Geen recensie over Find me a boring stone en enthousiasme over DAM van BOG

 

GEEN RECENSIE OVER FIND ME A BORING STONE

 

EN ENTHOUSIASME OVER DAM VAN BOG



Door RiRo, geplaatst 21 april 2017  

Er zijn voorstellingen die ik wel zie, maar waarover ik geen recensie schrijf. De laatste daarvan was Find me a boring stone, waar ik een paar dagen geleden in Frascati in Amsterdam naartoe was. Ik licht eerst even toe waarom ik in dit geval van een recensie afzag. Daarna wil ik alsnog mijn enthousiasme kwijt over DAM van BOG.

Find me a boring stone, over in de rouw zijn als er iemand in je omgeving overlijdt, over hoe je verder moet na zo'n verlies, werd op verzoek van regisseur Erik Whien geschreven door Rik van den Bos. Het is een monoloog die wordt gespeeld door Gijs Naber, met muzikale ondersteuning van Stan Vreeken. Na de première van die voorstelling, op 1 april, adverteerde Theater Rotterdam met de tegenwoordig om de haverklap gebruikte term 'sterrenregen'. En ook nu weer werden daarbij recensies met minder dan vier sterren, zoals die in de Volkskrant en de NRC, niet genoemd.

In het half uur dat ik in het café van Frascati zit te wachten tot Find me a boring stone gaat beginnen, lees ik in het programmaboekje het uitgebreide interview met Erik Whien door dramaturg Liet Lenshoek. Daar ben ik behoorlijk van onder de indruk. Regelmatig stop ik even met lezen, omdat wat ik lees me raakt, of aan het denken zet.

Gijs Naber doet het goed, en op de muziek van Stan Vreeken is niks aan te merken. Maar toen Find me a boring stone was afgelopen, zat ik met een enorm probleem. Om me heen werd uitbundig geapplaudisseerd. Maar ik dacht meteen 'Hoe moet dat? Ik kan toch niet in mijn recensie schrijven dat het interview in het programmaboekje me meer heeft geraakt, meer bij me heeft losgemaakt, dan de voorstelling?' Nee, geen recensie dan maar.

Dan BOG. Vorig jaar maakte BOG op verzoek van Theater Na de Dam de voorstelling DAM. Over herdenken. En over twee minuten stilte. Een eenmalige voorstelling. Dus in dat geval had het om die reden geen zin er een recensie aan te wijden. Maar nu blijkt dat DAM ook dit jaar op 4 mei weer te zien is, om 21.00 uur in Frascati. Nu wil ik er toch iets over zeggen.

De formule in DAM is dezelfde als die in GOD, een eerdere voorstellingen van BOG die ik zag. Vier acteurs staan naast elkaar en stellen vragen bij het thema, in dit geval de dodenherdenking op 4 mei, ze nemen standpunten in, en stellen die weer ter discussie. In het begin langzaam en bedachtzaam, maar gaandeweg in een hoger tempo, waardoor er een prettig soort muzikaliteit in komt.

GOD vond ik een goede voorstelling. Niet meer en niet minder. Maar DAM is meer dan goed. Met DAM hebben Benjamin Moen, Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen en Judith de Joode een zo goede, zo gedenkwaardige voorstelling gemaakt, dat ik iedereen die er vorig jaar niet bij was, aanraadt om snel een kaartje te bemachtigen. Je zult er geen spijt van krijgen.

Find me a boring stone van Theater Rotterdam / Erik Whien, gezien 18 april 2017
DAM van BOG, gezien 4 mei 2016

Recensie: Het leven is droom van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

HET LEVEN IS DROOM

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / OLIVIER DIEPENHORST  




Door RiRo, gezien 6 april 2017 


Het is onmogelijk om deze recensie van Het leven is droom anders te beginnen dan met de loftrompet te steken over de vertaling. Want Erik Coenen heeft het barokke rijmende Spaans van Pedro Calderón de la Barca uit 1635 in zijn vertaling uit 2006 op meesterlijke wijze omgezet naar Nederlandse versregels. Het luisteren naar de bijna 3500 verzen is een feest voor de oren. Ook omdat de acteurs erin slagen om ons met hun dictie en hun spel de hele voorstelling in hun ban te houden. Natuurlijk, in het begin is het even wennen aan een voorstelling met monologen en dialogen op rijm. Maar de beloning is groot. Want La vida es sueño, zoals het oorspronkelijk heet, blijkt een uiterst boeiende filosofische komedie vol retorische aforismen en vol poëtische beeldspraak.

'Onstuimig ros (…)', dat zijn de eerste twee woorden in Het leven is droom. Ze worden gesproken door Rosaura, die, verkleed als man, in het koninkrijk Polen arriveert. Bij toeval stuit ze op een kroonprins die niet weet dat hij een kroonprins is, en die in een kerker zit. Want omdat zijn vader in de sterren las dat zijn pasgeboren zoon Sigismond voor rampspoed zou zorgen, is hij uit voorzorg opgesloten. Omdat er geen andere directe troonopvolger is, en de koning het land over zou moeten dragen aan zijn neef Adolphus en zijn nicht Stella, geeft hij zijn inmiddels volwassen zoon als test één dag de kans om te bewijzen dat hij niet de voorspelde tiran is maar in staat is morele beslissingen te nemen.

Met die hoofdlijn verweven is de subplot over de edelvrouw Rosaura die zwanger in de steek is gelaten door Adolphus, en die nu op zoek is naar eerherstel. Drie keer zal Sigismond, de kroonprins, haar tegenkomen. De eerste keer, nog in zijn kerker in de bergen, ziet hij haar in mannenkleren. De tweede keer, aan het begin van de dag waarop hij zich moet bewijzen, ziet hij haar als vrouw, gekleed als dienster, en probeert hij zich aan haar te vergrijpen. De derde keer, aan het slot van het stuk, draagt Rosaura haar eigen kleren, die van een edelvrouw. Maar, zo voegt ze er met een vervaarlijk ogend zwaard in haar handen aan toe, 'nu met de wapens van een man en de kleding van een vrouw'. In een stuk uit de zeventiende eeuw is een vrouw het moedigste en het meest genuanceerde personage in het verhaal, glansrijk gespeeld door Julia Akkermans.

Ik ga natuurlijk niet zeggen dat Het leven is droom nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Feit is wel dat we leven in een tijd waarin de virtuele werkelijkheid, zowel in het persoonlijk leven, als in de manier waarop we kennis nemen van de wereld om ons heen, een steeds grotere rol speelt. De nieuwe leider van een wereldmacht probeert ons via het alsmaar herhalen van tweets met 'alternatieve feiten' in zijn 'waarheid' te laten geloven. En wat is het centrale thema in Het leven is droom, verwoord door Sigismond? Dat het leven louter droom is en schone schijn, een illusie waarin iedereen gelooft:

'Voor 't geval we alleen maar dromen
wat wij zijn in dit bestaan:
want ervaring toont mij aan
dat ons leven dát moet zijn:
louter droom en schone schijn,
die opeens teloor zal gaan.'

Behalve bij de uitstekend spelende Julia Akkermans als Rosaura, valt vooral ook bij Krisjan Schellingerhout (als Sigismond) en bij Matthijs IJgosse (als Astolphus) op hoe goed de acteurs met hun mimiek de vormgebonden tekst van extra nuances voorzien. Het decor van Marc Warning, met onder andere een in de loop van de voorstelling te voorschijn getoverd luchtkasteel, benadrukt het centrale thema: de illusie. En met door de acteurs live op onalledaagse percussie-instrumenten geproduceerde geluiden wordt de gemoedstoestand van Sigismond verklankt. 

Het goede acteren, het fraaie decor, en die live geproduceerde klanken dragen bij aan de hoge kwaliteit van deze voorstelling. Maar het is de uitzonderlijk goede vertaling van Erik Coenen die maakt dat Het leven is droom behalve een prachtige voorstelling ook een waar taalfeest is. 
  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Onschuld van De Roovers

●●●●○

 

ONSCHULD


DE ROOVERS  




Door RiRo, gezien 28 maart 2017 

In een niet nader genoemde havenstad zien de twee vrienden Fadoul en Elisio hoe een vrouw in zee dreigt te verdrinken. Elisio wil haar gaan redden. Fadoul voorziet problemen. Want als ze haar uit het water hebben gehaald, zal er naar hun papieren worden gevraagd. En die hebben ze niet. De vrouw verdrinkt. Ze is de zee ingelopen, zo komen we later te weten, omdat ze niet gezien werd door haar man en gekleineerd werd door haar moeder. Elisio blijft zich schuldig voelen. Fedoul vindt later een tas met geld, een tas van God, vindt hij, een teken.

Met die gebeurtenissen begint Onschuld van de gelauwerde Duitse toneelschrijfster Dea Loher (1964). In een mozaïekvertelling schetst Loher in negentien scènes een beeld van een groep vertwijfelde en eenzame personen die op zoek zijn naar liefde. Of als ze die niet vinden naar de dood.

Naast liefde en dood, schuld en boete, en de tegenstelling tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden, komen in Onschuld ook grote filosofische, sociale en politieke vraagstukken aan de orde. Niet expliciet, niet door ze te benoemen, niet door de personages er over aan het woord te laten. Maar impliciet. Door in te zoomen op een kleine gemeenschap. Door daarbinnen nog verder in te zoomen op de levens van gewone mensen die zijn vastgelopen en dromen van een beter leven.

Via de ogenschijnlijk triviale gebeurtenissen in het leven van onder meer een begrafenisondernemer, een blinde danseres, en een suikerzieke ex-communiste ontroert de tekst van Loher het publiek én zet ze ons aan het denken over vragen als 'Hoe egocentrisch zijn we?' 'Zijn we nog wel bereid om ons bezig te houden met het leed van anderen?'

Zo'n jaloersmakend goede toneeltekst vraagt om een decor en een manier van acteren waarbij de kracht en de poëzie van de tekst voorop staat. En dat doet De Roovers. Het decor is puur functioneel en faciliterend: een halve cirkel, met daarin eenvoudig te verplaatsen attributen. De tien acteurs geven met hun spel alleen wat extra's aan de tekst. Er is geen sprake van ironie of van het tegen de tekst in spelen.

Als je je dan realiseert dat de voorstelling is gemaakt door een collectief, zonder formele eindregisseur dus, met naast drie vaste acteurs van De Roovers ook nog eens zeven voornamelijk jonge gastspelers, dan kun je niet anders dan veel respect hebben voor Robby Cleiren, Luc Nuyens en Sofie Sente van De Roovers en de gastspelers Leen Diependaele, Evgenia Brendes, Danny Bouman, Idrissa Mbengue, Jovial Mbenga, Isabelle Van Hecke en Anne-Laure Vandeputte.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

Recensie: Het Raadsel van Alles Wat Leeft (11+) van Dood Paard

●●●○○

 

HET RAADSEL VAN ALLES WAT LEEFT (11+)

 

DOOD PAARD




Door RiRo, gezien 24 maart 2017  


Wessel Schrik loopt rond in een witte laboratoriumjas. Dan gaat het zaallicht uit en wordt het donker. We horen een knal, een enorme knal. Meteen daarna komt Manja Topper op in een apenkostuum. 'Te vroeg! Maar dan ook echt veel te vroeg!', roept Schrik. Zo begint de voor jongeren vanaf elf jaar bedoelde voorstelling Het Raadsel van Alles Wat Leeft van Dood Paard. Een fascinerende voorstelling over de evolutie, gebaseerd op het met de Gouden Griffel bekroonde boek Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel uit 2013 van Jan Paul Schutten.

Dood Paard heeft de zijpaden langs Jos Grootjes uit Driel eruit geknipt, maar volgt verder vrij nauwgezet de tekst van Schutten. In een kleine anderhalf uur raast de voorstelling in een stevig tempo vanaf de oerknal door de geschiedenis van de evolutie. Via onder andere aminozuren, eencelligen, bacteriën, pantoffeldiertjes en sponzen tot aan het in een lied uitbarstende Canadese tieneridool Justin Bieber.

Het boek van Schutten werd bedolven onder de prijzen. Niet alleen de Gouden Griffel (en het Gouden Penseel voor de illustraties van Floor Rieder), maar ook de Gouden Tulp en de Nienke van Hichtem-prijs. Daarnaast werd het uitgeroepen tot Polare Jeugdboek van het Jaar. Niet zo gek, want de tekst van Schutten, dat blijkt ook weer uit deze voorstelling, is ondanks de enorme hoeveelheid informatie ook heel geestig.

Daar voegt Dood Paard dan nog een visueel element aan toe. Bijvoorbeeld door de overgang van eencellige naar meercellige dieren te demonstreren door een spons in stukken te snijden, door een gehaktmolen te halen, dat sponzengehakt door een zeef te drukken, dat zeefsel met een mixer door elkaar te kloppen, en het resultaat daarvan in een bak met water te leggen. Om dan na twee weken wachten (verbeeld door na vijf seconden een wekker af te laten gaan) ons een compleet nieuwe spons te tonen omdat na een paar weken alle sponzencellen weer aan elkaar geklonterd zijn.

Als je een boek leest, kun je dat neerleggen als je wat het opnemen van informatie betreft even het verzadigingspunt hebt bereikt. Bij een voorstelling kun je in dat geval niet even op de pauzeknop drukken. Voor elf-of twaalfjarigen met nog weinig kennis van dit onderwerp zou de lawine aan informatie in de voorstelling misschien wel eens iets teveel van het goede kunnen zijn. Maar jongeren die het boek van Schutten kennen (of die op een andere manier al wat weten over de evolutie) zullen, door de toegevoegde waarde van het acteren en de vele visuele vondsten, de voorstelling vast en zeker kunnen waarderen.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard

Recensie: Een Meeuw van Toneelgroep Oostpool / Marcus Azzini

●●○○○  


EEN MEEUW


TONEELGROEP OOSTPOOL / MARCUS AZZINI



Door RiRo, gezien 18 maart 2017

Met Een Meeuw (1886) schreef Tsjechov een tragische komedie over de verhouding tussen twee generaties. Een stuk over enerzijds jonge mensen die hun dromen willen verwezenlijken. Over hun verliefdheden en ambities, maar ook hun twijfel en somberheid. Anderzijds over de generatie die de balans opmaakt, de generatie die vragen stelt als 'wat heeft het leven me gebracht?' Tsjechov ontmaskert met humor de oppervlakkigheid van zowel de jongeren als de ouderen.

Op een geïmproviseerd podium bij het meer waaraan hun landhuis ligt, speelt Nina in het stuk dat Kostja schreef. Zijn moeder, de gevierde actrice Arkadina, haar minnaar, de schrijver Trigorin, en de anderen zijn de toeschouwers. Arkadina is alleen met zichzelf bezig, Trigorin ziet de levens van anderen alleen als materiaal voor zijn nog te schrijven verhalen. Alleen de oude dokter Dorn complimenteert Kostja, hij prijst hem voor de manier waarop hij vorm geeft aan het abstracte.

Regisseur Marcus Azzini, maar ook scenograaf Theun Mosk, en kostuumontwerper Lotte Goos, lijken zich door dat aspect van Tsjechovs stuk te hebben laten inspireren bij hun keuzes. Alle drie lijken hun best te hebben gedaan om van Een Meeuw een zo abstract mogelijke voorstelling te maken.

Voor de jonge acteurs Sigrid ten Napel (Nina), Anna Raadsveld (Masja) en Abe Dijkman (de leraar Medwedenko) pakt die keus van regisseur Azzini verkeerd uit. Ze blijven steken in vaagheid en komen niet tot een verhelderende abstractie. Het is een detail, maar het zegt toch wel iets over hoe Azzini die drie het podium op heeft gestuurd. Elke keer als er in zijn tekst 'eens' staat, spreekt Dijkman dat volledig articulerend uit als 'eens' in plaats van zoals in spreektaal gebruikelijk is als 'ns'. Onbegrijpelijk dat Azzini daar niks aan heeft gedaan.

Maar het ligt niet aan de acteurs dat het zo'n matige voorstelling is. Niet aan de jongeren die zonder goede aanwijzingen in het diepe zijn gegooid. En zeker niet aan Nieuwerf, Schluter en Van der Valk die alle drie op viersterrenniveau spelen. Waarbij Vincent van der Valk zijn personage Kostja heel fraai laat evolueren van ambitieuze verwachtingen tot zelfverachting. Terwijl Martijn Nieuwerf, als Trigorin, en Ariane Schluter, als Arkadina, op een subtiele manier voor de komische kant zorgen van deze tragikomedie.

Dat laatste, het komische, doet Daniel Cornelissen als de oude dokter heel expliciet. Met een Haagse tongval, die veel lijkt op die van Willem Alexander in LuckyTV, levert hij vanaf een afstandje commentaar. Een gewaagde keuze, maar het werkt wel. Er wordt het eerste half uur veel gelachen in de zaal. Daarna wordt het steeds stiller. En ik denk niet dat dat is omdat het publiek zo onder de indruk is.

Want na zo'n half uur, drie kwartier, gaat dat te ver doorgevoerde abstraheren zich wreken. In plaats van steeds meer bij de kern van de personages te komen, leidt het ertoe dat de voorstelling ronduit saai wordt. Alle accenten zijn al in het eerste half uur gelegd, alle punten zijn al in de eerste drie kwartier gemaakt. Vanaf dat moment is Een Meeuw van Toneelgroep Oostpool als een voetbalwedstrijd die in de eerste helft al is beslist, maar die nog wel uitgespeeld moet worden omdat dat nou eenmaal de regel is.

Er zijn positieve punten. De ervaren acteurs spelen goed. Het komische commentaar door de oude dokter blijft de hele voorstelling werken. Toch zet ik maar twee van die groene ballen boven deze recensie. Want regisseur Marcus Azzini levert met Een Meeuw een zeer matige voorstelling af. Terwijl hij met onder meer Orlando en Angels in America heeft laten zien dat hij veel beter kan.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Oostpool

Recensie: Risjaar Drei van Toneelhuis / Olympique Dramatique

●●●●○


RISJAAR DREI

 

TONEELHUIS / OLYMPIQUE DRAMATIQUE



Door RiRo, gezien 7 maart 2017   

Met actuele verwensingen als 'Gij waart toch uitgeprocedeerd!' (Risjaar tegen Margaretha, die was verbannen naar Frankrijk maar in Engeland blijft rondhangen) trekken Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal van Olympique Dramatique (tekst en regie) hun Risjaar Drei af en toe expliciet naar het heden. Ze baseren hun tekst overigens, behalve op Richard III van Shakespeare, vooral op Risjaar Modderfokker den Derde van Tom Lanoye en Luk Perceval uit 1998.

Behalve die verwijzing naar het uitzetten van vluchtelingen valt in Risjaar Drei ook een aantal keer een door Trump nogal eens gehanteerd begrip. 'Fake news, verzonnen door de vijand', roept Risjaar als hem meegedeeld wordt dat Lord Stanley niet meer aan zijn kant staat en Elisabeth met haar dochter naar Richmond is overgelopen.

Met uitzondering van De Morgen is de Vlaamse pers lovend. Ik ben het ermee eens: het is een heerlijke tekst, er staan topacteurs op de planken, en er wordt met vaart gespeeld in een indrukwekkend decor. Met onder andere boven het podium een metalen constructie die een enorme kroon verbeeldt die daar blijft hangen tot het einde. Tot vlak voordat Risjaar stervend om een 'fokking klote peert' vraagt.

Van de acht acteurs in de voorstelling bevallen Jan Decleir, Nico Sturm en Koen De Sutter me het meest. Decleir speelt vier rollen. Of vijf als je zijn rol als een van de leden van het volk meerekent. De manier waarop hij Margaretha vertolkt, de weduwe van Hendrik VI, is heel verrassend. Vloekend en tierend komt hij op vanuit de zaal, met haar tot over zijn middel en met een bijl in zijn handen. Daarnaast is hij, totaal anders, de naar James Bond gemodelleerde huurmoordenaar die de twee jonge prinsen in de Tower moet ombrengen: 'Tyrrel is de naam' (zet zonnebril op) 'James Tyrrel'.

Ook Nico Sturm laat in zijn drie rollen schitterend acteerwerk zien. Als Lord Hastings heeft hij precies die mimiek en die toon te pakken waardoor je er ook een politicus van nu in kunt zien. Terwijl hij als Risjaars moeder, door vlug even een zwarte hoofddoek om te slaan, een hele andere associatie oproept. In die rol doet hij denken aan de manier waarop bij Monty Python mannen vrouwenrollen spelen.

Van dat soort associaties zijn er overigens veel meer in de voorstelling. In de manier bijvoorbeeld waarop Jonas Vermeulen zingt als de jonge kroonprins, zou je een verwijzing naar, en een hommage aan, de Antwerpse zanger Wannes Van der Velde kunnen zien.

Misschien heeft Koen De Sutter het als Buckingham het gewoon het best getroffen. Die neef en vertrouweling van Risjaar evolueert in het verhaal als personage nou eenmaal het duidelijkst. Maar door de subtiele manier waarop De Sutter dat evolueren laat zien, door de manier waarop hij de veranderingen in de positie van Buckingham ten opzichte van Risjaar verbeeldt, is De Sutter voor mij de uitblinker.

Over de hoofdrolspeler ben ik minder enthousiast. Peter Van den Begin trekt de hele voorstelling met zijn been, en draait zijn schouder haast uit de kom om een bult te suggereren. Hij zet Richard III neer als een mismaakte, gemene, en sluwe intrigant, zonder dat er verandering in zijn spel zit. Van het begin tot het eind is hij dezelfde slechterik die gewelddaden afwisselt met geslijm. En die zich, als dat laatste tot succes heeft geleid, gniffelend tot het publiek wendt. Een verrassende manier om Richard III te spelen, vind ik dat bepaald niet.

Er is natuurlijk niks tegen een voorstelling in dialect, in dit geval het Antwerps. Er is ook niks tegen om met pikant taalgebruik, en af en toe met vette humor, een beetje op te schuiven naar wat Wouter Hillaert in zijn recensie in De Standaard 'ambachtelijk publiekstoneel' noemt. Integendeel. Als dat gebeurt op de manier waarop Olympique Dramatique dat met Risjaar Drei doet, levert dat een heerlijke voorstelling op.

Maar op speellocaties buiten Antwerpen, en zeker bij het spelen in Nederland, zou enige ondersteuning met behulp van boventiteling wel prettig zijn. Dan denk ik niet zozeer aan een vertaling in het Nederlands. Dat zou zonde zijn van de rijke taal. Nee, ik denk aan boventitels waarin je de Antwerpse tekst zo nodig even mee kunt lezen. Daar zou ik in ieder geval, vooral bij het wel erg platte Antwerps van hoofdrolspeler Van den Begin, baat bij hebben gehad.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: Ivanov van Toneelschuur Producties / Nina Spijkers

●●●○○

 

IVANOV

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / NINA SPIJKERS



Door RiRo, gezien 2 maart 2017


Half verscholen achter een plant, slechts gekleed in een witte onderbroek en rode sokken, staat Ivanov eenzaam en alleen te lezen in het zelfhulpboek Happier, Learn the Secrets to Daily Joy and Lasting Fulfillment. Ondanks de kapitalen in de subtitel van dat boek wordt Ivanov vanavond niet gelukkig. Hij blijft ervan overtuigd dat zichzelf een kogel door zijn kop jagen de beste optie is tegen zijn zwaarmoedigheid.

Ivanov, ooit een grootgrondbezitter vol levenslust, is vijf jaar geleden uit berekening getrouwd met Anna Petrovna, afkomstig uit een rijke joodse familie. Nu heeft hij geen wilskracht meer, en Anna, van wie hij sowieso al niet meer houdt, is ongeneeslijk ziek. En dan is hij ook nog eens blut. Dat zijn veel jongere buurmeisje Sasja hem wil 'redden', fleurt hem niet op. Integendeel. Het maakt hem nog depressiever.

Ook in de interpretatie van regisseur Nina Spijkers (die nu overigens even oud is als Tsjechov toen hij Ivanov schreef) gaat het stuk, zoals alle stukken van Tsjechov, over de zinloosheid en de uitzichtloosheid van het bestaan. En ook haar Ivanov is een tragisch personage. Maar van verveling en apathie, ook kenmerkend voor de stukken van Tsjechov, is in de aanpak van Spijkers geen sprake. Want de Ivanov van Nina Spijkers is een voorstelling vol vaart en humor.

De grootgrondbezitter die ze Roeland Fernhout laat neerzetten, is niet zomaar een eendimensionale depressieve zwakkeling. Het is vooral iemand die murw gebeukt is door alle prikkels die dag in dag uit op hem afkomen. Die genoeg heeft van het getetter van zijn aandachttrekkende familieleden en vrienden. Die hoorndol wordt van zijn oom met zijn gefnuikte ambities, van de grappen van zijn rentmeester, en van de quasi-intelligentie van de jonge dokter die langskomt om zijn vrouw te behandelen maar zich intussen met hun huwelijk bemoeit.

En daarmee maakt Spijkers van Ivanov een voorstelling die ook over het leven van vandaag gaat. Die ook gaat over het leven in een wereld waarin we dag in dag uit overstelpt worden met nutteloze informatie, en waarin Facebookvrienden de hele dag om onze aandacht bedelen.

Samen met Casper Vandeputte bewerkte Spijkers de tekst, vooral door de taal wat te moderniseren. Opmerkingen als 'dit is geen huwelijk, dit is een groepstherapie!' (Ivanov tegen zijn gasten) of 'dat constant vertellen wat je voelt, begint een beetje belachelijk te worden!' (Sasja tegen Ivanov) trekken het verhaal op een prettige manier naar het heden. Minder enthousiast ben ik over de scenografie. Ik ben een liefhebber van de decors van Katrin Bombe, maar deze keer ben ik niet zo onder de indruk van haar werk. Voor Ivanov koos Bombe voor een ruimte met meubels die voortdurend in de weg staan. Dat is in het begin nog wel grappig, omdat de acteurs daar dan steeds overheen moeten lopen. Maar op den duur is de grap er wel af, en stoort het meer dan dat het wat toevoegt.

In deze humorrijke Ivanov hebben vooral de mannen de komische rollen. Hajo Bruins speelt als Borkin met verve de alcoholistische oom met de onuitstaanbare lach-of-ik-schiet-grappen. Tijn Docter, als de bij zijn vrouw onder de plak zittende Pavel Lebedjev, staat precies aan de andere kant van het spectrum met zijn stiff upper lip-opmerkingen. Het meest hilarisch zijn de komische bijdragen van Xander van Vledder als advocaat Sjabelski, de oude uitgerangeerde man die zich als een dreinend kind gedraagt. Van Vledder blijkt een uiterst vaardige komediespeler.

Ondertussen kijken we dus naar drie heel verschillende komische speelstijlen, waardoor Ivanov toch wel wat minder uitgebalanceerd en stijlvast is dan haar vorige regie, die van Don Carlos. Desalniettemin laat Nina Spijkers ook in deze Ivanov weer zien dat ze een groot regietalent is.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: The Dreaming van De Hotshop / De Warme Winkel

●●●●○

 

THE DREAMING

 

DE HOTSHOP / DE WARME WINKEL



Door RiRo, gezien 21 februari 2017 

De eerste van de vijf acteurs loopt naar voren en blijft daar enige tijd staan. Lijdend. Dan komt de volgende. Ook die loopt langzaam tot vlak voor de eerste rij om het daar bewegingloos te kwaad te hebben. Als ze alle vijf aan de beurt zijn geweest, en smartelijk lijdend voor ons hebben gestaan, beginnen ze in alle rust op de speelvloer een wit vierkant te tekenen.

Zoals bij voorstellingen van De Warme Winkel gebruikelijk is, volgt al snel na dat verstilde begin een juist heel uitbundige scène waarin van alles, over in dit geval Goethe's Die Leiden des jungen Werthers, wordt uitgelegd. De woorden van de acteurs buitelen daarbij over elkaar heen. Na die uitleg, waarin we begrippen als Weltschmerz en Sehnsucht hebben leren kennen, en gehoord hebben over de 'zelfmoordtsunami' na de publicatie van Werther, zijn we voorbereid. We zijn nu op de hoogte van de inhoud van de briefroman van Goethe en kunnen gaan genieten van de veelheid aan theatrale manieren waarop het thema romantische liefde zal worden onderzocht en geïnterpreteerd.

En genieten is het! Want wat Marieke Giebels, Marit Meijeren, Florian Myjer, Amy van der Weerden en Mathieu Wijdeven laten zien, is uiterst boeiend. Steeds weer pakken ze met een andere, vaak heel verrassende, manier uit om het verhaal van de liefde van Werther voor de voor hem onbereikbare Lotte te vertellen en uit te beelden. Daarmee bevragen ze niet alleen vanuit allerlei invalshoeken het thema van de romantische verliefdheid en het lijden dat daarbij hoort. Ze laten ook met dan weer introvert dan weer extravert spel, en met dans en zang, zien wat ze als acteur in huis hebben.

Wisselend neemt zowel een van de twee acteurs, als een van de drie actrices, de rol van de verliefde, smachtende, lijdende, en uiteindelijk zelfmoord plegende Werther op zich. Datzelfde geldt voor de rol van Lotte, het object van Werther's verlangen. De acteurs hanteren daarbij niet alleen de oorspronkelijke tekst uit de brieven in Goethe's roman, maar ook hedendaagse taal en hedendaagse communicatiemiddelen als de smartphone. En - ook dat is bij De Warme Winkel gebruikelijk - dialogen tussen Werther en Lotte gaan af en toe stiekem over in 'gespeelde' gesprekken tussen de acteurs als zichzelf.

The Dreaming werd in 2015 door zes acteurs van de Toneelschool Maastricht gemaakt als afstudeervoorstelling, geregisseerd door Mara van Vlijmen, een van de drie leden van De Warme Winkel. In juni van dat jaar is The Dreaming gespeeld op het ITs Festival in Amsterdam, en in november op het Jonge Harten Festival in Groningen.

Nu is The Dreaming te zien onder de vlag 'De Hotshop – cooler dan De Warme Winkel'. Dat is de kapstok voor voorstellingen van jonge talenten die in samenwerking met een van de leden van De Warme Winkel tot stand zijn gekomen. Van de oorspronkelijke zes Maastrichtse toneelschoolstudenten zijn overigens nu Sigrid ten Napel, Yannick Jozefzoon en Sarah Chronis niet van de partij. Die drie zijn vervangen door twee andere Maastrichtse theatertalenten: Florian Myjer en Mathieu Wijdeven.

Het is volkomen terecht dat er voor de voorstelling nu alsnog een tournee is. Want The Dreaming is een uiterst boeiende volwassen voorstelling, met een aantal fraaie en verrassende wendingen. Gespeeld door vijf uiterst getalenteerde jonge acteurs.

Op sommige speelavonden volgt na The Dreaming nog de solo Een hertje, beschadigd van Florian Myjer.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel

Recensie: Jeanne d'Arc van het Nationale Toneel / Theu Boermans

●●●○○

 

JEANNE D'ARC

 

het NATIONALE TONEEL / THEU BOERMANS



Door RiRo, gezien 11 februari 2017


Voor wie het even niet helder voor de geest heeft, dit is in het kort het verhaal over de maagd van Orleans zoals het de geschiedenis is ingegaan: De Engelsen maakten in die tijd aanspraken op de Franse troon. Na de slag bij Azincourt in 1415 was een groot deel van Frankrijk in Engelse handen. Ook onderling was het bij de Fransen hommeles. Vooral tussen de Armagnacs, die aan de kant van de koning stonden, en de Bourgondiërs die met de Engelsen heulden.

In 1429 verbeeldt Jeanne d'Arc, een herderin uit Domrémy in de Champagne, zich dat de maagd Maria aan haar verschijnt. De moeder Gods draagt haar op de Franse troonopvolger uit zijn benarde positie te bevrijden. Dat doet ze. Ze verslaat de Engelsen die Orleans belegeren en begeleidt de troonopvolger naar Reims waar hij tot koning wordt gekroond. Als ze daarna de slag bij Parijs verliest, wordt ze door de Bourgondiërs verkocht aan de Engelsen, en eindigt ze op de brandstapel in Rouen.

Friedrich Schiller wijkt in zijn klassieke toneelstuk Die Jungfrau von Orleans uit 1801 op een aantal punten van dat overgeleverde verhaal af. Op de eerste plaats maakt hij van Jeanne een vrouw die niet op een doorgesneden keel meer of minder kijkt. Tenminste, totdat ze in een tweegevecht de Engelse aanvoerder Lionel in de ogen ziet. Want dan krijgt ze het te kwaad met haar gelofte 'Der Männerliebe zu entsagen' en spaart ze het leven van haar opponent.

De brandstapel is een ander punt waarop Schiller afwijkt. In Die Jungfrau von Orleans van Schiller geen knetterend vuur op de markt van Rouen voor Jeanne. Schiller laat haar, en deze keer zonder hulp van boven, haar boeien verbreken en zich nog één keer in een veldslag storten. Haar leger wint. Maar zijzelf raakt dodelijk gewond. En sterft.

Dit is de allereerste regieaanwijzing bij Schiller: 'Eine ländliche Gegend. Vorn zur rechter ein Heiligenbild in einer Kapelle; zur linken eine hohe Eiche.' En wat zien we op het podium van de schouwburg in Den Haag als de voorstelling begint: links een eik en rechts in een nis een Mariabeeld. Daaruit spreekt meteen Boermans' respect voor de klassieke toneelschrijver.

En na de dood van Jeanne is dit Schiller's laatste aanwijzing: 'Auf einen leisen wink des Könings werden alle Fahnen sanft auf sie niedergelassen, das sie ganz davon bedeckt wird.' En inderdaad, op een teken van Vincent Linthorst, die de koning speelt, leggen de andere acteurs vaandels over Sallie Harmsen, die als gestorven Jeanne op de grond ligt. Maar het respect van Boermans voor de tekst en aanwijzingen van Schiller blijkt toch niet honderd procent. Want na dat met vaandels bedekken van het lijk mogen we nog niet gaan klappen. Er komt nog iets. Ik verraad niet wat. Toch een kleine hint? Denk aan googelen.

Voor wie wil kennismaken met een integrale versie van de klassieker Die Jungfrau von Orleans van Friedrich Schiller, is Jeanne d'Arc van het Nationale Toneel een uitgelezen mogelijkheid. Niet alleen worden op en paar kleine bijrolletjes na alle personages gespeeld, vertaler Tom Klein blijft ook zo dicht mogelijk bij het origineel als maar mogelijk is. Voeg daar nog bij dat regisseur Theu Boermans zich over het algemeen nauwgezet houdt aan de regieaanwijzingen van Schiller, en er is niets wat het genieten van de mooie woorden van de klassieker van Schiller in de weg staat.

Wie daarentegen van Jeanne d'Arc van het Nationale Toneel een geactualiseerde versie van de klassieker Die Jungfrau von Orleans van Friedrich Schiller verwacht, komt bedrogen uit. Want het niet inkorten van de tekst leidt nogal eens tot saaie gesprekken tussen mannen met zwaarden. Ook zul je er tegen moeten kunnen dat acteurs zonder dat ze dat echt goed kunnen die zwaarden ook daadwerkelijk hanteren.

Daar komt nog bij dat Boermans' vaste decorontwerper Bernard Hammer, die er vaak in slaagt om met zijn scenografie de impact van een toneeltekst te vergroten, deze keer het omgekeerde bereikt. De muur van hout waarmee hij de acteurs opzadelt, laat ze geen andere mogelijkheid dan óf naar links óf naar rechts te bewegen. Daarmee haalt Hammer letterlijk de diepte eruit. Kostuumontwerpster Catherine Cuykens past zich daar met de kleuren van de kledij helemaal bij aan. Grijs, grauw, onbestemd rood, het helpt allemaal niet om diepte en sprankeling in de voorstelling te brengen.

Mijn conclusie is tweeledig. Jeanne d'Arc van het Nationale Toneel is een getrouw en integraal gespeelde klassieke toneeltekst, waarin vooral Vincent Linthorst als de koning, Stefan de Walle als graaf Dunois, en Betty Schuurman als koningin Isabeau, uitstekend raad weten met hun rol. Wie daarvoor komt, zal zich wel kunnen vinden in de drie sterren die ik boven deze recensie heb gezet. Voor de toneelbezoeker daarentegen die van regisseurstoneel een eigenzinnige interpretatie verwacht, een interpretatie die het verhaal naar het heden trekt, zal Jeanne d'Arc waarschijnlijk een tegenvaller zijn. Die toneelbezoeker raad ik dan ook aan om een van de drie sterren die hierboven staan weg te denken.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: het Nationale Toneel

Recensie: Nachlass-Pièces sans personnes van Rimini Protokoll / Stefan Kaegi & Dominic Huber

●●●●○

 

NACHLASS-PIECES SANS PERSONNES

 

RIMINI PROTOKOLL / STEFAN KAEGI & DOMINIC HUBER  




Door RiRo, gezien 8 februari 2017 


Het Berlijnse collectief Rimini Protokoll maakt documentair theater en werkt niet met professionele acteurs maar met gewone mensen, die ze 'experts van het dagelijks leven' noemen. De drie theatermakers van Rimini Protokoll - Helga Haug, Daniel Wetzel, en Stefan Kaegi - maken daarbij gebruik van nogal uiteenlopende theatrale middelen.

Bij Adolf Hitler: Mein Kampf, Band 1 & 2 bijvoorbeeld is er een podium waarop zes 'experts van het dagelijks leven' een tekst uitspreken en handelingen verrichten. Deze vorm van documentair theater lijkt nog het meest op wat je je bij toneel voorstelt: De zes spelen zichzelf, er wordt dus in zekere zin geacteerd, je maakt deel uit van een publiek, je beleeft hetzelfde als de andere toeschouwers in de zaal, en er is een vorm van interactie tussen 'de zaal' en het podium.

Heel anders is dat bij Situation Rooms, dat ook tijdens de serie Brandstichter van de Stadsschouwburg Amsterdam te zien is. Hier loop je met een iPad en een koptelefoon je eigen parcours door een installatie. Je maakt hier dus niet deel uit van een publiek, je beleeft niet hetzelfde als de anderen, en interactie is er uitsluitend tussen jou en wat je tijdens jouw parcours tegenkomt. De 'experts van het dagelijks leven' zijn in dit geval niet in levende lijve aanwezig, maar op eerder opgenomen filmbeelden. Het is fascinerend om het parcours van Situation Rooms te lopen, je komt van alles te weten rond het thema internationale wapenhandel, maar het lijkt in niets op wat er bij 'gewoon' toneel gebeurt.

Nachlass-Pièces sans personnes, dat ik vanavond zie, is geproduceerd door Theâtre Vichy in Lausanne (Stefan Kaegi is Zwitser). Bij Nachlass (nalatenschap) kom je in een ruimte waarop acht deuren uitkomen. Achter die deuren kamers van mensen die wisten dat ze binnenkort zouden overlijden, en die hebben vastgelegd wat ze ons wilden nalaten. Met een paar anderen ga je zo'n kamer binnen. Je maakt dus nu wel deel uit van een publiek, al bestaat dat publiek steeds maar uit drie of vier anderen. Maar als je wilt kun je oogcontact met elkaar maken of wat tegen elkaar zeggen.

De meeste 'experts van het dagelijks leven' die we in die kamers ontmoeten, in dit geval zou je ook kunnen zeggen experts in het sterven, zijn Zwitsers. En die spreken soms Frans, soms Duits. Maar er zijn Nederlandse (en Engelse) ondertitels. In die kamers richten ze zich tot ons via beeldschermen of alleen via een speaker. In een aantal gevallen zijn ze op het moment dat we in hun kamer zijn al dood. Vooral de combinatie van persoonlijke verhalen en de heel persoonlijke voorwerpen in hun kamers die we kunnen zien en aanraken, maakt Nachlass tot een heel bijzondere ervaring.

Van de drie 'voorstellingen' van Rimini Protokoll die in tot nu toe tijdens Brandstichter heb gezien heeft Nachlass-Pièces sans personnes me het meest geraakt. Bij Situation Rooms, hoe belangwekkend het thema ook is, en hoe ingenieus de techniek, bekruipt me af en toe het gevoel dat ik op een nodeloos ingewikkelde manier kennis neem van iets dat toch vooral een documentaire is waarbij de vorm de inhoud af en toe in de weg zit.

Bij Nachlass-Pièces sans personnes zijn vorm en inhoud volledig in balans. Door de directheid die daardoor ontstaat, komt het sterven, en de daaraan voorafgaande levens, in de acht kamers heel dichtbij. Zeer indrukwekkend. Een aanrader.

Gezien tijdens BRANDSTICHTER.