Recensie: De Rechtvaardigen van Toneelschuur Producties/Eline Arbo

●●●●○

 

DE RECHTVAARDIGEN

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO



Door Piet van Kampen, gezien 17 mei 2018

Moskou, februari 1905. In een kleine kamer met onder meer een schaakspel, een fles wodka en vijf opgestapelde matrassen, bereiden vijf jonge revolutionairen een aanslag voor. Dora (Judith van den Berg) heeft de bommen geprepareerd. Yanek, bijgenaamd 'de dichter' (Matthijs IJgosse) zal de eerste bom gooien, Alexis Voinov (Benno Veenstra) de tweede. Als Stepan (Chiem Vreeken) te fel in discussie gaat met Yanek, maakt de leider van de groep, Boria (Laura De Geest), daar een eind aan.

Albert Camus baseerde Les Justes (1949) op historische gebeurtenissen en ook de standpunten van de vijf revolutionairen ontleende hij mede aan de realiteit. Zo klinken bijvoorbeeld in de felle discussie tussen Yanek en Stepan in de eerste akte ideeën van hemzelf en van Sartre door.

In eerste instantie volgt de bewerking van regisseur Eline Arbo nauwgezet de tekst van Camus (in de vertaling van Max Croiset). Maar nadat in de tweede akte de aanslag mislukt, en het in de derde akte wel lijkt te lukken, neemt Arbo plotseling een andere afslag dan Camus.

In haar 'Crashtest Camus' stappen de acteurs in die derde akte een voor een uit hun rol om als jongeren van nu met elkaar in discussie te gaan. De vijf blijven daarbij, net als eerder hun personages, ieder een eigen standpunt innemen. Vooral daardoor vormt dat tweede deel toch een organisch geheel met het eerste.

Met de in stijl volledig van elkaar verschillende kostuums (van Rebekka Wörmann) wordt het verhaal van de vijf Russische revolutionairen al universeler gemaakt. De verwijzingen naar bijvoorbeeld Syrië en de Gazastrook in het tweede deel, trekken de thematiek van Camus ook nog eens expliciet naar de actualiteit van vandaag.

Het is Eline Arbo met De Rechtvaardigen gelukt om een verrassende tijdsprong te maken zonder dat dat tot een breuk in de voorstelling leidt. De manieren waarop de vijf jonge Russische revolutionairen een betere wereld willen creëren, weet ze inhoudelijk naadloos door te trekken naar de ideeën waarop jongeren van nu hun maatschappelijke standpunten baseren. Dat maakt van De Rechtvaardigen niet alleen een heel goede, maar ook een heel relevante voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring

●●●●● 

 

PLATINA


TONEELHUIS & ZUIDPOOL / ABKE HARING



Door Piet van Kampen, gezien 2 mei 2018

Wat Abke Haring (tekst en regie) in haar ontroerende voorstelling Platina op indringende manier laat zien is het pijnlijke onvermogen om contact te maken. Een man en een vrouw doen vijftig minuten lang steeds wanhopigere pogingen tot communicatie. Platina is vijftig minuten pijn op een aangrijpende manier verbeeld.

Na een zwijgende proloog waarin die pijn nog alleen van de gezichten van de twee acteurs is af te leiden, volgt een Pinteriaanse dialoog. De man zit onbeweeglijk in zijn stoel. De vrouw staat, leunend op de tafel, linkerbeen gebogen, rechterbeen gestrekt naar achteren. Met onrustige bewegingen benadrukt ze de onhandigheid van hun communicatie. Steeds hoekiger worden haar bewegingen, uiteindelijk hebben ze wel wat van een door Alain Platel gechoreografeerde dans.


Door het contrast tussen het fysieke en heel expressieve spel van de vrouw (Abke Haring) en het voornamelijk onbeweeglijke lijden van de man (Koen van Kaam) is er meteen al spanning. En die spanning blijft er tot het eind van de voorstelling. 


Het geluid uit de speakers verandert van wat lijkt op dat van een machinekamer van een schip in minimal music. De man zit op zijn stoel. 'Wat wil je horen?', vraagt hij. De vrouw is achter hem gaan staan, haar handen en haar hoofd zijn geen moment in rust. Bij elke vraag van hem zien we aan haar mimiek hoe ze lijdt onder haar onvermogen echt contact met hem te hebben.

Steeds is er ook een dialoog tussen het spel en de soundscape (van Jimi Zoet). Geluid en acteren vullen elkaar soms aan, op andere momenten contrasteren ze juist. Bij een toenemende beat in de muziek beweegt nu ook de man. Samen bewegen de man en de vrouw steeds uitbundiger. Maar ook in die dans blijven hun lichamen de verkramping van hun wanhoop uitdrukken.

De muziek gaat over in geruis van stemmen ergens ver weg. De man en de vrouw zijn allebei gaan zitten. De hoofden van Haring en Van Kaam draaien heel langzaam synchroon dezelfde kant op. Terwijl hun woorden het tegenovergestelde zeggen. Die vertellen hoe de man en de vrouw steeds verder uit elkaar zijn gegroeid.

De laatste zin van de vrouw: 'De spijt, hier, in mij, is het enige wat van ons over blijft'. Dan een zwijgende epiloog. Nu zit de vrouw. De man staat achter haar.

Harings tekst is mooi. Poëtisch. Korte, soms onafgemaakte zinnen. Maar het is toch vooral wat ze als maker met haar regie, met haar choreografie, en met haar fysieke spel daaraan toevoegt wat Platina maakt tot het juweeltje dat het is geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of Zuidpool

Recensie: Oedipus van Toneelgroep Amsterdam/Robert Icke

●●●●○

 

OEDIPUS

 

TONEELGROEP AMSTERDAM / ROBERT ICKE



Door Piet van Kampen, gezien 12 april 2018

In de vrije, hedendaagse bewerking van Oedipus door de Britse regisseur Robert Icke (1988) is het de avond van de verkiezingen. Op de tv's in het campagnekantoor komen de eerste prognoses binnen. We zien op een groot scherm dat Oedipus (Hans Kesting) in zijn laatste tv-optreden heeft toegezegd dat hij het onderzoek naar de dood van Laius zal heropenen. Zijn campagneleider Creon (Aus Greidanus jr.) vindt dat geen goed idee.

Dan komt de blinde Tiresias (Hugo Koolschijn) langs met het raadselachtige verhaal dat Oedipus zijn vader vermoordde en daarna trouwde met zijn moeder. Oedipus wordt kwaad en noemt hem een oude gek en een charlatan. 'Ik kan je niet helpen, het is al gebeurd', verzucht Tiresias voordat hij het campagnekantoor wordt uitgegooid. In de bewerking van Icke verwijst de 'voorspelling' dus naar het verleden.

In de scène daarna, het laatste avondmaal in het tijdelijke campagnekantoor, gebeurt het omgekeerde. Aan tafel gaan de twee puberzonen van Oedipus, Eteocles en Polynices, vooruitlopend op hun latere dodelijke twist, nu alvast stevig met elkaar in de clinch.

Net als bij Koning Oedipus van Sophocles (429 v. Chr) weet ook nu het publiek meer dan de personages. Op het podium een aftellende digitale klok. Oedipus zal de gruwelijke waarheid ontdekken voor die klok op 00.00 staat. In de laatste vijftien minuten voel je de spanning in de zaal toenemen.

De beginscènes zijn erg sterk. De scène met de maaltijd bijvoorbeeld is een juweeltje. Het tempo is hoog en het gesprek aan tafel springt op een natuurlijke manier van politiek naar de dingen die in het gezin spelen. Waardoor Icke er terloops ook wat moderne opvattingen over seksualiteit in kwijt kan.

De slotscènes zijn ook om van te smullen. De verhuizers hebben bijna alle meubels uit het campagnekantoor al meegenomen, er staan alleen nog een bank en een salontafeltje. Er zijn nog twaalf minuten te gaan als Oedipus eindelijk tijd heeft om te praten met Merope (Frieda Pittoors), de vrouw die hij tot aan dat gesprek als zijn biologische moeder heeft beschouwd. Als hij vlak na dat gesprek tegen zijn vrouw Jocaste (van wie het publiek weet dat ze zijn werkelijke moeder is) zegt: 'Zij heeft meer van mij gehouden dan de vrouw die mij heeft gedragen', is de ontzetting in de zaal hoorbaar.

Maar niet alle scènes in Icke's bewerking van Oedipus hebben hetzelfde hoge niveau en zijn zo spannend als de beginscènes en het huiveringwekkende slot. Als Jocaste (Marieke Heebink) bijvoorbeeld beetje bij beetje aan Oedipus vertelt wat Laius haar heeft aangedaan toen ze dertien was, is Icke's tekst wel erg larmoyant. Ook met het gebruik van vertragingen en aanzwellende muziek maakt Icke sommige scènes, in ieder geval naar mijn smaak, net iets te sentimenteel.

Aan het begin is het podium een volledig ingericht campagnekantoor met alles erop en eraan. Door het stap voor stap ontmantelen van dat decor volgt de scenografie (van Hildegard Bechtler) op ingenieuze wijze wat Oedipus doormaakt. En dan is er ook nog eens het briljante acteren van Marieke Heebink en Hans Kesting. Mede om die twee redenen vind ik Oedipus van Toneelgroep Amsterdam in de regie van Robert Icke ondanks wat minpuntjes toch een heel goede voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Bij jou begin ik van Frascati Producties/Charli Chung

●●●○○

 

BIJ JOU BEGIN IK

 

FRASCATI PRODUCTIES / CHARLI CHUNG




Door Piet van Kampen, gezien 11 april 2018 

In de eerste scène van Bij jou begin ik is Matthijs van de Sande Bakhuyzen een verliefde man die hunkert naar zijn door zijn verliefdheid geïdealiseerde Simon. Als hij beschrijft hoe ideaal de man is naar wie hij verlangt, betrekt hij de zaal erbij. Hij vraagt ons om in gedachten eigenschappen aan Simon toe te voegen zodat de ideale Simon een gedeelde ervaring kan worden.

Van de Sande Bakhuyzen wacht even tot we daar mee bezig zijn. Dan richt hij zich weer direct tot ons: 'Maar maak hem niet te klein! 'Niet alles mag!' 'Welke verandering je ook aanbrengt, houd hem sterk.' 'En jong.' 'En begeerlijk.' 'Simon is begeerlijk!'

Bart van den Donker schreef vorig jaar de tekst voor The Dreamers, de afstudeervoorstelling van regisseur Charli Chung. Dat was een bewerking van Bertolucci's gelijknamige film. De monoloog Bij jou begin ik is een oorspronkelijke tekst van Van den Donker waarin, in elke relatie die de ik-figuur heeft, steeds een ander aspect van verlangen, verliefdheid en seksualiteit aan de orde komt.

In de eerste scène idealiseert de ik-figuur het object van zijn verlangen. Daarna volgen scènes over relaties met onder andere een intellectueel en met iemand die seks heeft tegen betaling. De laatste scène in Bij jou begin ik is het spiegelbeeld van de eerste. Nu is de ik-figuur de begeerde, en is het de ander, Giovanni, die zich verlaten en eenzaam voelt.

Weliswaar ligt in elke scène het accent op een ander aspect van seksuele relaties, maar een monoloog van anderhalf uur over een en hetzelfde onderwerp is toch wel vrij veel. Misschien wel teveel, inkorten tot ongeveer een uur zou de voorstelling waarschijnlijk goed hebben gedaan.

Dat neemt niet weg dat de manier waarop
Matthijs van de Sande Bakhuyzen in die anderhalf uur acteert overrompelend is. Zijn timing, zijn expressie, zijn lichaamstaal, alles is zo precies, de pauzes tussen de woorden zo functioneel. Daardoor geeft hij je het gevoel dat hij echt met het publiek in gesprek is, dat hij een dialoog heeft met elke toeschouwer. En die overrompelende manier van acteren weet hij de hele voorstelling vast te houden.

Chung liet in The Dreamers al zien dat hij een goede acteursregisseur is. Wat bij het maken van Bij jou begin ik de rol van de regisseur is geweest en wat de acteur zelf heeft ingebracht, weet ik natuurlijk niet. Maar ik ga er toch van uit dat de grote indruk die het acteren van Matthijs van de Sande Bakhuyzen in deze monoloog maakt voor een niet gering deel de verdienste is van regisseur Charli Chung.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: Vergeef ons van Toneelhuis & Toneelgroep Amsterdam/Guy Cassiers

●●○○○

 

VERGEEF ONS


TONEELHUIS & TONEELGROEP AMSTERDAM / GUY CASSIERS




Door Piet van Kampen, gezien 4 april 2018

In de roman May we be forgiven uit 2012 van A.M. Homes wil de sociaal voelende twaalfjarige Nate, de zoon van een zeer gefortuneerde televisiebaas, voor zijn bar mitswa naar het dorp in Afrika dat hij (hoe jong hij ook is) sponsort. Zijn vader en moeder kunnen niet mee. Zijn vader George zit in een inrichting omdat hij eerst een echtpaar doodreed en van hun zoon Ricardo een wees maakte. Daarna brengt hij zijn vrouw Jane om (als hij haar met zijn broer Harry betrapt).
 
Daarom gaat Nate naar zijn dorp in Afrika met zijn oom Harry (die zijn voogd is geworden), zijn elfjarige zusje Ashley, die net als hij op een peperdure (kost)school zit. En met Ricardo, die op Nate's verzoek ook door oom Harry onder zijn hoede is genomen.
 

Voor die reis werd het leven van Harry, een vijftigjarige professor in de 'Nixonologie', bepaald door wat hem overkwam. Maar in het Afrikaanse dorp geeft de plaatselijke medicijnman hem iets waar hij in eerste instantie strontziek van wordt. Maar hij houdt vol. En terug in Amerika blijkt Harry 'getransformeerd' van een secundair reagerende wereldvreemde geleerde tot een empathische familieman.

Alle gebeurtenissen in het Afrikaanse dorp zijn volledig weggelaten in de voorstelling Vergeef ons. Waarom? Cassiers zegt in een interview: “Vergeef ons van A.M. Homes geeft ons een beeld van de relationele vervreemding en emotionele verwarring van ons tijdsgewricht, zonder cynisch te worden en zelfs met een verrassend optimistisch einde.” Verrassend? Ja, dat lukt op die manier natuurlijk wel. Je haalt de scènes waarin het toewerken naar dat optimistische slot in geuren en kleuren wordt beschreven eruit 'et voila' je hebt een voorstelling met een verrassend einde.
 

In Vergeef ons hebben de acteurs geen zendmicrofoons. Ze gebruiken van die 'ouderwetse' die je in een standaard kunt schuiven maar ook in je hand kunt nemen. Het gebruik van microfoonstandaards leidt haast onvermijdelijk tot vrij statisch acteren, waardoor Vergeef ons af en toe meer een hoorspel is dan een voorstelling. Tien jaar geleden in zijn bewerking van De Geruchten van Hugo Claus werkte Cassiers overigens ook al op die manier. En ook toen werd zo'n microfoon af en toe als penis gebruikt. Maar De Geruchten was gebaseerd op een prachtige roman van een groot schrijver.

A.M. Homes rijgt in haar (overschatte) roman May we be forgiven een grote hoeveelheid korte gebeurtenissen in sneltreinvaart aan elkaar. Om die er in de voorstelling in tweeënhalf uur doorheen te jagen, spreken de acteurs dan ook zo snel dat het nog net verstaanbaar is. Om dezelfde reden zijn Evelien Bosmans en Jip van den Dool de klos. Die twee moeten voor vaak nauwelijks relevante scènes (het bezoek van de hondenvrijwilgster of van de insectenverdelger bijvoorbeeld) respectievelijk zestien en tien verschillende personages spelen.
 

De speelstijlen van de acteurs verschillen nogal in Vergeef ons. Chris Nietvelt en Steven Van Watermeulen zetten in op vet en karikaturaal. Evelien Bosmans en Jip van den Dool ontkomen er door al die personages natuurlijk niet aan aan om er typetjes van te maken. Dat Eelco Smits desondanks van het begin tot het einde een geloofwaardige Harry weet neer te zetten, is dan ook een geweldige prestatie.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of naar
Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Actrice van Théâtre des Bouffes du Nord/Pascal Rambert

●●●○○

 

ACTRICE

 

THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / PASCAL RAMBERT




Door Piet van Kampen, gezien 30 maart 2018 

Een Russisch stuk in het Frans. Pascal Rambert schreef Actrice voor het Moskouse Kunsttheater, hetzelfde theater waarvoor Tsjechov ooit De Meeuw schreef. Actrice is een tragikomedie over de laatste dagen van Eugenia, die zelf rustig en sereen blijft bij het idee dat haar leven binnenkort is afgelopen. Maar bij haar familie en haar collega's komen de emoties los: 'Door dood te gaan heb ik kokend water op een mierenhoop gegooid'.

De speelvloer is een oceaan van kunstbloemen. In Moskou eert het publiek als het een acteur of actrice bewondert hem of haar met bloemen bij het applaus. Vandaar. Maar bloemen die zijn afgesneden om in een vaas te worden gezet symboliseren natuurlijk ook het sterven.

Het is even wennen dat personages als ze het over 'mijn land' hebben niet Frankrijk bedoelen maar Rusland. Want schrijver/regisseur Rambert heeft het stuk naar het Frans omgezet zonder verdere aanpassingen. Het helpt wel dat ook de namen Russisch zijn gebleven. Zo heet Eugenia's ladderzatte echtgenoot (l'alcolisme c'est ma vie!) Pavel, en hun zoontje Dimitri.
 

Net als in Tsjechov's De Meeuw is er ook in Actrice een stuk in het stuk. In dit geval met daarin met bloemen behangen allegorische figuren, waarbij er een opvallend onderscheid is tussen La mort mystique en La mort physique. Die laatste (gespeeld door Yuming Hey) houdt zich in de eerste twee uitbundige aktes op de achtergrond. In de derde en laatste komt hij als enige in beweging: de dood van Eugenia komt nu heel dichtbij.

Logisch dat collega-acteurs en regisseurs die afscheid komen nemen van een stervende actrice het over allerlei aspecten van theater hebben. Maar Rambert grijpt die, door hemzelf gecreëerde, mogelijkheid wel erg gretig aan om zijn standpunten over het hedendaagse theater uitvoerig over het voetlicht te brengen. En dat doet hij dan ook nog eens vooral via het middel van de monoloog. Rambert heeft sowieso de neiging erg veel uit te leggen, en zijn personages erg veel woorden in de mond te leggen, terwijl ze met wat minder tekst hun punt ook wel zouden hebben kunnen maken.

Na deze kritische opmerking wordt het tijd voor een afsluitende alinea waarin alleen maar plaats is voor bewondering. Want de dialoog waarin de gevoelige actrice Eugenia (Marina Hands) en haar zus Kesnia, de harde zakenvrouw (Audrey Bonnet) elkaar de waarheid zeggen, is van een ongekend hoog niveau. Niet alleen zijn de beide Franse topactrices in die scène op hun best, ook inhoudelijk is dit een meesterlijke scène. Vooral omdat het publiek dat tijdens de voorstelling is verleid om de kant van Eugenia te kiezen door deze dialoog wordt gedwongen zich af te vragen of dat wel terecht was. En wat zijn ze goed Marina Hands en Audrey Bonnet! 


Gezien tijdens BRANDHAARDEN

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: The Prisoner van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

●○○○○

 

THE PRISONER


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / PETER BROOK & MARIE-HÉLÈNE ESTIENNE



Door Piet van Kampen, gezien 28 maart 2018 

Hoeveel parabels, soms met en soms zonder fabeldieren, zullen er in de loop van de geschiedenis zijn bedacht of geschreven? Tienduizenden? Meer? Hoe dan ook, de overgrote meerderheid daarvan is na korte tijd beland in de eeuwigdurende vergeetput van allegorische verhalen. Nog geen honderd zijn er aan dat lot ontsnapt, en een aantal daarvan wordt nu tot de wereldliteratuur gerekend.

Een van de beroemdste is het grote Indiase epos Mahabharata. Dertig jaar geleden werd dat meesterwerk door Jean-Claude Carrière bewerkt voor toneel, en door regisseur Peter Brook op de planken gebracht. Drie jaar geleden maakte hij van een deel daarvan een nieuwe voorstelling, Battlefield, dat van woensdag 21 tot en met zaterdag 24 maart 2018 in het kader van Brandhaarden te zien was in Amsterdam.

Op 93-jarige leeftijd besloot Peter Brook zelf ook maar eens een parabel te schrijven. Misschien dacht hij: iemand die zo'n succesvolle bewerking van de Mahabharata kan maken dat er ook een filmversie van kwam, doet dat wel even. Op 6 maart 2018 was de première in Parijs. En nu, iets meer dan drie weken later, beleeft The Prisoner zijn Nederlandse première in Amsterdam.

Het is bepaald geen genoegen om daarbij aanwezig te zijn. Op de eerste plaats blijkt de minimalistische vorm waar Brook altijd voor kiest wel redelijk te werken bij een goed verhaal, maar bij dit moralistische niemendalletje, vol clichés waar zelfs een pulpschrijver als Coelho zich voor zou schamen, komt dat gemimede thee drinken en dat gemimede rat eten kinderachtig over.

Even in het kort het verhaal. In een denkbeeldig land verliest een man zijn vrouw en doet het daarom voortaan maar met zijn dan dertienjarige dochter Nadia. Voor alle zekerheid stuurt hij zijn zoon Mavuso weg. Na een aantal jaar komt Mavuso terug, ziet zijn vader met Nadia in bed, en vermoordt hem. 


Zoals altijd in dat soort simplistische allegorische verhalen is er een wijze man, een heilige boom, en een louterende activiteit voor in dit geval de vadermoordenaar. Maar het moralisme ligt er in The Prisoner zo duimendik bovenop en het wordt ook nog eens zo plechtig verwoord dat het bijna gênant is.

Gelukkig is de vergeetput van allegorische verhalen niet alleen eeuwigdurend, maar ook oneindig groot. The Prisoner past er nog makkelijk bij.
 

Gezien tijdens BRANDHAARDEN 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Orfeo - je suis mort en Arcadie van Théâtre des Bouffes du Nord/Samuel Achache, Jeanne Candel & Florent Hubert

●●●●● 

 

ORFEO - JE SUIS MORT EN ARCADIE


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / SAMUEL ACHACHE, JEANNE CANDEL & FLORENT HUBERT



Door Piet van Kampen, gezien 26 maart 2018

Imkers komen de honingraten controleren en vinden op hun weg terug het kadaver van een geit. Vol bijen. Ondertussen beoefent Anne-Lise Heimburger als Calliope de retorica met een bezoeker die net is teruggekeerd van een retraite. Haar zoons Pan (Vladislav Galard) en Amor (Léo-Antoine Lutinier) interrumperen dat filosofische discours voortdurend. De een, Pan, met potsierlijke strapatsen, de ander, Amor, als een jengelend kind.

Maar? Orpheus dat is toch dat verhaal over de zanger die naar de onderwereld ging om zijn geliefde Eurydice terug te halen? Daarvoor toestemming krijgt op voorwaarde dat hij op de weg terug geen enkele keer zal omkijken. Maar dat toch doet en daarom Eurydice weer verliest, nu voor altijd?

Weliswaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie gebaseerd op Monteverdi's Orfeo. Maar de twee regisseurs Achache en Candel hebben samen met de leden van La vie brève (het muziektheatergezelschap onder leiding van Florent Hubert) al improviserend dat verhaal volledig naar hun hand gezet. Met muziek van Monteverdi. Maar ook met vaak verrassend mooie naar folk en jazz verwijzende eigen composities voor blazers. Of de verstilling van a capella zang. 

Met daarnaast verrassende en vaak heel sterke dialogen. Zoals het hilarische gesprek tussen veerman Charon en de driekoppige hond Cerberus. Met ook hier wat acteren betreft de twee uitblinkers Vladislav Galard en Léo-Antoine Lutinier.

Alles bij elkaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie een fenomenale filosofische, burlesque, surrealistische mix van muziek en theater door veertien acteurs-musici-zangers. Wat muziek, acteren en enscenering betreft gewaagd en vernieuwend. Maar ook ontroerend en humoristisch. Zoiets moois zie en hoor je bijna nooit.


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bouffes du Nord

Minirecensie: Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

 

BATTLEFIELD


THEATRE DES BOUFFES DE NORD / PETER BROOK & MARIE-HELENE ESTIENNE

 

Door Piet van Kampen, gezien 20 maart 2018

Minimale middelen, alleen doeken in verschillende kleuren en en paar bamboestokjes. Vier acteurs die zo goed zijn dat ze én hun tekst spreken én als een soort zenmeester 'er zijn' uitbeelden. Meer niet. Alsof ze niet op het podium van de schouwburg staan, maar ergens op een dorpsplein. En daar blootsvoets de blinde koning Dritarashtra, zijn neef Yudishtira, en andere personages en fabelfiguren uit het eeuwenoude Indiase epos de Mahabharata tot leven wekken.

Dertig jaar na zijn door Jean-Claude Carrière geschreven negen uur durende toneelversie van de Mahabharata concentreert Peter Brook zich in Battlefield op de vragen die de leiders van beide kanten in die sage stellen over wat er na de veldslag moet gebeuren. Met Battlefield brengen vier acteurs en een percussionist een deel van de oude Indiase fabel tot leven dat nog steeds relevant en urgent is. In een auditief, visueel en tekstueel pure vorm. Meer moet dat niet zijn. 


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Kronieken van de stad, deel 2, Kafir van Oostblok/Timen Jan Veenstra

●●○○○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 2, KAFIR


OOSTBLOK / TIMEN JAN VEENSTRA




Door Piet van Kampen, gezien 17 maart 2018

In twee jaar tijd schrijft toneelschrijver Timen Jan Veenstra vier documentaire theaterstukken gebaseerd op Amsterdamse verhalen. Het tweede, Kafir, gaat over Amsterdam-Oost. Het is een dialoog tussen twee broers die zijn geboren en opgegroeid in een Marokkaans gezin in de Indische Buurt. De jongste, Fahd (Anouar Ennali), de idealist die naar Raqqa ging, blijft verdedigen wat hij daar heeft gedaan. Zijn oudere broer Adam (Mamoun Elyounoussi), de realist die zich met succes heeft aangepast aan de gebruiken van het land waar hij is geboren, heeft nu een baan waar een duur pak bij hoort.

Het eerste deel van Kronieken van de stad, Tussen werven en hotels, dat in juli 2017 in première ging, behandelde de veranderingen in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. In die monoloog, gespeeld door Stefan Rokebrand in een sobere regie van Olivier Diepenhorst, beschrijft toneelschrijver Veenstra in prachtige poëtische zinnen hoe die veranderingen de bewoners van die buurt raakten.

Zo'n duidelijke link met een Amsterdamse buurt als in Tussen werven en hotels is er in dit tweede deel van Kronieken van de stad niet. Slechts één keer is er door een straatnaam een verwijzing naar de Indische Buurt. Maar verder zou Kafir zich in elke stad met een Marokkaans-Nederlandse bevolkingsgroep kunnen afspelen.

Om 'het experiment (en risico) aan te gaan dat ik doorgaans aan anderen uitbesteed', zo rechtvaardigt Timen Jan Veenstra dat hij Kafir zelf regisseert. Helemaal geen gek idee natuurlijk voor een beginnend toneelschrijver om eens aan den lijve de andere aspecten te ervaren die een rol spelen bij het tot stand komen van een voorstelling.

Maar het probleem voor regisseur Veenstra is dat toneelschrijver Veenstra deze keer met een tekst komt waarin na ongeveer een kwartier de tegenstellingen tussen de twee broers al overduidelijk zijn. In het uur daarna verandert daar weinig aan. De dialogen tussen de twee blijven - ook al blijken ze na verloop van tijd in retrospectief te zijn - alleen nog herhalingen van zetten. Geen van de twee krijgt ook maar een millimeter meer begrip voor de ideeën van de ander. En noch de idealist noch de realist weet iets te bedenken waardoor ze ondanks hun verschillen dichter bij elkaar zouden kunnen komen. Met zo'n hermetische tekst valt er met Kafir voor eenmalig regisseur Veenstra weinig eer te behalen.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Oostblok