Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels van Timen Jan Veenstra/Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 1, TUSSEN WERVEN EN HOTELS


TIMEN JAN VEENSTRA / OLIVIER DIEPENHORST   



Door RiRo, gezien 16 juli 2017 

Soms vraag je je bij een locatievoorstelling af wat zo'n plek in godsnaam toevoegt aan de voorstelling. En waarom je nou zo nodig eerst naar een verzamelpunt moest om daarna als kleuters achter een vrijwilligster naar weer een andere plek te lopen. Waar je dan een poncho krijgt voor je weet maar nooit, en op een tribune in de open lucht moet gaan zitten.

Bij Tussen werven en hotels is dat anders. Vrijwel meteen nadat Stefan Rokebrand de eerste woorden van de door Timen Jan Veenstra geschreven theatermonoloog heeft uitgesproken, weet je het. Er was maar één manier om op die speellocatie te komen die recht zou doen aan de voorstelling: Lopen vanaf het Zonneplein. En er was maar één locatie waar die voorstelling kon worden gespeeld: Het pleintje bij De Sacramentskerk aan de Kometensingel.

Tussen werven en hotels is het eerste deel van een vierluik van toneelschrijver Timen Jan Veenstra over Amsterdam en gaat over Amsterdam Noord, over Tuindorp Oostzaan. Veenstra deed uitgebreid onderzoek, dook in de archieven, en interviewde zowel arbeiders en hun vrouwen en kinderen uit de tijd van de werven en de kranen, als nieuwe bewoners van Noord die nog niet zolang geleden het IJ zijn overgestoken. Het resultaat: een theatermonoloog van een pater die in 1971 het huis betrok tegenover wat toen nog Kerk van het Allerheiligste Sacrament heette. Een monoloog waarin die pater - kenner bij uitstek van wat er veranderde en van wat dat met mensen deed - zijn verhalen en zijn persoonlijke herinneringen vertelt.

Tot hij in 2005 overleed was pater Jos Kobessen ruim dertig jaar steun en toeverlaat geweest voor de bewoners van Tuindorp Oostzaan. Acteur Stefan Rokebrand, bruine pantalon, overhemd met stropdas met daar overheen een paarse trui, legt zijn hand op de deur van de kerk: 'Als deze deuren open konden, zou ik u als eerste de eikenhouten banken laten zien. Tien rijen aan weerskanten, plek voor driehonderd man met de kansel daarachter en ondertussen de zon die uit de kleine ramen daarboven precies genoeg naar binnen scheen. Uw gezichten net genoeg belicht.'

De tekst begint beschrijvend. Om ons in te wijden in waar we zijn en waar het over gaat, veronderstel ik. Maar al snel wordt het verhaal van eerst de werven, de kranen en de halfgebouwde schepen, tot later het werkeloos toekijken hoe slechts één kraan mocht blijven, al snel wordt dat verhaal meer poëzie dan proza. Door de manier waarop Veenstra het materiaal dat hij tijdens zijn research heeft verzameld door pater Kobessen laat vertellen, is het een verhalend gedicht geworden. Tussen werven en hotels is een theatermonoloog van alleen maar welluidende zinnen, een tekst om stil van te worden.

Door zijn dictie en door op precies de goede momenten rust in te bouwen weet Stefan Rokebrand ons met die prachtige tekst, in een sobere maar functionele regie van Olivier Diepenhorst, ruim een uur lang te boeien en te ontroeren. Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels is voor zowel 'Noorderlingen' als voor Amsterdammers van de andere kant van het IJ dan ook een must. 

Gezien tijdens OVER HET IJ FESTIVAL

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016 - 2017

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016-2017


Door RiRo, 28 juni 2017

Van de vijftig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   De dingen die voorbijgaan van Toneelgroep Amsterdam / Ivo Van Hove
2.   Volpone van Dood Paard
3.   De Warme Winkel speelt De Warme Winkel van De Warme Winkel
4.   De Vader van Senf Theaterpartners i.s.m. Kik Productions
5.   Het leven is droom van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst
6.   Risjaar Drei van Toneelhuis / Olympique Dramatique
7.   Ne Swarte van Bloet, Comp.Marius, Kaaitheater / Jan Decorte 
8.   The Nation (1-3) van Het Nationale Theater / Eric de Vroedt
9.   Troje Trilogie van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem
10.  Onschuld van De Roovers

Een bijzondere vermelding krijgt Chekhov’s First Play van Dead Centre die bij RiRoToneelrecensies niet onopgemerkt is gebleven. Intelligent, ingenieus en verrassend. Maar uit Dublin. En dus niet uit Nederland of Vlaanderen. 

Recensie: The Dreamers van Toneelacademie Maastricht/Charli Chung

●●●●○


THE DREAMERS

 

TONEELACADEMIE MAASTRICHT / CHARLI CHUNG



Door RiRo, geplaatst 19 juni 2017   

Parijs, mei 1968. De tweeling Theo en Isabelle is elke dag in de Cinématèque te vinden om films te zien. Daar ontmoeten ze de Amerikaanse student Matthew, ook een filmfanaat. De voorstelling begint als de Cinématèque voorlopig gesloten blijkt. Verontwaardigd trekken Theo en Isabelle zich terug in het ruime appartement waar ze met hun niet bepaald onbemiddelde ouders wonen. Die zijn nu met vakantie. Ze overreden Matthew om zijn sobere hotelkamer op te zeggen en bij hen in te trekken.

Terwijl buiten andere studenten in gevecht zijn met de politie, betrekken Theo en Isabelle de wat schuchtere Matthew bij hun favoriete spelletje: wie niet op tijd een door een van de twee nagespeelde filmscène herkent, moet een opdracht uitvoeren. Wanneer Isabelle een door Theo gespeelde sterfscène uit Scarface niet herkent, is zijn opdracht aan zijn zus om seks te hebben met Matthew, terwijl hij toekijkt.

De afstudeervoorstelling The Dreamers is een toneelbewerking van de gelijknamige film van Bernardo Bertolucci uit 2003. Van de drie acteurs in de toneelbewerking valt Marius Mensink als Matthew me het meest op. Hij speelt niet alleen heel goed, ik vind hem ook wel wat hebben van Jake Gyllenhaal. Als ik, nadat ik de film nog eens heb bekeken, even op IMDb kijk, lees ik daar dat Gyllenhaal eigenlijk de eerste keus was van Bertolucci voor de rol van Matthew. Maar dat hij weigerde vanwege de expliciete naaktscènes. Goede casting dus die Mensink als Matthew.

Als regisseur sta je bij een toneelbewerking van een film altijd voor de vraag wat je weglaat en waar je het accent legt. Charli Chung (1995) heeft de goede keuzes gemaakt. Pas helemaal aan het eind laat hij de studentenopstand in een monoloog van Matthew de voorstelling inkomen. Ook de ouders van de tweeling die in de film tussendoor even thuis komen, glimlachend zien hoe hun kinderen verstrengeld met een andere jongen in bed liggen, en zo zachtjes mogelijk weer weggaan, heeft Chung er helemaal uit gelaten. Terecht.

Chung concentreert zich volledig op de drie jonge mensen die onderzoeken wie ze zijn, vooral op seksueel gebied, met de droomwereld van hun favoriete films als speelterrein. Hij probeert niet om met de manier waarop hij de acteurs laat spelen en met hoe het eruitziet zo dicht mogelijk bij de film te blijven. Wat bijvoorbeeld Anna Verkouteren Jansen met haar toneelbewerking van The Lobster wel doet. Chung kiest zijn eigen weg, zowel als acteursregisseur als met zijn beeldtaal, en zet met The Dreamers duidelijk zijn handtekening als veelbelovende jonge regisseur. Ik zou het niet gek vinden als zijn voorstelling na het ITS Festival nog een tournee gaat maken.

The Dreamers en ook The Lobster (en nog veel meer afstudeervoorstellingen uit Nederland en België) zijn te zien op het ITS Fesival in Amsterdam, dat duurt van woensdag 21 juni t/m zondag 25 juni.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het ITS Festival

Recensie: 887 van Ex Machina/Robert Lepage

●●●●● 

 

887

 

EX MACHINA / ROBERT LEPAGE




Door RiRo, gezien 16 juni 2017


Als het zaallicht nog aan is, richt Robert Lepage (1957) zich rechtstreeks tot het publiek. Hij wil even iets zeggen voor de voorstelling begint. Achteraf blijkt hij dan al te zijn begonnen. Ruim twee uur zal hij aan het woord blijven met een gemak dat zijn jarenlange ervaring als theatermaker verraadt.

Op een meeslepende manier neemt Lepage ons mee in zijn herinneringen. Staand naast een maquette van het appartementencomplex met huisnummer 887 aan de Murray Avenue in Quebec City waar hij opgroeide, vertelt hij anekdotes over zijn buren en over zijn vader die als taxichauffeur zijn brood verdiende.

Maar herinneringen verlopen niet lineair maar associatief. En persoonlijke en maatschappelijke gebeurtenissen komen daarin door elkaar naar boven. Dus ook de voorstelling heeft zo'n associatieve structuur, waarbij het persoonlijke en het maatschappelijke met elkaar verweven raken vanaf het moment dat Lepage de acties van het Front de Libération du Quebec in zijn verhaal vervlecht.

Rode draad is de poging van Lepage om het drie pagina's lange Speak White uit 1968 van de Quebecse dichter Michèle Lalonde uit zijn hoofd te leren. Speak white was de term die de blanke heersers in Noord-Amerika gebruikten om hun zwarte ondergeschikten te verbieden hun eigen taal te gebruiken. Lalonde zette dat om naar een gedicht waarin de discriminatie van de Franstalige meerderheid door de Engelssprekende minderheid in het Quebec van de zestiger jaren aan de kaak werd gesteld.

Niet alleen de rijkdom van de tekst en de superieure manier waarop Lepage die over het voetlicht brengt maakt 887 tot een memorabele voorstelling. Ook het ogenschijnlijk eenvoudige maar in werkelijkheid complexe decor (Steve Blanchet), waarin met het draaien van een paneel of het openen van een miniatuurdeur de herinneringen van Lepage zichtbaar worden gemaakt, draagt bij aan de magie van de voorstelling. Met daarbovenop ook nog eens het door Félix Fradet-Faguy ontworpen geavanceerde gebruik van live video, footage van televisie en film, én radiografisch bestuurde auto's.

In 887 creëert Lepage ruim twee uur lang de illusie dat we naar een solovoorstelling zitten te kijken. Pas bij het applaus zien we hoeveel technici die betovering mogelijk hebben gemaakt. Het slot, waarbij Lepage in de huid van zijn door hem bewonderde vader kruipt, is van grote schoonheid. Een waardig slot voor een virtuoos, grappig, en ontroerend meesterwerk.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Obsession van Barbican en Toneelgroep Amsterdam/Ivo Van Hove

●●●●○

 

OBSESSION


BARBICAN EN TONEELGROEP AMSTERDAM / IVO VAN HOVE  




Door RiRo, gezien 10 juni 2017 


Ik zie Obsession in Carré voor het eerst en ben dan ook uiterst verbaasd als ik bij thuiskomst op de website van Toneelgroep Amsterdam de eensgezindheid zie van de recensenten na de première in april in Londen. Boven alle zes Nederlandse recensies staan drie sterren. Net als boven acht van de negen Engelse kritieken. Drie sterren maar! Ik kan hier toch echt niet maar drie van die groene ballen boven zetten, daarvoor is wat ik nu in Carré zie veel te goed. Heb ik wel dezelfde voorstelling gezien als de recensenten die er in april in Londen bij waren?

Het zou natuurlijk kunnen dat Jude Law (als Gino) en Halina Reijn (als Hanna) ondertussen beter op elkaar zijn ingespeeld en dat daardoor de broeierigheid van hun fatale liefde nu beter tot zijn recht komt. Mogelijk spelen ook de aanpassingen die Van Hove heeft gedaan voor het spelen in Carré een rol. Hij heeft zoals hij in een interview zegt 'het decor nu door de opening heen gebouwd, dat heeft enorm geholpen'. Misschien was de afstand in Londen net wat te groot waardoor het niet goed lukte om contact tussen spelers en publiek te creëren.

In Carré zijn de voorste rijen weggehaald om vooral de intieme scènes dichterbij te brengen. En omdat ik ook nog eens bijna helemaal vooraan zit (nog bedankt Marlene voor die mooie plaatsen) spelen de prachtig gechoreografeerde vrijscène tussen Gino en Hanna en de scènes met Jude Law en Robbert de Hoog zich zo'n beetje vlak voor mijn voeten af. Dat zal misschien ook wel hebben geholpen. Hoe dan ook, de voorstelling zoals die nu in Carré staat, is overduidelijk niet de middelmatige voorstelling dat het rijtje driesterrenrecensies over de première in Londen suggereert.

Nu de recensie hier toch al een beetje de kant op is gegaan van een recensie over de recensies van april, nog een paar opmerkingen daarover. Er is kritiek op de tekst. Die zou niet diepgaand genoeg zijn. Ik zou zeggen, bekijk de film nog eens, ook daar is het niet de tekst maar het spel dat het doet. En de buitenopnamen. Maar die kun je nou eenmaal niet naar het toneel overbrengen.

Sommige Engelse recensenten vinden zo'n liefdesverhaaltje als in Obsession niet politiek genoeg. Die zitten duidelijk nog met Roman Tragedies in hun hoofd. Weer zeg ik, bekijk de film nog eens. Ossessione van Visconti kwam uit in 1943, in de tijd van Mussolini dus, politiek aan de orde laten komen kon helemaal niet. 

Ook zonder dat werd de film toen overigens verboden. Buitenechtelijke liefde en een zweem van een hint naar homoseksualiteit (Gino en lo Spanjolo) was daarvoor al ruimschoots voldoende. In de voorstelling komt die homo-erotische component overigens iets explicieter aan de orde in de scènes tussen Gino en Johnny. Met een uitblinkende Robbert de Hoog als Johnny.

Obsession zoals de voorstelling nu is geworden doet volledig recht aan de debuutfilm van Visconti. De lijfelijke manier van acteren die de spelers van Toneelgroep Amsterdam gewend zijn, is precies wat dit verhaal nodig had om het tot een zeer onderhoudende voorstelling te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: En manque van Théâtre de Vidy, Compagnie Friche 22.66 / Vincent Macaigne

●●●○○

 

EN MANQUE

 

THEATRE DE VIDY, COMPAGNIE 22.66 / VINCENT MACAIGNE




Door RiRo, gezien 7 juni 2017  

Twee dagen na de uiterst actuele eerste drie delen van The Nation van Eric de Vroedt zie ik een voorstelling van een theatermaker die zich juist totaal niet richt op de actualiteit. Een grotere tegenstelling is haast niet denkbaar. Vincent Macaigne (tekst, regie en scenografie) wil met En manque de toeschouwers pure, rauwe emoties laten ervaren. Dat doet hij door een combinatie van beeldende kunst, bewegingstheater, teksttoneel en niet te vergeten soudscapes. Want de volumeknop gaat helemaal open (er worden oordopjes uitgedeeld). 

Vier personages doen verwoede pogingen om hun levenslust terug te krijgen, om over hun gemis (manque) aan liefde, aan verlangen heen te komen. Vincent Macaigne doet daarbij niet aan psychologische ontwikkelingen of sociologische verklaringen. Hij confronteert ons met zijn opvattingen over de dubbelzinnig van het bestaan, met zijn ideeën over liefde, intimiteit, woede en angst door ze met kracht de zaal in te slingeren. Bij de vouw, de man, en bij hun oudste dochter en haar vriendin overheersen daarbij woede en agressie. Alleen bij de jongste dochter, een kind nog, gekleed in een T-shirt met de iconische afbeelding van Che Guevarra, is er in eerste instantie nog onschuld zichtbaar.

Europa is uit elkaar gespat. Maar de depressieve Sofia Burini (Sofia Teillet), straatarm geboren beneden in de vallei, en steenrijk geworden door haar huwelijk met een man van boven, heeft alle kunstschatten van het uit elkaar gevallen Europa gered door ze op te kopen en in een galerie onder te brengen. Haar oudste dochter Liza (Liza Lapert) heeft een haat-liefde verhouding met haar moeder. Ondanks het feit dat ze op de best denkbare scholen heeft gezeten, leidt ze samen met haar vriendin Clara (Clara Lama-Schmidt) een anarchistisch revolutionaire groep.

Het verhaal in En manque, voor zover je bij deze voorstelling überhaupt over een verhaal kunt spreken, zou je kunnen zien als metafoor voor een maatschappij waarin de rijken de armen volledig hebben leeggezogen. En waarin ouders die in de zestiger jaren hippies waren en fan van de Rolling Stones (tijdens de voorstelling zien we op Facebook dat Mick Jagger zojuist is overleden) en die hun kinderen acid gaven om ze rustig te houden, daar nu de wrange vruchten van plukken.

En manque is theater als een schreeuw (a la Munch), waarin woede en pijn overheersen en het verlangen nog maar net zichtbaar blijft. Macaigne zet daarbij niet alleen overdonderend en keihard geluid in en liters nepbloed. Aan het eind als er, zoals dat nou eenmaal gaat bij toneel, gestorven wordt, veranderen zeshonderd liter water de speelvloer van het Compagnietheater in een ware modderpoel. 

En manque is een voorstelling waaraan je je flink kunt ergeren. Maar als je je niet verzet, als je je mee laat voeren in de gewelddadige magie van het verlangen die Macaigne in En manque creëert, ga je na een bijzondere theaterervaring toch tevreden naar huis.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: The Nation (1-3) van Het Nationale Theater/Eric de Vroedt

●●●●○

 

THE NATION (1-3)


HET NATIONALE THEATER / ERIC DE VROEDT   




Door RiRo, gezien 5 juni 2017 

De eerste drie afleveringen van de zesdelige theaterserie The Nation gaan nu op het Holland Festival in première. En die eerste drie zijn heel goed. Ook bij Het Nationale Theater laat De Vroedt (concept, tekst en regie) zien dat hij net als eerder in zijn tiendelige serie Mightysociety boeiend en meeslepend toneel kan maken over actuele maatschappelijke kwesties. In Mightysociety had elk deel een ander onderwerp. Dat is nu anders. In The Nation volgen we in zes afleveringen dezelfde personages. Met als rode draad de verdwijning van de elfjarige Ismaël.

Het eerste deel heeft de vorm van een aflevering van een politieserie. Het is mei 2018, de elfjarige Ismaël heeft een steen gegooid door de ruit van een binnenkort te openen wijnbar voor emanciperende moslima's. Rechercheur Mark van Ommeren van de Rijksrecherche (Bram Coopmans) komt op politbureau Heemstraat in de Haagse Schilderswijk om onderzoek te doen in verband met het brute optreden van motoragent Wilzen (Mark Rietman) bij de aanhouding van Ismaël voorafgaand aan diens verdwijning.

In het tweede deel zijn we in een televisiestudio getuige van de opname van een aflevering van de talkshow Kuypers waarin de pleegouders en de moeder van de vermiste Ismaël gasten zijn, en waarin presentator Lineke Kuypers (Anniek Pheifer) moet toezien, of graag wil toezien, hoe politicus Wouter Wolff (Hein van der Heiden) in aanvaring komt met de Trumpiaanse vastgoedproleet Sjoerd van der Poot (Mark Rietman). Waarna Ismaëls halfbroer Damir (Vanja Rukavina) de talkshowgasten, het studiopersoneel en het publiek gijzelt.

Het derde deel is gebaseerd op weer een ander televisiegenre, de soap. Het is inmiddels de zevende dag dat Ismaël is vermist, en we kijken nu als voyeurs mee in de woonkamers van de personages waarmee we in de vorige twee afleveringen hebben kennisgemaakt. En in de spreekkamer van therapeut Hester Keursma (Tamar van den Dop) waar Damir in het kader van zijn deradicaliseringstraject praat over zijn en Ismaëls uit Bosnië gevlucht vader Adem Ahmedovic.

Na elke aflevering zien we op een groot scherm het commentaar van vlogger De Beer van 's Gravenhage, gespeeld door Saman Amini. De teksten van die vlogs werden geschreven door Joeri Vos.

The Nation gaat in het eerste deel meteen vol vaart los, waarbij Bram Coopmans als de rechercheur en de door Anniek Pheifer gespeelde Haagse agente als elkaars volledige tegenpolen meteen voor spanning zorgen. Ben heel benieuwd of die twee in de drie delen die nog moeten komen misschien toch iets met elkaar krijgen. Uitblinker in dit deel is Mark Rietman als horkerige motoragent.

Het tweede deel begint hilarisch, dankzij weer Rietman, nu als vastgoedproleet. Daarna zakt het een klein beetje in, het gesprek aan tafel bij de talkshow duurt net iets te lang. Maar als Vanja Rukavina als Damir de studio bezet en ons de stuipen op het lijf komt jagen, zit de vaart er weer goed in.

Het derde deel is wat bezadigder, maar dat past bij de soapformule. Mark Rietman heeft in deze aflevering geen rol. Voordeel is dat de andere acteurs de tijd en de kans krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben. Vooral Romana Vrede als de moeder van Ismaël maakt daar goed gebruik van.

Al met al is The Nation tot nu toe een heel goed gemaakte, heel spannende, en heel relevante serie voorstellingen. Eric de Vroedt bewijst opnieuw dat hij theater kan maken dat bovenop de realiteit zit, en dat ondanks de zwaarte van de onderwerpen toch heel toegankelijk is.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

In oktober gaat The Nation door met de werkvoorstellingen van de volgende drie delen. Op zondag 5 november 2017 is de première van de marathonvoorstelling The Nation (1-6) in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Met daarna een landelijke tournee.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater

Recensie: Democracy in America van Romeo Castellucci & Socìetas

●●○○○  


DEMOCRACY IN AMERICA


ROMEO CASTELLUCCI & SOCIETAS



Door RiRo, gezien 4 juni 2017

In La Democrazia in America, heel vrij gebaseerd op De la démocratie en Amérique van Alexis de Tocqeuville, neemt Romeo Catellucci ons mee naar het Amerika in de tijd van de 'settlers'.

Ruim een jaar geleden besloten broer en zus Castellucci weliswaar voortaan artistiek hun eigen weg te gaan, maar Claudia Castellucci schreef nog wel de tekst voor Democracy in America. Die tekst bestaat uit twee dialogen. De ene is die tussen een in armoede levend boerenechtpaar waarvan de vrouw wanhopig is en God vervloekt omdat hij hen dit aandoet. En waarvan de man niets beters weet te bedenken dan te citeren uit de Bergrede: 'Vraag en er zal je gegeven worden'.

Omdat de boerin in haar wanhoop haar jongste dochter heeft verkocht in ruil voor zaden en gereedschap, moet de gemeenschap waarin ze leeft een straf bedenken. Dat gebeurt achter een wazig scherm waar identiek gekostumeerde dansers allerlei rituele choreografieën uitvoeren. Volgens de voorstellingsinformatie zijn die geïnspireerd op traditionele volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië.

De tweede dialoog is in de taal van de Ojibweg, indianen die vooral in het noorden van de Verenigde Staten en Canada leven. Twee indianen vragen zich af of het een goed idee is om de taal van de kolonisten te leren.

De twee door Claudia Castellucci geschreven dialogen vormen de basis voor een verder grotendeels visuele voorstelling waarbij twee dingen opvallen. Het eerste is dat er ten opzichte van drie maanden geleden toen Democracy in America in Antwerpen te zien was én scènes zijn geschrapt én de volgorde van de overgebleven scènes is gewijzigd. We beginnen nu niet met de namen van rivieren en getallen, maar met vlaggen en letters. Dansers met een vlag met één letter erop vormen eerst de woorden DEMOCRACY IN AMERICA en gaan daarna via COCAINE ARMY MEDIOCARE naar kortere woorden met vooral namen van landen zoals IRAN.

Het tweede dat opvalt is dat niet alleen die beginscène maar dat alle scènes, zowel de gesproken als de gedanste achter het wazige scherm, veel te lang duren. Nogal wat toeschouwers, soms vanuit het midden van een rij, verlaten voortijdig de zaal. Ik zie toeschouwers die hun telefoon niet nodig hebben om te zien hoe laat het is, omdat ze een horloge dragen, daar regelmatig op kijken. Het feit dat ik ruimschoots de gelegenheid had om dat allemaal te observeren, zegt wel genoeg denk ik.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Niemandsland van Bellevue Lunchtheater/Eva Tijken

●●●●○

 

NIEMANDSLAND

 

BELLEVUE LUNCHTHEATER / EVA TIJKEN  




Door RiRo, gezien 28 mei 2017 


Een pianist is na veertien jaar terug in de stad waar hij woonde met zijn moeder en een dienstmeisje. Vanavond geeft hij een concert in het concertgebouw, vanmiddag heeft hij een afspraak met het dienstmeisje dat eenentwintig was toen hij wegging. Bij de oude vijgenboom. Bij hún oude vijgenboom. Achter hen is het kruis zichtbaar van het graf van de moeder die bijna een jaar geleden is gestorven.

Alwin Pulinckx en Anne-Chris Schulting die de pianist en het dienstmeisje spelen, kende ik al wel, ik heb ze allebei vaker zien spelen. Maar Niemandsland is voor mij zowel de eerste kennismaking met het werk van Eva Jansen Manenschijn (1991), die de tekst schreef, als met regisseur Eva Tijken (1987). Ik noteer die namen meteen, want ik ben behoorlijk onder de indruk. De spanningsboog is in Niemandsland perfect, op geen enkel moment zakt de voorstelling zelfs maar heel even in. De voorstelling die een uur duurt, is een uur spannend.

Centraal in het verhaal staat de rol die de inmiddels overleden moeder heeft gespeeld in de levens van de pianist, haar zoon, en van het dienstmeisje. Hij is nog steeds vol wrok: 'Ze zorgde dat we nooit aan elkaar gelijk konden zijn. Ik zat, jij stond'. En zij, wat later: 'Ze was als een moeder voor mij'.

Als de pianist en het dienstmeisje nu, veertien jaar later, nader tot elkaar willen komen, en dat willen ze, zal die banvloek 'ik zit, jij staat' moeten worden doorbroken. En dat gebeurt. In misschien wel de mooiste scène van de voorstelling. Hij zit aan de keukentafel, zij staat. Abrupt gaat hij staan. Daarna gaan ze allebei tegelijk zitten. In een woordeloze scène hebben ze ruimte gemaakt om het verleden achter zich te laten. Wat later doet hij een stap naar voren en zet de beweging in om haar te omhelzen. Ze aarzelt, en zegt dan: 'Ik geef om jou, maar niet op deze manier.'

Je zou de tekst van Jansen Manenschijn minimalistisch kunnen noemen. Zeker in het begin is Niemandsland zo weinig mogelijk expliciet: de personages hebben geen namen, de naam van de stad of het land waar het verhaal zich afspeelt wordt niet genoemd, er is in de stad sprake van een dreiging die niet nader wordt aangeduid. Regisseur Eva Tijken sluit zich bij dat minimalistische aan, ze laat de twee acteurs vooral in het begin heel ingehouden en haast bewegingloos spelen.

Het is dus aan de acteurs om ons wat er onder de oppervlakte van de tekst schuil gaat heel impliciet te laten voelen. Pas als de gevoelens van hun personages voor elkaar steeds heftiger worden, en het niet uiten ervan haast ondraaglijk, laten ze uiteindelijk, ogenschijnlijk ertegen vechtend, vooral met lichaamstaal toch meer expliciet die gevoelens zien. Niet makkelijk voor acteurs. Maar Alwin Pulinckx en Anne-Chris Schulting slagen wat mij betreft cum laude voor die moeilijke opdracht. 
  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bellevue Lunchtheater

Recensie: 2666 van Si vous pouviez lécher mon coeur / Julien Gosselin

●●●●○


2666

 

SI VOUS POUVIEZ LECHER MON COEUR / JULIEN GOSSELIN



Door RiRo, gezien 17 en 18 mei 2017   

De overweldigende voorstelling 2666 die de jonge Franse regisseur Julien Gosselin (1987) en zijn groep maakte van de gelijknamige roman van de Chileense schrijver Roberto Bolaño uit 2004 dendert eigenlijk nog teveel na in mijn hoofd om al afstand te nemen voor een recensie. Om een beetje een idee te hebben wat voor voorstelling Gosselin's bewerking van die fascinerende roman is, kun je denken aan bijvoorbeeld de Musil Marathon of een andere door Cassiers voor toneel bewerkte grote roman uit de wereldliteratuur. Maar dan én in de vijfde versnelling én met met de volumeknop op tien.

Gosselin en zijn dertien acteurs slagen er volledig overtuigend in recht te doen aan het labyrint dat Bolaño in zijn meesterwerk van in de Nederlandse vertaling 1065 pagina's vlecht. Daarbij zijn de seriemoorden op vrouwen in het Mexicaanse Ciudad Juarez in de jaren negentig van de vorige eeuw (in de roman en in de voorstelling veranderd in Santa Teresa), de nazigruwelen in een Pools dorp aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, én de onderlinge liefdesrelaties van vier literatuurwetenschappers tijdens hun zoektocht naar een mysterieuze Duitse schrijver de fundamenten waarop het ingenieuze bouwwerk rust.

Wat Gosselin heeft geofferd, of heeft moeten offeren om de roman naar theater om te zetten, is de ironie van de alwetende verteller in Bolaños roman. Daar staat iets tegenover wat op een podium wel kan en in een roman niet: live geproduceerde muziek. En die speelt in de ongeveer elf uur durende voorstelling een dwingende rol.

In de eerste drie delen zorgen de muzikanten af en toe nog wel eens voor een moment van rust, maar vooral in het vierde en vijfde deel brengen ze met steeds harder aanzwellende tonen het publiek in een soort blijvende trance. Een trance waardoor de geprojecteerde teksten met de in detail beschreven moorden in Santa Teresa en de al even gedetailleerde bekentenis over de 'Endlösung der Judenfrage' in het Poolse dorp de toeschouwer in een wurgende greep houden.

Net zoals je nu al kunt zeggen dat 2666 van Roberto Bolaño een van de belangrijkste romans van deze eeuw zal blijken te zijn, kun je nu ook al vaststellen dat Julien Gosselin met 2666 laat zien dat hij tot de belangrijkste theaterregisseurs van de komende decennia zal gaan behoren.