Recensie: Plattegrond van de kunst en omstreken van 't Barre Land

●●●●○

 

PLATTEGROND VAN DE KUNST EN OMSTREKEN

 

'T BARRE LAND



Door Piet van Kampen, gezien 16 februari 2018

Voorjaarsontwaken, het toneelstuk uit 1891 van Frank Wedekind, staat centraal in Plattegrond van de kunst en omstreken. Ontluikende seksualiteit, non-communicatie tussen ouders en pubers daarover, depressie, zelfmoord, abortus. Daar gaat Voorjaarsontwaken over. Dat klinkt zwaarmoedig. Maar Vincent van den Berg, Margijn Bosch en Cseslaw de Wijs slagen erin om het publiek met regelmaat een lach te ontlokken. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de thematiek.

'Waar ben je nu?' Met het aan elkaar vragen waar ze met hun gedachten zijn, leggen de drie acteurs aan het begin en ook aan het slot van de voorstelling de link met herinneringen uit hun eigen pubertijd. 'In Groningen, het Werkmancollege in de Nieuwe Sint Jansstraat', antwoordt Margijn Bosch dan bijvoorbeeld. Vincent van den Berg reageert op dezelfde vraag onder andere met 'Winschoten Plan Zuid, mijn oma aan het aanrecht'.*

Daarna gaat het via de poes die is bevallen 'op een regenachtige namiddag in een donker hoekje van de alkoof, waar oude dozen en koffers staan, waar geen zonlicht komt', uit een verhaal van Herman Heijermans uit 1897 (geschreven onder het pseudoniem Samuel Falkland) en via een kort fragment uit Goethe's Faust naar het hoofdgerecht: de negentiende-eeuwse gymnasiasten van Frank Wedekind. Naar Melchior (Cseslaw de Wijs), de intelligentste, die alles al weet, ook over seksualiteit. Naar Moritz (Vincent van den Berg), die daar juist niets van weet. Naar Ilse, die van huis wegloopt en model en geliefde wordt van verschillende schilders.

En naar de veertienjarige Wendla (Margijn Bosch), die verliefd is op Melchior, zwanger van hem raakt, maar dan nog steeds niet goed weet waar de kinderen vandaan komen. In een van de aangrijpendste scènes uit de voorstelling smeekt Wendla haar moeder het haar te vertellen. Maar dat lukt de moeder niet, ze durft niet.

Waarom ben ik eigenlijk geboren? Weet jij hoe het gaat? Hoe wat gaat? Nou je weet wel. Het. Ben ik nu 'met schuld beladen' door zijn zelfmoord? De omstandigheden veranderen maar de vragen waarmee de kinderen worstelen in Voorjaarsontwaken, zijn van alle tijden. Het stuk is daarom nooit echt gedateerd geraakt. Ook nu, voor welke generatie dan ook – van twintigers tot zestigers – zijn de thema's herkenbaar. En roepen ze jeugdherinneringen op.

'Waar ben je nu?' In Theater Kikker in Utrecht. Bij Plattegrond van de kunst en omstreken, een indrukwekkende voorstelling van 't Barre Land, die iedereen zou moeten zien.

* Hoewel de jeugdherinneringen in Plattegrond van de kunst en omstreken steeds naar Groningen leiden, zowel naar de stad als de provincie, zie ik in de speellijst dat de voorstelling nergens in Groningen te zien is. Toch wel een beetje vreemd.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: 't Barre Land

Theaterverhaal: Tiendaags festival Lieve Stad Opportunisme?

 

TIENDAAGS FESTIVAL LIEVE STAD

 

OPPORTUNISME? 



Door Piet van Kampen, geplaatst 16 februari 2018

Lieve Stad, de tiendaagse ode van de Stadsschouwburg Amsterdam aan de stad, is woensdag 14 februari op een hartverwarmende manier van start gegaan. Het begint al in de Rotonde van de Brasserie en in de Salon met de expositie 180 Amsterdammers, een tentoonstelling met portretfoto's en videodocumentaires van de 180 nationaliteiten die in Amsterdam leven.

“Opportunisme. Naïviteit. Gemakzucht!” *

Sorry?

“Je voegt wat internationale voorstellingen samen tot een festivalletje, geeft het een handige naam en roept iets over 180 nationaliteiten, klaar!”

Op weg naar de openingsvoorstelling kom je langs een in het rood geklede saxofoniste die Aan de Amsterdamse grachten speelt. Na de kaartcontrole staan andere spelers en speelsters van Adelheid Roosens Zina op de trappen klaar voor een persoonlijk welkom voor iedereen. En dat is niet een obligaat 'fijn dat je er bent' of woorden van gelijke strekking. Nee, elke Zina-speler heeft een eigen verhaal om uit te leggen waarom hij of zij zo blij is Amsterdammer te zijn.

“Heeft iemand met Adelheid Roosen gebeld? Zij weet (…) hoe je nieuwe Nederlanders het theater in krijgt; dat vergt jarenlange wederzijdse investering.”

Ja dus. Mevrouw Wensink, uit betrouwbare bron weet ik dat de schouwburg Adelheid Roosen al in een vroeg stadium bij de voorbereiding heeft betrokken. Over bellen gesproken. U had de schouwburg natuurlijk even kunnen bellen voordat u uw pen in het gif doopte.

Breytna was weliswaar eerder te zien op Julidans, maar de keuze om Lieve Stad er toch mee te openen, is een gouden greep. Je hoeft met zo'n voorstelling niks extra's te doen om er een feestje van te maken. Breytna van Maqamat Dance Theatre is wat in het Engels zo mooi 'a crowd-pleaser' heet. Tijdens de voorstelling wordt er op het podium gemusiceerd (door Trio Joubran en percussionist Youssef Hfeisch), gedanst door Omar Rajeh, Moonsuk Choi, Anani Sanouvi en Koen Augustijnen. En gekookt. In hele grote pannen. Door de moeder van Omar Rajeh, de Libanese choreograaf, en initiatiefnemer van Breytna.

“Of praat met Andreas Fleischmann, die weet hoe hij zijn Meervaart (…) avond aan avond vol krijgt met Marokkaanse buurtbewoners.”

Je blijft maar doorgaan hè. Wat ik zei over Roosen, geldt ook voor de Meervaart, daar is ook contact mee geweest volgens mijn bron, die ik natuurlijk niet kan noemen. Ik bedenk nu dat ik er toen bij was en deed of ik de Pravda las, zodat ze dachten dat ik ze niet kon verstaan. Maar goed, als je even met de schouwburg had gebeld voor je zo tekeer ging in je column, had je dat van de Meervaart dus ook geweten.

Na een uur worden we gevraagd het podium op te komen om mee te eten, terwijl ondertussen het musiceren en dansen gewoon doorgaat. De grote zaal van de schouwburg is uitverkocht, toch blijkt er voor iedereen genoeg fatoush om de maag mee te vullen en genoeg arak on the rocks om in een nog vrolijker stemming te komen.

“En dan is er nog de (...) marketingtechnisch slimme naam Lief Amsterdam.“

Het heet Lieve Stad, maar als je het Lief Amsterdam wil noemen, ook goed. Jammer dat je er niet was bij de opening trouwens.

* De citaten tussen de dubbele aanhalingstekens komen uit Nieuw publiek haal je niet binnen door alleen je programmering door elkaar te husselen en te pimpen van theaterredacteur Herien Wensink in de Volkskrant van 25 november 2017.

Om de column van Herien Wensink te lezen, klik hier

Ga voor meer informatie over Lieve Stad naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Geluk van Toneelschuur Producties/Nina Spijkers

●○○○○

 

GELUK


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / NINA SPIJKERS



Door Piet van Kampen, gezien 10 februari 2018 

Na een knullig voorspel met een zaklantaarn begint Geluk met een pleidooi van het allegorisch personage Het Lijden (Linde van den Heuvel). 'Wij zijn een grote familie', zegt Het Lijden, 'maar koester ons'. Een van de beste scènes is dit. Zowel door de keuze om Het Lijden een stem te geven, als door de kwaliteit van de tekst. Er zijn nog twee scènes die goed zijn: halverwege en vlak voor het einde. Dat zijn de andere twee scènes waarin de allegorische figuur Het Lijden met een tekst komt die tot nadenken stemt.

Behalve die drie goede scènes is er één scène die er wel mee door kan. Dat is als Sander Plukaard een opsomming geeft van uitdrukkingen met 'Happy', zoals 'Happy Meal'. Door verder te gaan dan uitdrukkingen die iedereen wel kent, door er gewoon een aantal bij te verzinnen dus, wordt het geestig. Alle andere scènes in Geluk (het zijn er een stuk of twintig) zijn of uiterst matig of gewoon slecht. Zowel wat betreft de inhoud als de theatrale vorm.

Tenenkrommend zijn de intermezzi waarin de acteurs uit hun rol stappen en doen of ze twijfelen over hoe ze verder zullen gaan. Als zo'n theatraal middel goed wordt uitgevoerd, kan het natuurlijk iets toevoegen. Maar in Geluk zijn het gênante vertoningen. Ik raad regisseur Nina Spijkers en de vier acteurs (Linde van den Heuvel, Tessa Jonge Poerink, Sander Plukaard en Victor IJdens) aan om eens naar een voorstelling van Maatschappij Discordia te gaan. Het maakt niet uit welke voorstelling van Discordia. En kijk dan eens hoe ervaren vakmensen zoiets doen.

Nina Spijkers (1988) is een veelbelovende jonge regisseur. Dat liet ze bijvoorbeeld zien met Don Carlos, Ivanov en Anatol. Drie heel geslaagde en goede voorstellingen. Maar dat was repertoiretoneel. Met teksten van respectievelijk Schiller, Tsjechov en Schnitzler.

Het is moedig van Spijkers om ook eens iets anders te proberen. Om eens een keer geen klassieke tekst te nemen. Om te onderzoeken hoever je komt als je samen met de acteurs zelf teksten en scènes bedenkt en daar een montagevoorstelling van maakt. Helaas heeft dat geleid tot een zo goed als volledig mislukte voorstelling.

Soms kan het een wijs besluit zijn om een voorstelling die al in première is gegaan alsnog terug te trekken. Erkennen van falen is ook moedig.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Liedje voor Gigi van Toneelhuis/Benjamin Verdonck

●●●○○

 

LIEDJE VOOR GIGI

 

TONEELHUIS / BENJAMIN VERDONCK




Door Piet van Kampen, gezien 23 januari 2018

Liedje voor Gigi begint met een replica van een maquette van een huis van de Tsjechische kubistische architect Josef Chochol. Met die replica in zijn hand houdt acteur, schrijver, beeldend kunstenaar, theatermaker (en aan het einde van deze voorstelling ook zanger) Benjamin Verdonck een inleiding waarin hij het onder meer heeft over de Inuit die meer dan honderd woorden hebben voor sneeuw. En dat dat een mythe is.

Na die korte inleiding vormen drie samenhangende elementen de compositie van de rest van de voorstelling: muziek, een installatie, en tekst. Twee muzikanten, Bram Devens en Tomas De Smet, maken repeterende minimal music. Verdonck bedient de touwtjes van een installatie met schuivende panelen. En af en toe deelt hij vanuit het donker, vaak onzichtbaar voor het publiek, zijn gedachten met ons. Meestal zijn dat herinneringen aan dialogen tussen een vader en zijn dochter.

De installatie met de schuivende panelen in Liedje voor Gigi is groter dan die in notallwhowanderarelost uit 2014. Toen was Verdonck in zijn eentje, paste de installatie op een tafel, en bleef de ruimte eromheen verlicht, we konden hem dus steeds bezig zien met de touwtjes.

De wat grotere installatie in Liedje voor Gigi zou je kunnen zien als een theater in een theater in een theater, enzovoorts. Steeds blijkt er nog een verdere blik mogelijk, na elke paneel dat opzij wordt geschoven is er nog meer diepte, nog een perspectief. Je zou daar een metafoor in kunnen zien voor het zich steeds verdiepende inzicht van een opgroeiend kind. Van de veranderende blik van de dochter die zich afvraagt waarom er legervoertuigen in de stad staan, en na het antwoord van de vader, waarom die aanslagplegers dan kwaad zijn op ons.

Liedje voor Gigi eindigt weer met een huis, nu een huis met 'two cats in the yard', Verdonck zingt een glimlach tevoorschijn toverende versie van Our House. In mijn herinnering was notallwhowanderarelost intiemer, misschien ook omdat het publiek er toen dichterbij zat. Maar ook Liedje voor Gigi is weer een voorstelling waar je blij van wordt.

Liedje voor Gigi is overigens ook de titel van een beeldend kunstwerk dat Benjamin Verdonck in 2009 maakte, zoals je hier kunt zien.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: Weiblicher Akt 8: Dumas/LaDame/DeSade van Maatschappij Discordia

●●●●○

 

WEIBLICHER AKT 8: DUMAS/LADAME/DESADE

 

MAATSCHAPPIJ DISCORDIA



Door Piet van Kampen, gezien 13 januari 2018

Links staan de meubels al opgestapeld, alleen het versleten kleed ligt er nog. Want als Marguerite Gautier, de Parijse courtisane, sterft, zijn er schulden en worden haar meubels verkocht. Rechts zes kartonnen coulissen, die intensief worden gebruikt, de drie actrices in Dumas/LaDame/DeSade zijn veel in beweging, lopen in en uit.

De roman La Dame aux Camélias van Alexandre Dumas fils uit 1848 begint met de dood van Marguerite Gauthier. Een naamloze verteller loopt rond in haar appartement en ontmoet daar Armand Duval. Maar ook nu, net als in eerdere voorstellingen in de serie Weiblicher Akt, heeft Maatschappij Discordia de roman herschreven om het verhaal vanuit vrouwelijk perspectief te kunnen vertellen.

In Dumas/LaDame/DeSade wordt Marguerite, die weet dat ze door haar longziekte nog maar een half jaar te leven heeft, gespeeld door twee actrices, Annette Kouwenhoven en Miranda Prein. De derde actrice, Maureen Teeuwen, speelt zowel Armand Duval als diens vader. De belangrijkste vraag in Dumas/LaDame/DeSade is waarom Marguerite Gautier niet voor zichzelf kiest, waarom ze voldoet aan de eisen van de vader van haar geliefde.

La Dame: 'De liefde deed mij leven. Nu sterf ik eraan.' Een mooie zin uit de mond van een ten dode opgeschreven prostituee. Behalve de loopbewegingen van de drie actrices, die een heel zorgvuldige voorbereiding verraden bij deze ogenschijnlijk uit de losse pols gespeelde voorstelling, valt me ook op dat ze een mooie zin heel even laten zweven. Zodat we genoeg tijd hebben om ervan te genieten. Er zijn veel mooie zinnen. Nog een paar:

La Dame: 'De eerste plaats in hun liefde, de laatste plaats in hun achting.'
La Dame: 'Mijn leven, hoe kort ook, zal langer duren dan jouw liefde.'
Armand: 'Als je wist hoeveel ik van je houd.'
La Dame: 'Ja hoor, daar gaan we weer. Nationale bijgeloof.'

Ik ben erg onder de indruk van deze voorstelling. Van de inhoudelijk rijke tekst, die toch luchtig wordt gebracht. Van de uitstapjes naar zowel serieuze zaken als de ontdekking van de tuberculose-bacterie door Robert Koch, als wat minder serieuze als de laatste draaikolk in het putje in het bad van de grootouders van Annette Kouwenhoven. En van Maureen Teeuwen. Wat speelt die goed!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Discordia

Recensie: Kaap Furie van Bellevue Producties/Nina de la Parra

●●○○○

 

KAAP FURIE


BELLEVUE PRODUCTIES  / NINA DE LA PARRA



Door Piet van Kampen, gezien 13 januari 2018

Twee zussen kapen een trein. De passagiers laten ze gaan, de conducteur houden ze vast als gijzelaar. Directe aanleiding is een incident in een nachttrein waarbij twee conducteurs een zestienjarig meisje hebben aangerand. Maar de actie van de twee zussen is ook gericht tegen andere vormen van seksuele agressie tegen vrouwen.

Judith (Wendell Jaspers), volledig in het zwart, schilt als we de zaal binnenkomen een appel met een veel te groot mes en kijkt ons strijdvaardig aan. Naast haar een hamer, een zaag, een koevoet en meer van dat soort gereedschap. De boodschap is duidelijk: dit is een dame waar niet mee valt te spotten. Haar jongere zus Gaia (Johanna Hagen) is ook in het zwart. Maar met in beide handen roze goodybags staat ze er een stuk minder strijdvaardig bij.

Al snel blijkt dat de conducteur (Leòn Ali Cifteci) vrijwillig meewerkt. Ook lijkt het erop dat de zussen niet meer willen dan via sociale media zoveel mogelijk aandacht voor hun actie. Gaandeweg wordt de tegenstelling tussen de zussen echter steeds duidelijker. Judith wil verder gaan dan is afgesproken. Gaia verzet zich daartegen.

Waarschijnlijk heeft toneelschrijfster Sara van Gennip voor ogen gehad dat het publiek die spanning zou voelen, en vooral dat we ons zouden afvragen of Judith de afspraken niet zou schenden en fysiek geweld zou gaan gebruiken. Maar of dat gebeurt, of het publiek die spanning voelt? In Van Gennips tekst zitten zoveel relativeringen, vooral in de dialogen waarin de zussen weer zusjes zijn en elkaar met koosnaampjes aanspreken, dat ik me in ieder geval niet echt zorgen maak.

Zeker niet omdat Nina de la Parra er in haar regie nog een schepje bovenop doet. In de tekst worden de scherpe nagels al bijgevijld voordat ze echt schade kunnen aanrichten. Als je dan ook nog eens die toch al relativerende tekst gaat verzachten met een enorme hoeveelheid roze confetti, maak je de voorstelling nog ongevaarlijker. Terwijl de tekst van Van Gennip juist gebaat zou zijn bij een regie die het verhaal wat grimmiger zou maken.

Aan die te ver doorgevoerde relativering in de regie, en eigenlijk ook al van de tekst, kunnen de acteurs niet zoveel meer veranderen. De goed spelende Wendell Jaspers doet er alles aan om een gevaarlijke actievoerster neer te zetten. Maar op de door al die confetti zuurstokroze speelvloer komt dat niet echt dreigend over.

De enige keer dat het wel spannend wordt, dat je kunt voelen dat de voorstelling het de toeschouwers lastig maakt, is als Jaspers als Judith zittend op de vloer een monoloog houdt waarin ze beschrijft hoe een man de deur op slot doet, haar opdraagt haar kleren uit te doen, zijn hand op haar keel legt, knijpt, zijn knieën op haar bovenarmen plaatst … als je wilt weten hoe die monoloog verder gaat, zul je naar de voorstelling moeten gaan.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Bellevue

Recensie: Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool

●●●●○

 

ROMEO EN JULIA

 

TONEELGROEP OOSTPOOL



Door Piet van Kampen, gezien 6 januari 2018

Ik heb heel wat opvoeringen van Romeo en Julia gezien, maar nog nooit heb ik zo moeten lachen bij dit stuk over de onmogelijke liefde van twee pubers in het door haat beheerste Verona als vanavond. Dat komt vooral door de meesterlijke en voortdurend verrassende tekstbewerking van Jan Hulst en Kasper Tarenskeen.

Die twee tekstschrijvers hebben niet alleen Shakespeares woorden over de vete tussen twee families en de romantische liefde van de dertienjarige Julia en de iets oudere Romeo op een radicale manier omgewerkt naar de jeugdtaal van nu, ze hebben er ook met behoud van structuur en personages hun eigen eigenwijze hedendaagse draai aan gegeven.

De eerste woorden van de voorstelling 'Een klaroen schalt', uitgesproken door Thomas Cammaert als Lorenzo, klinken nog middeleeuws. Maar als even later Romeo's vriend Mercutio hevig verontwaardigd tekeer gaat omdat aartsvijand Tebaldo met zijn koets op de kerstmarkt zou zijn ingereden, is dat de eerste van veel verwijzingen naar de actualiteit. Of andersom, hedendaagse gewoontes die omgezet zijn naar de middeleeuwen. Zoals de datumprikker: een ezel van dorp tot dorp met een schoolbord waarop je met stoepkrijt een kruisje kunt zetten. En dan maar hopen dat het niet gaat regenen.

Soms zijn de dialogen tot in het extreme ingekort, zoals deze:
Romeo: 'Awkward'
Julia 'Kut!'

Gelukkig heeft Bart van den Donker als Benvolio de etymologie van het woord awkward dan al golf voor golf, op de manier waarop dat bij bijvoorbeeld Vindicat gebruikelijk is, omstandig toegelicht. Van den Donker laat overigens vaker zien dat hij een goede imitator is, ook de manier waarop hij aan de Pepsi commercial van Kendall Jenner refereert, mag er zijn. Twee voorbeelden van acteren die meteen ook laten zien dat regisseur Marcus Azzini ervoor heeft gekozen zijn regie volledig dienstbaar te maken aan de komische vondsten van het tekstschrijfduo.

Het tempo is hoog, slechts heel af en toe is er plaats voor wat vertraging of verstilling. Dat is dan niet bij de scènes tussen Romeo (Abe Dijkman) en Julia (Diewertje Dir). Daar wordt het romantische steeds óf meteen onderuitgehaald óf de sentimentaliteit in getrokken. Zo heeft Romeo nog niet met een 'Is dit het? Is dit het verhaal?' zijn liefdesgeschiedenis gerelativeerd of hij fleemt alweer zoetsappig 'en nu voor altijd lepeltje lepeltje.' Nee, die verstilling en vertraging zit vooral in de gewelddadige scènes. Met als hoogtepunt de sterfscène van Mercutio (Jannick Jozefzoon) nadat Tebaldo (Chris Peters) hem dodelijk heeft getroffen.

Het is dus vooral door de tekst dat deze Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool voortdurend geestig is. Soms op een relativerende manier, dan weer volledig over the top, en af en toe ook wel iets te melig. Omdat Hulst en Tarenskeen in hun humor bewust niet consequent zijn, is het steeds weer een verrassing met welke variant ze zullen uitpakken. Zo kan het gebeuren dat je midden in je lachbui om een metagrap, of je gegrinnik om een droogkomische relativering, een onverwachte superflauwe woordspeling moet zien te verwerken.

De door Mattijs van Bergen ontworpen kostuums sluiten naadloos aan bij die humor. Vooral met het aan de voorzijde opengewerkte nauwsluitende blauwe pak van Tebaldo en het pikante rode rokje met bijpassende rode kniekousen van Mercutio heeft Van Bergen een zodanige balans gevonden tussen pasvorm, draagcomfort en design dat een lichte contractie van de lachspieren onvermijdelijk is.

Ook de acteurs dragen er natuurlijk aan bij om er een komische voorstelling van te maken. Opvallend is de podiumpresence van Chris Peters (Tebaldo). Peters is zo'n acteur die zo gauw hij op het podium staat er ook volledig is. Maar het zijn toch vooral Bart van den Donker (Benvolio), Mirjam Stolwijk (mevrouw Capuletti) en Thomas Cammaert (Lorenzo) die het vak komediespelen echt beheersen, want zij zijn het die ook met alleen mimiek en lichaamstaal de zaal een lach weten te ontlokken.

In tegenstelling tot wat Cammaert er in de voorstelling over zegt 'Frater Lorenzo, saaie kutrol, Jezus!', is de rol van Lorenzo in deze Romeo en Julia groter dan in de hedendaagse opvoeringspraktijk gebruikelijk is. Lorenzo heeft zelfs niet alleen het eerste, maar ook laatste woord. En Thomas Cammaert is door de perfecte balans tussen de tongue in cheek manier waarop hij zijn tekst uitspreekt en de schalkse blik waarmee hij daarbij over zijn schouder de zaal in kijkt voor mij de uitblinker in deze radicaal bewerkte maar heel geslaagde en heel geestige Romeo en Julia.  

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Oostpool

Recensie: Het kleine meisje van meneer Linh van Toneelhuis/Guy Cassiers

●●●○○

 

HET KLEINE MEISJE VAN MENEER LINH

 

TONEELHUIS / GUY CASSIERS




Door Piet van Kampen, gezien 1 oktober 2017, geplaatst 7 januari 2018

De aanloop naar de première van Het kleine meisje van meneer Linh, een voorstelling die door twee acteurs zou worden gespeeld, is er een van tegenslag op tegenslag. Uit 'droevig ongenoegen over het personeelsbeleid' stapt begin augustus 2017 beoogd hoofdrolspeler Dirk Roofthooft, die meneer Linh (en de verteller) zou spelen, boos op. Regisseur Cassiers laat Gene Bervoets, die de rol van Bark zou vertolken, de hoofdrol overnemen. Voor de vrijgekomen positie, de rol van Bark, trekt hij Koen De Sutter aan.

Maar op 25 september 2017, drie dagen voor de geplande premièredatum 28 september 2017, haakt ook Gene Bervoets af. In dit geval gaat het niet om een arbeidsconflict maar om ziekte. Guy Cassiers laat zich ook door deze tweede tegenslag niet uit het veld slaan en werkt de voorstelling in een paar dagen om tot een solovoorstelling. Koen De Sutter, die in eerste instantie niet eens bij het project betrokken was, zal alle rollen spelen: Meneer Linh, de verteller, en meneer Bark. De première wordt een paar dagen naar voren geschoven.

Meneer Linh, uit een niet nader aangeduid Aziatisch land, komt samen met zijn twaalf weken oude kleindochter Sang Diû (wat in de taal van zijn land 'zachte ochtend' betekent) als bootvluchteling terecht in een asielzoekerscentrum. Op een bankje vlakbij dat asielzoekerscentrum ontmoet hij de kettingrokende weduwnaar Bark. Hoewel de twee mannen elkaars taal niet verstaan, begrijpen ze elkaar wel. Want ze herkennen in elkaar een vergelijkbaar verdriet, zonder precies te weten waardoor dat verdriet bij de ander is veroorzaakt.

Elke dag treffen de twee elkaar op dat bankje. Bark vindt het vreemd dat het meisje Sans Dieu heet, toch neemt hij als cadeautje een jurkje voor haar mee. Na verloop van tijd worden meneer Linh en Sang Diû overgeplaatst naar een opvanglocatie helemaal aan de andere kant van de stad. Maar meneer Linh mist zijn vriend. Na een aantal dagen neemt hij Sang Diû onder zijn arm en gaat op zoek naar het bankje. Hij is ervan overtuigd dat hij daar zijn vriend zal vinden.

Als ik de voorstelling op 1 oktober 2017 zie, is het goed te merken dat Koen De Sutter nauwelijks tijd heeft gehad om zich naast de rol van Bark die hij had gerepeteerd ook voor te bereiden op die van meneer Linh en de verteller. Als Bark gebruikt hij lichaamstaal en mimiek die laten zien dat hij zich helemaal in dat personage heeft ingeleefd. Als meneer Linh en als verteller moet hij het alleen hebben van zijn stem. Maar als je je dan realiseert dat hij maar een paar dagen heeft gehad om zich op die twee andere rollen voor te bereiden, kun je niet anders dan grote bewondering hebben voor de manier waarop De Sutter in zijn eentje de zaal weet te boeien.

In zijn eentje is niet helemaal waar. De Sutter wordt bij zijn solo ondersteund door de projecties van videoperformer Klaas Verpoest. Om ons te helpen ons in te leven in een vluchteling die alleen via een tolk met zijn hulpverleners kan praten, pr j ct rt V rp st b v rb ld  n z n rst z nd r kl nk rs en meteen daaronder dezelfde zin maar dan met de klinkers. Bij meneer Linh's zoektocht naar het bankje bij het asielzoekerscentrum projecteert Verpoest verticale strepen, zoals in een weergave van geluidsvolume, en zoomt dan steeds verder in, wat als effect heeft dat het ook voor ons in de zaal lijkt of we er steeds dichterbij komen.

Bij de roman Het kleine meisje van meneer Linh van Philppe Claudel waarop de voorstelling is gebaseerd, zal de lezer bij de ontknoping denken: 'Aha nu begrijp ik het. Nu krijgen die kleine aanwijzingen waar ik in eerste instantie overheen heb gelezen achteraf toch nog betekenis.' In de voorstelling komt de ontknoping volledig als een verrassing. Omdat die 'verstopte' aanwijzingen er allemaal zijn uit gelaten, wordt het publiek die aha-belevenis onthouden. Toch wel jammer.

Tussen de eerste speelweek die eindigde op vrijdag 6 oktober 2017 en het begin van de tournee op woensdag 10 januari 2018 zitten ruim drie maanden. In die periode heeft De Sutter tijd gehad om zich ook het personage meneer Linh helemaal eigen te maken. Dus het is heel waarschijnlijk dat Het kleine meisje van meneer Linh nu nog beter is dan de toch al goede voorstelling die ik toen in Antwerpen zag.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: European Citizen Popsong van Marieke Dermul

●●●○○

 

EUROPEAN CITIZEN POPSONG

 

MARIEKE DERMUL




Door RiRo, gezien 19 december 2017  

Kan een popsong de eenheid in Europa bevorderen? Om dat te onderzoeken maakt Marieke Dermul een reis door Europa. De reis begint anderhalf jaar geleden, in juli 2016, op het Over het IJ Festival in Amsterdam, met een performance van een kwartier in een zeecontainer. Daarna doet ze Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn aan. Daar filmt ze de interviews die ze er houdt. In augustus 2017, tijdens Theater Aan Zee in Oostende, laat Dermul zien wat haar reis tot dan toe heeft opgeleverd. En vandaag, dinsdag 19 december 2017, is ze terug in Amsterdam voor de première van de theaterversie van European Citizen Popsong in De Brakke Grond.

Dermul maakt meteen aan het begin van haar voorstelling duidelijk dat ze voor meer eenheid in Europa is. De overgrote meerderheid van het publiek is dat ook. Jammer, want nu is het op voorhand duidelijk dat Dermul voor eigen parochie zal preken. Behalve de vraag of we voor eenheid zijn, stelt Dermul ons nog meer vragen. Zo kun je bijvoorbeeld je hand opsteken als je vindt dat je een linkse intellectueel bent. Of een alleenstaande moeder. Of mensensmokkelaar. Ja, je weet maar nooit. 


Na de vraag wie er muzikaal is, nodigt ze vier vrijwilligers uit om haar te komen assisteren. Vanavond zijn drie daarvan van het Da Vinci College in Purmerend, twee leerlingen en hun geschiedenisleraar. Niet dat dat er iets toe doet, want veel meer dan decorstukken zijn de vier niet. Dermul houdt de touwtjes stevig in handen.

European Citizen Popsong is zowel performance als documentaire. Live gespeelde en gezongen scènes worden afgewisseld met filmbeelden van gesprekken in Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn. In die opgenomen gesprekken zien we hoe Dermul de input die ze krijgt gebruikt om te blijven schaven aan haar popsong. Zo vraagt ze bijvoorbeeld in Kiev tijdens het Eurovisiesongfestival aan deskundigen als Cornald Maas hoe ze haar popsong geschikt zou kunnen maken voor dat evenement. Want wie weet kan ze in 2018 namens België deelnemen. Op een ander moment in de voorstelling maakt ze met de daarbij horende lichaamstaal live een rapversie.

Vermakelijk is European Citizen Popsong wel, maar inhoudelijk is de voorstelling eigenlijk te oppervlakkig voor meer dan twee van die groene ballen. Die derde heb er toch maar bij gezet als een soort aanmoedigingsbonus. Want Marieke Dermul heeft met haar natuurlijke quasi naïeve podium presence wel de potentie om echt goede voorstellingen te maken. En als ze die gaat maken, zullen we European Citizen Popsong
waarschijnlijk achteraf zien als een goed gemaakte, maar inhoudelijk toch nog te lichte, te weinigzeggende oefening op weg daarnaartoe.

Minirecensie: Apollon van Florentina Holzinger / CAMPO

 

APOLLON 


FLORENTINA HOLZINGER / CAMPO

 

Door RiRo, gezien 13 december 2017

In Apollon van Florentina Holzinger/CAMPO zetten zes performers hun lichaam volledig in. Evelyn Frantti door zichzelf fysiek te pijnigen, soms letterlijk, in andere gevallen door die indruk te wekken. De ander vijf actrices/dansers, net als Frantti volledig naakt, met bewegingstheater dat extreem ver gaat.

Door hun performance dwingen ze het publiek anders naar een vrouwenlichaam te kijken. Wat uiteindelijk, in ieder geval bij mij, bevrijdend werkt. Een aanrader deze voorstelling. Donderdag 14 december en vrijdag 15 december nog te zien in Frascati in Amsterdam en op woensdag 10 januari in Theater Rotterdam. Uit de info over de voorstelling: 'bevat scènes die als aanstootgevend ervaren kunnen worden.'  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: CAMPO