tijdens het reinigen van het lijk teruggeblikt op leven en werk van kunstenaar/dichter Vladimir Majakovski (1893-1930). Het toneelbeeld verandert niet wezenlijk meer. Tot vlak voor het einde van dit in memoriam blijven we kijken naar de rituele lijkwassing, terwijl we ondertussen luisteren naar (flarden van) Majakovski's gedichten die de zes aanwezigen bij dat ritueel zich herinneren, of naar een deel van zijn futuristisch pamflet dat ze voordragen.

Dat alles gebeurt met de serene kalmte die past in een ruimte waarin het lijk van de dichter zich nog bevindt. En toch verveelt dat geen moment. Want het totaalbeeld, de langzame bewegingen van de afzonderlijke acteurs, en hun zacht uitgesproken woorden vormen een harmonieuze drie-eenheid van grote schoonheid.

Pas in het laatste half uur van deze anderhalf uur durende voorstelling wordt die rituele sereniteit af en toe doorbroken. Bijvoorbeeld als de lijn wordt doorgetrokken van Majakovski (die vaak provoceerde door opvallend kledij, bijvoorbeeld met een bosje radijsjes als pochet) naar de manier waarop de feministische punkrockband Pussy Riot nu het gezag in het Rusland van Poetin provoceert. Of als Lois Brochez in het Russisch een betoog houdt dat voor de meeste toeschouwers onverstaanbaar zal zijn, maar dat door de ritmiek waarmee ze spreekt klinkt als muziek.

Sinds Totaal Thomas, de eerste voorstelling die ik van ze zag, is er voor De Warme Winkel een en ander veranderd. Alleen al wat betreft de faciliteiten die de groep nu ter beschikking staat vergeleken bij waar ze het in 2006 op Oerol mee moesten doen. Toen overigens nog met Joep van der Geest als derde naast Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen. Je zou eventueel kunnen zeggen dat De Warme Winkel nu in Majakovski/Oktober de poëtische draad weer oppakt van voorstellingen als Totaal Thomas en Rainer Maria. Maar waarom zou je dat doen, waarom zou je ook nu niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Er is nog wat veranderd, want na een aantal jaren van veel succes in de grote zaal zijn de verwachtingen bij een voorstelling van De Warme Winkel hoger geworden. Daar schuilt een gevaar in. Stel je bent toneelrecensent bij een krant en je gaat met hoge verwachtingen naar de première van Majakovski/Oktober in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Hoge verwachtingen hebben is een vorm van vooringenomenheid, dus daar moet je mee oppassen.

En stel je bent diezelfde toneelrecensent bij die ochtendkrant en je volgt De Warme Winkel laten we zeggen sinds Luitenantenduetten. Dan zou je kunnen vinden dat De Warme Winkel met Majakovski/Oktober bewust "niet wil voldoen aan de verwachtingen" (daar hebben we die vooringenomenheid waar ik voor waarschuwde) omdat ze "niet doorgaan op de bekende weg, geen theatraal-anarchistische aanval doen, en er geen vrolijke intellectuele chaos" van maken. Ook in dat (niet helemaal) hypothetische geval zeg ik waarom zou je niet zoals bij elk nieuw kunstwerk kijken naar wat je nu ziet.

Majakovski/Oktober is een voorstelling die het niet zozeer moet hebben van de tekst. Het zijn niet zozeer woorden of intellectuele reflectie die het maken tot een goede voorstelling. Het zijn de mooie beelden, de weldadige traagheid van de bewegingen, de zachtheid waarmee de gedichten worden voorgedragen, het is die verstilling die Majakovski/Oktober maakt tot de louterende voorstelling die het is.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel